Blogbreak

Het is alweer eventjes geleden dat ik hier iets gepost heb. Het zal er de komende maanden niet op verbeteren want ik neem een blogbreak tot het einde van de zomer. En daar heb ik een goeie reden voor…




Ik geef toe dat het mij de laatste maanden al aan inspiratie, goesting en vooral tijd ontbrak om regelmatig te bloggen. Ik heb mij daar een tijdje slecht over gevoeld, tot ik besloten heb om het los te laten (heel moeilijk voor mij want ik ben wellicht een van de grootste losers in loslaten ter wereld). Toch vind ik dat ik jou, mijn lezer, een uitleg ‘verschuldigd’ ben omdat ik hier nog eventjes ga wegblijven. 


Het zit namelijk zo: zoals zoveel schrijvers droom ik er al heel lang van om mijn eigen boek te schrijven. Maar ik wist nooit over wat ik dan wel een volledig boek zou kunnen schrijven, dat mensen überhaupt willen kopen en lezen… 


En eigenlijk lag het al die tijd voor de hand. Lopen is mijn passie, mijn verslaving, mijn uitlaatklep die ik nodig heb om niet nog zotter te worden dan de geschifte zottin die ik al ben. Lopen geeft mij enorm veel voldoening en het maakt mij gewoon gelukkig. Bovendien schrijf ik er supergraag over, zoals je hier op de blog wel al hebt ondervonden.


Zo komt het dus dat ik momenteel bezig ben aan mijn eerste boek. Jawel, IK SCHRIJF EEN BOEK! MIJN EIGEN BOEK! Ik kan het zelf nog niet goed geloven maar ik vind het zooooooooo ontzettend leukkkkkk! ‘Go Run’ zal de titel zijn van het loopboek dat volledig ontstaan is in mijn eigen hoofd (hou u maar al vast aan de bomen). 


Het verschijnt op 3 december bij Uitgeverij Lannoo.  Het wordt een praktisch, toegankelijk en vooral megaleuk boek, geschreven vanuit mijn eigen onvergetelijke ervaringen en dolle avonturen als looptrut. Maar omdat ik natuurlijk niet alles weet en dat zeker ook niet pretendeer, kan ik rekenen op de hulp van een paar echte experts inzake training, voeding etc.


Ik ga nog niet alles verklappen, behalve dat ik mijn uiterste best ga doen om er een supertof boek van te maken. Ik geloof echt in mijn idee, en dat dit een boek gaat worden dat lopers graag gaan lezen. Er is niks mis met een beetje in jezelf geloven hé!


Ik kreeg trouwens al de vraag waarom het niet ‘Lopen, trut’ heet. Simpel: het is ook voor mannen bedoeld, en een man spreek je nu eenmaal niet aan als trut 😉 Maar in feite is ‘Go Run’ de deftige verwoording van ‘Lopen, trut’ of ‘Lopen, eikel/lul’, als je dan toch een mannelijke variant wil 😉 


Mijn manuscript moet binnen zijn eind augustus. En zoals iedereen neem ik intussen ook nog een paar weekjes vakantie. Dus vandaar dat deze blog hier in de zomer even zal stilliggen. Dat is gewoon prioriteiten stellen hé… 


Uiteraard kan je al mijn avonturen blijven volgen op Instagram want daar zal ik de wereld wél blijven ambeteren!


Tot snel! En zet dat boek maar al op je verlanglijstje voor kerstmis hé 🙂


Love, Josie xo

Text Fairy in het Joe-Netwerk!

Vandaag mocht ik het eens uitleggen op de nationale radio…

Mijn vaste vertaalpartner Herman van Alta Verba (een echte kei in zijn vak en nog eens superympathiek ook!) gaf mij het ‘stokje’ door van het Joe-Netwerk. In het ochtendprogramma van Alexandra Potvin vertelde ik (zéér enthousiast, volgens velen…) waarmee ik mij als ‘tekstenfee’ zoal bezig houd. Ik mocht ook 3 plaatjes kiezen uit de Joe-playlist uit de jaren ’80, ’90 en 2000.

Als je het gemist hebt en toch benieuwd bent naar wat ik allemaal te vertellen had, dan kan je het hieronder herbeluisteren!

 

Ik gaf de fakkel door aan Harold van Light Consult, een van mijn klanten. Ik bewonder Harold om zijn enthousiasme en de lumineuze ideeën die hij altijd heeft. En ook zijn gevoel voor humor mag ik zeker niet vergeten te vermelden! 🙂

Medaille met een extra gouden randje: Great Breweries Marathon

Tags

, ,

Op zondag 12 mei liep ik mijn
tweede marathon, de
Great Breweries.
Ik had er lang
naar uitgekeken (en wellicht veel mensen op de zenuwen gewerkt met al mijn
excitement en zo #sorrynotsorry) en ik was sinds begin januari aan het trainen met een
loopschema van Energy Lab… Waarschuwing: dit is een laaaange post maar ik kreeg het écht niet in minder woorden geformuleerd!



Ik heb het schema 16 weken lang tot in de puntjes gevolgd
omdat ik een extreme controlefreak ben, afgezien van die ene week waarin ik
last had van mijn onderrug en ik bijgevolg écht niet te pruimen was… 
Gelukkig
was het euvel snel van de baan met een weekje looprust op skivakantie (kwam
toen goed uit!), kine-sessies en rugoefeningen thuis.

Veel lopers kiezen voor een
buitenlandse marathon of een ‘grote klepper’. Ik begrijp hen ergens wel maar
voor mij was ‘de
Breweries’ een zeer logische keuze
. Ik had er
al 3 jaar op rij de 25 km gelopen. Ik vind dat een ideale afstand om uit mijn
comfort zone ‘getrokken’ te worden. Want, zonder te willen klinken als een
pretentieus wicht, een halve marathon is op den duur een beetje de normaalste zaak van de
wereld. Ik heb er al een stuk of 15 gelopen sinds m’n eerste
in oktober 2013
. Hoewel ik het een superleuke afstand blijf vinden, kan ik ‘de
halve’ wel afleggen zonder specifieke voorbereiding. Maar die 25 km op de
Breweries in
2016,
2017
en
2018:
dat was toch telkens een ferme uitdaging waar ik een uitgekiend schema voor
volgde. Want dat is niet ‘zomaar 4 km meer’, zoals mensen wel eens durven
beweren. Het waren er 4 die elke keer echt pijn deden en waar ik toch altijd een grens
voor moest passeren. Vooral ook omdat het elke keer bloedheet was, wat het
extra pittig maakte natuurlijk.


Maar toch heb ik niks dan goede
herinneringen aan die 3 deelnames op de Breweries. Ik weet nog goed dat ik
vorig jaar, toen ik aan de finish kwam van de 25 en zag dat ik een supermooi PR
gelopen had (2u01’, 9 minuten sneller dan het jaar ervoor!) dacht: allrighty, volgend jaar loop ik hier de
marathon. Mijn eerste. Want ik ben er klaar voor.
Een paar weken
later kwam de marathon in mijn woonplaats Torhout er redelijk impulsief tussen
gekropen
, waardoor dat dus mijn ‘marathonontmaagding’ werd. Ik vond die eerste
fantastisch leuk.
Ik liep hem in 3u41’ en ik was zielsgelukkig. Ik wist
meteen dat er een tweede zou volgen én welke het zou zijn: de Great Breweries
in de lente van 2019. Ik
heb daar geen fractie van een seconde aan getwijfeld.

In januari begon ik aan mijn
trainingsschema voor de marathon. Mijn doel: sneller dan 3u41’, vaneigenst!
Volgens coach Thijs van Energy Lab was dat zeker mogelijk. Zoals ik al schreef,
volgde ik zijn schema nauwgezet (dikke vette speekmedaille voor mezelf!). Begin mei, toen
de zwaarste trainingsweken achter de rug waren, voelde ik me echt in topform.
Met een goed gevoel begon ik aan de laatste herstelweken. Maar in de week voor
de marathon kreeg ik echt een gigantische klop.
Ik begon overal ‘pijntjes’ te
voelen: in mijn longen, in mijn scheenbeen en bovendien wilden die vervelende
blaren – schone souvenirs van mijn langste trainingen – maar niet genezen. Ik
voelde me vooral ook ontzettend moe en als ik dacht aan de marathon die ik op
het einde van de week zou lopen, zag ik het eigenlijk echt niet zitten. Ik wist
begot niet hoe ik die 42 km ging afleggen met zo’n vermoeid en futloos lijf. Ik
kreeg er stress door, met als gevolg dat ik me nog mottiger voelde. Kortom, ik
was het zonnetje in huis die week! 


Toen ik op zaterdagavond in bed
kroop, dacht ik bij mezelf: dat het maar
rap zondagavond is. Dan is de marathon achter de rug en ben ik er hopelijk in
geslaagd om hem uit te lopen. En dan kan ik in mijne zetel liggen en naar de ontknoping
van De Mol kijken…
 Ik was op tijd in bed gekropen – tegen 21u30, voor mij
is dat echt vroeg – maar natuurlijk heb ik nog 2 uur liggen draaien en zuchten in
mijn bed. Om maar te zeggen: ik was écht doodzenuwachtig. Zo zenuwachtig was ik
zelfs nooit voor mijn moeilijkste examen! Nu ja, ik was echt wel een seut die
megaveel blokte dus dat is geen referentie… Maar voor mijn eerste marathon
voelde ik me ook bijlange niet zo zenuwachtig. Toen had ik natuurlijk nog geen
flauw benul van wat me te wachten stond hé – alles na de 25 km was één groot
zwart gat. Een spannend zwart gat – hoe fout dat ook mag klinken – waar ik
razend benieuwd naar was. Deze keer wist ik het wél, en ik wist heel goed dat
het op een bepaald punt pijn ging doen.
En terwijl bij de eerste ‘gewoon
uitlopen zonder in de goot te belanden’ mijn hoofddoel was, was ik nu wel wat
ambitieuzer. Ah ja, want ik had al bewezen dat ik de afstand kon lopen. Dus het
streefbeest in mij was aangewakkerd en het stond in vuur en vlam om een
snellere tijd neer te zetten. Zo ben ik nu eenmaal, het is sterker dan mezelf. Ik
leg de lat graag hoog voor mezelf en zo bezorg ik mijn eigen vaak ook een pak
stress.

Zo komt het dus dat ik op
moederdag om 9u al bibberend (van de kou en van nervositeit) en met véél
zenuwen aan de start stond van mijn tweede marathon. Allerlei gedachten schoten
door mijn hoofd, zoals: Waarom is dat nu
toch weer nodig, ik had in mijn bed kunnen liggen en mij vollen bak laten
bedienen op mijne moederkesdag vandaag… Zie mij hier nu staan, allez
… Ik had ook veel schrik dat de
tweede bijlange zo leuk niet ging zijn als de eerste. Dat ik compleet
gedesillusioneerd ging aankomen en nooit meer een marathon zou willen lopen. Kortom:
stresskieken eerste klas. Maar door daar een kwartier te staan in dat startvak (de
start was om 9u15) tussen de andere lopers en te zien dat zij even nerveus
waren als mij, werd ik op slag rustiger. Meer nog: ik werd bijna volledig zen
(voor zij die mij niet kennen: dat is een toestand waarin ik, notorious duracellkonijn
since 1983, maar zelden verkeer). Daar in de naar zweet en stress-protjes
geurende startbox, tussen mijn (vooral mannelijke) medelopers, heb ik de klik
gemaakt.
Gij kunt da wel, Bokkie. Ge hebt
keihard getraind, laat u nu niet doen hé. Gewoon gaan… en blijven gaan!
Ik
was ook al de hele tijd bijna non-stop aan het geeuwen en dat stelde me extra
gerust. Ik heb dat altijd voor een loopwedstrijd, het is een teken dat ik
ontspannen ben en dus klaar ben om te knallen. Ik zette mijn uiterst smaakvolle
running playlist aan (
die je trouwens kan
checken op Spotify!
) en het startsein werd gegeven. Vanaf dan was het:
lopen, trut!!!!
– want zo noem ik mezelf liefkozend. En ik was vertrokken, voor
42 kilometer plezier, pijn en emoties. Genieten en afzien op hetzelfde moment. En
runners’ high in tranen, dat ook. Maar wacht efkes, ik ga nog niet vooruitlopen
op de feiten…


Ik startte achteraan in het
startvak van de 3u30’, net voor dat van de 3u45’. Want ik mikte op een tijd
ergens daartussen. Ik raakte makkelijk op dreef. Ik loop nooit bij een pacer (daar
ben ik te asociaal voor en ik zou diene mens toch maar op de zenuwen werken
) maar ik hou ze wel een beetje in de gaten. De pacer
van de 3u30’ liep een paar 100 meter voor mij en ik zorgde dat ik hem in de
verte bleef zien. Terwijl de pacer van 3u45’ vlak na de start nog achter mijn
gat liep te hijgen, zag ik hen niet meer lopen na een paar kilometer. Ik was
dus op mijn gemak en ik liep vlotjes door. Ik hield mijn pace niet de hele tijd
in het oog maar af en toe wierp ik eens een blik op mijn Polar en daar zag ik
dat mijn tempo schommelde rond de 5 min/km. Ideaal! Het ging vlotjes dus ik
probeerde dit tempo aan te houden. Ik wist ook wel dat ik niet te euforisch
mocht worden en versnellen, want dit zou me zuur kunnen opbreken. 42 km is echt
wel ver en ik was er nog lang niet… Maar bon, die eerste 10 kilometers waren in
een wip voorbij (50:44’!) en voor ik het wist, bereikte ik Brouwerij Palm en
mocht ik lopen door de heerlijk zwoele, naar bier geurende fabriek.
Buiten stonden
veel toeschouwers en dat gaf mij een boost. Als vrouw op zo’n relatief kleine
marathon kon ik rekenen op heel wat applaus en aanmoedigingen – bij mijn vorige
marathon was dat ook zo. De max, ik voel mij dan altijd voor een paar seconden
een badass heldin
😊 Ik was onderweg Pieterjan ook al een paar
keer tegengekomen, die een volledige route had uitgestippeld met de fiets om
mij zoveel mogelijk te zien en te bevoorraden met drank en gellekes. Ook mijn
vriendin en haar gezin waren van de partij en ik had hen ook al eens gezien.

Rond de 12 km was er de
splitsing tussen de marathon en de 25 km. Een speciaal moment want vanaf dan
was het parcours volledig nieuw voor mij, tot iets na de 35 km wanneer we weer
zouden samenkomen. Toen ik afsloeg, gaf dat toch wel een apart gevoel. Het
bleef vlot gaan en ik liep een tijdje samen met een paar mannen die hetzelfde
tempo liepen. Soms begon er eentje te versnellen en toen heb ik wel opgelet om
me niet te laten meeslepen. Want ik was nog steeds goed aan het doorlopen en ik
wist wel dat ik niet sneller dan dat mocht lopen, wilde ik de finish heelhuids
halen. Ik ben vanaf dan mijn pace geregeld beginnen checken op mijn Polar, om
mezelf zeker niet te ‘verbranden’.
We liepen langs oneindige velden en hoe mooi
het parcours ook is, op den duur begon dat wel tegen te steken. Ik loop al
genoeg langs akkers hier thuis
😉 Daardoor begon ik te focussen op de laaaaaange
afstand die ik nog voor de boeg had en kreeg ik ook het gevoel dat ik pipi
moest doen. Gelukkig had ik goeie muziek om me af te leiden, een nummer dat ik
me nog goed herinner van op dat stukje was ‘Shake ya tail feather’ van Nelly en
P. Diddy
😊


Na een 18-tal kilometer liepen
we het bos in. Heel leuk om daar te lopen, de afwisseling kwam net op tijd! In
het bos lag ook het halfway point. Daar passeerde ik op 1:45’. Bij mijn eerste
marathon was dat op 1:47’, dus ik wist dat het goed was.
Ik was gewoon ook superblij dat die halve achter de
rug was, vanaf dan was het richting finish. In mijne zotte kop maakt dat echt
een groot verschil. In het bos waren er een aantal lussen en daar kruiste ik 2
keer de pacer van 3u30’. Maar ik wou niet tot het uiterste gaan om hem bij te
houden. Liever mijn tempo aanhouden dan mezelf kapot lopen… Aan die pacer
‘hingen’ ook veel andere lopers en dat vind ik sowieso niet zo leuk. Ik ben
zo’n asociaal geval dat liefst alleen loopt. Rond 26 km was het gedaan met het
bos en op naar de 30. Daar waar het wellicht pijn ging beginnen doen… Ik was er
klaar voor!
Op het einde van het bos zag ik Pieterjan nog eens en hij stak goedkeurend
zijn duim omhoog. Dan weet ik dat het goed is
😉

Die 30 was er echt snel, veel
sneller dan ik had verwacht. Rond 29 km liep ik langs Brouwerij Bosteels in
Buggenhout. Ik wist wel dat ik daar zou passeren maar niet dat er zoveel
ambiance en volk zou zijn. Dat gaf mij echt een enorme boost! In de brouwerij
moest ik een lus lopen en ik hoorde dat de speaker mijn naam scandeerde omdat
ik blijkbaar een van de eerste vrouwen was… Ik kreeg veel applaus en dat deed echt
deugd. Bovendien stonden mijn vriendin & co daar ook, wat ik totaal niet
verwacht had. Het was ook een klein beetje beginnen regenen en die verfrissing
was best wel aangenaam. Dus ja, voor ik het wist had ik 30 km in de benen. Zotjes.
Op dat moment wist ik al dat ik sowieso de finish ging halen. Want ik was nu al
zo ver geraakt, ik ging het nu niet meer laten schieten. Dat zou echt wel zonde
zijn.
Ik voelde me goed en ik had nog wel wat reserves om de pijn aan
te kunnen. Ik was er al in geslaagd om, zoals ik me had voorgenomen, ongeveer
elke 7 km een gelleke binnen te duwen en ik had aan elke drankpost flink een
bekertje water gedronken, ook als ik eigenlijk geen dorst had. Daar was ik blij
om, want ik verwachtte dat de volgende gellekes maar zeer moeilijk meer gingen
binnen gaan. Ik herinnerde me van mijn eerste marathon dat er echt niks meer
bij kon na 35 km, en dat Pieterjan me gedwongen heeft om toch nog een half
gelleke in mijn lijf te duwen.


Rond 31 km passeerde ik mijn
vriendin & co. Uiteraard kon er nog een grote glimlach vanaf (altijd hé, voor de
supporters
) maar het was vergezeld van de woorden: ‘het begint
nu wel pijn te doen hoor’. Echt fysieke pijn op een bepaalde plaats voelde ik
niet, het was meer een gevoel van vermoeidheid.
Ik wist dat ik mijn knop moest
omdraaien en er niet aan mocht denken, wat me ook lukte. Maar terwijl de eerste
kilometers van de marathon voorbij vlogen, leken die van 30 tot 37 toch wel een
pak trager te gaan. Ik had het gevoel dat ik als een slak vooruitliep, al zei
mijn sporthorloge van niet want mijn pace bleef gelijk. Mentaal was dit echt
een zwaar stuk, een gevecht tegen mezelf zeg maar. Een marathon loop je niet
alleen met je benen maar voor een groot deel ook met je hoofd.
Dat heb ik daar
echt wel beseft. Gelukkig heb ik een koppig hoofd en geef ik niet snel op. Een familietrekje!

Ik zag steeds meer lopers een eindje wandelen en ik kon af en toe iemand voorbijsteken. Dat gaf mij extra moed. Niet
dat ik zo’n bitch ben die daar plezier uit haalt, maar het deed me wel beseffen
dat iederéén het lastig had. Dat dat gewoon normaal is, zelfs als je supergoed
getraind bent. Maar ik? Ik ging voor mijn kop niet wandelen. Hoogstens een
beetje vertragen. Maar alleen als het écht moest…
(spoiler alert: it didn’t happen). Op dat lastige stuk reed Pieterjan vaak naast maar meestal achter
mij. Hij weet dat hij zijn mond moet houden (I taught him well) maar de
gedachte dat hij in de buurt was, hielp mij ook wel om door te zetten.


Ergens rond 38 km kapte ik nog een
vijfde overheerlijk, mierzoet gelleke in mijn mond, in de hoop dat mijn maag niet
ging beginnen tegensputteren – wat gelukkig niet gebeurde. Ik voelde dat ik het
wel nodig had voor de laatste kilometers, uiteindelijk ben ik ook maar nen
tandenstoker breed hé
😉 Kort daarna stak ik een loper voorbij met wie ik tot
ongeveer 16 km samen gelopen had (weliswaar zonder een woord te zeggen) maar die
dan gelost was naar de pacer van 3u30’. Ik had hem nog 2 keer gekruist in het
bos en we hadden dan telkens van high five gedaan. Je weet wel, asociale lopers
onder elkaar en samen afzien schept een band en zo
😉
Plots zag ik hem weer lopen, zijn oranje shirt van de NN Running Club
(waarvoor ik schrijf en ik ben zelf ook lid van de club) viel me op. Ik stak hem voorbij, ik moedigde
hem aan en hij gebaarde dat hij echt op was. Uiteindelijk kwam hij een tweetal
minuten na mij aan. Hij vertelde mij dat hij spijt had dat hij niet bij mij
gebleven was, want dat hij zichzelf kapot gelopen had door met die pacer mee te
willen. Maar het was zijn eerste marathon en hij is 58 jaar dus ik vond het
sowieso een super prestatie van hem!

Die laatste kilometers, dat was
puur op adrenaline.
Ik kon de finish al ruiken en ik piepte eens naar de klok
en zag dat ik wel eens een PR zou kunnen lopen… Ik was toen echt wel moe en
Pieterjan heeft het moeten ontgelden want terwijl hij me aanmoedigde om nog
even door te gaan, beet ik zijn neus er bijna af… Ik had zijn aanmoediging een
beetje mis geïnterpreteerd (die wijven hé, altijd miserie daarmee…) en ik denk dat mijn hoofd het gewoon niet meer aan
kon op dat moment… Nogmaals mijn excuses aan de beste fietsbegeleider ter
wereld!!!!!! Een extra bedanking voor hem is hier trouwens wel op zijn plaats, want hij is tijdens mijn trainingsperiode heel flexibel geweest zodat ik kon gaan lopen op het moment dat het voor mij het best uitkwam. Merci, you’re the best!
 


Na een dikke 41 km was het tijd
om linksaf te draaien. Pieterjan deed teken dat hij meteen ging doorfietsen
naar de finish. Ik weet nog dat ik dacht:
see
you on the other side… 
Voor mij was het tijd om de Duvel Brouwerij in te
lopen, het laatste stuk richting aankomst. De ‘heilige grond’ van mijn papa’s
favoriete bier. Naar dat moment had ik echt uitgekeken.
Mijn benen deden echt
wel pijn maar ik werd luid aangemoedigd door alle supporters omdat ik de 5de
vrouw was.
Ik ben in tranen uitgebarsten, ik kon er niks tegen beginnen. Omdat
ik we
et dat papa daar anders zeker tussen zou
gestaan hebben, in het Duvel-walhalla. Ik had tijdens het lopen, op de
moeilijke momenten, al vaak aan hem gedacht. Ook in de afgelopen trainingsmaanden,
waarin ik toch af en toe een dip had en mijn motivatie moest gaan terugzoeken.
Het klinkt misschien stom maar dat gaf mij altijd veel moed om te blijven gaan
en de pijn te verbijten. Want een Bockske geeft nooit op! De foto’s hieronder zeggen alles, denk ik…


Ik
heb al wenend mijn medaille in ontvangst genomen. Geen tranen van verdriet,
maar van pure blijdschap, van ’t mooiste dat er is.
Ik
 wou zó graag na mijn marathon den Duvel hijsen richting daarboven. Het is mij
gelukt en ik ben zo ontzettend blij daarvoor. Ik
ben totaal niet (bij)gelovig maar ik wil héél graag geloven dat ik op 12 mei
iemand heel fier gemaakt heb op zijn dochterke, daarboven of waar dan ook. Die medaille rond mijn nek is er één met een extra gouden randje.


Het was voor mij de mooiste moederdag ooit: 42 km
me-time cadeau gekregen én een supermooi PR gelopen!
Een PR was geen must maar
ik wist wel dat het erin zat want ik had er keihard voor getraind en ik hoopte
stiekem op 3u35. Ik ben echt trots op mezelf want het was niet evident
om alle trainingen in mijn agenda te passen en het was echt wel zwaar. Maar kijk,
hard work pays off hé. En dat geeft zoooooooooooooveel voldoening! 

Marathon nummer 2 is in the pocket en het was weer een
onvergetelijke ervaring. De Great Breweries Marathon is weer een zalige
loopherinnering waar ik nog lang van ga nagenieten!
Ik vond het een mooi parcours, top organisatie en leuke sfeer. Het is een relatief kleine marathon en dat vind ik net de charme ervan. Volgend jaar ben ik weer van de partij! 


We zijn nu bijna 2 weken verder en ik geniet nog altijd na. Ik kan het nog steeds niet goed geloven want ik had niet gedacht dat ik zoiets kon. Blijkbaar is 3u34’ echt wel straf voor een vrouw, of toch van mijn kaliber… Het smaakt alleszins naar meer en dat er een derde marathon komt, daar bestaat geen twijfel over. Maar ik weet nog niet waar en wanneer. Ik wil nu eerst een paar maanden genieten van schemaloos lopen, lekker op mijn gevoel. Op 6 oktober loop ik sowieso in Brussel. Ik loop daar al 6 jaar de halve marathon, sinds het jaar dat ik mama geworden ben. Ik loop die ontzettend graag. Dit jaar sowieso ook, ik zeg wel al lang dat ik eens de ganse wil lopen in Brussel maar het staat bekend als een zware en ik weet niet of ik zo snel weer wil beginnen trainen voor een marathon. Nog even nadenken dus, ik heb nog tijd. Maar uiteraard zijn alle ideeën en suggesties welkom 😊


Love, Josie xo


Papa

Vandaag, 1 april, is een heel speciale dag voor mij. Al 19 jaar lang. Op 1 april 2000 maakte ik de droevigste dag uit mijn leven mee. Tegelijk was het een dag en vooral ook een lange periode nadien, tot op vandaag eigenlijk, die mij heel wat mooie en wijze levenslessen bijgebracht heeft. Waar zwart is, is altijd ook wit. Dat is een zekerheid die altijd zal blijven bestaan…


Negentien jaar geleden was ik op weekend in de Ardennen met 2 vriendinnen. We waren 16, onbezonnen en perfect gelukkig. Echt waar, ik had niks van zorgen in dat magische jaar tweeduust.  Op dat vriendinnenweekendje beleefde ik, zonder overdrijven, een van de leukste avonden uit mijn jeugd met een ‘Tien om te Zien’ persiflage die ik nog altijd op videocassette liggen heb. No shame, waarom zou ik? 😉 Maar misschien ben ik toch een beetje blij dat video’s nauwelijks meer kunnen afgespeeld worden dezer dagen… In ieder geval, ik amuseerde mij te pletter en ik had buikpijn toen ik naar bed ging. Van het lachen, welteverstaan. Eefke & Betty, als jullie dit lezen: dat waren tijden hé 🙂

Negentien jaar geleden werd ik, na die memorabele avond met mijn vriendinnen in een godverlaten Ardens boerenhol, vlak voor middernacht zwetend en angstig wakker. Op de grond, half onder mijn bed. Not kidding you, echt heel raar. En ’t is niet dat ik aan den drank gezeten had want ik was toen zo mogelijk een nog grotere seut dan nu 😉 Maar bon, ik kroop rap weer in mijn bed want de volgende dag hadden mijn vriendinnen en ik nog veel leuke plannen. We hadden ne videocamera mee en die moesten we toch optimaal benutten hé… 

Negentien jaar geleden hadden wij als 16-jarigen nog geen gsm – can you even imagine? Voor de veiligheid hadden we wel een prehistorische ‘bieper’ mee. Maar uiteraard had ik het oproepnummer niét aan mijn mama gegeven. Ik was maar een weekendje weg, het zou toch niet nodig zijn om mij op te biepen. I’m a big big girl in a big big world. Ik zat in de scouts, ik kon toch overal mijn plan trekken?

Negentien jaar geleden beleefde ik een beetje een akelige nacht in dardennen, maar voor mijn broer en zus was het pas écht vreselijk. Zij waren thuis, en in tegenstelling tot hun kleine-zus-met-bieper-maar-zonder-nummer-in-het-hol-van-pluto waren zij wél bereikbaar. Zij kregen in het midden van de nacht telefoon thuis. Met verpletterend nieuws.

Negentien jaar geleden werd ik, helemaal uitgelaten en zonder stem na een onvergetelijk vriendinnenweekendje, opgehaald bij mijn vriendin thuis door mijn mama en mijn stiefpapa. Hij stond aan de deur en zei: “Ga maar al naar mama in de auto, ik neem uw spullen wel mee.” Aan de blik in zijn ogen zag ik toen al dat er iets aan de hand was. Ik liep naar de auto en zag mama op de achterbank zitten – nog iets dat niet klopte. Ze was aan het wenen. Ik stapte in de auto en ik heb haar tijdens de rit naar huis geen seconde los gelaten. Ik was kapot van wat ze me vertelde. Ik zie mij daar nog liggen, met mijn hoofd op haar schoot tijdens de rit van Mariakerke naar Destelbergen die zondagavond.


Papa was de voorbije nacht, op 1 april, verongelukt met zijn camionette. Hij had er waarschijnlijk nooit iets van beseft, hij kon niet meer geholpen worden door de MUG… Het beeld van mijn huilende mama op de achterbank staat in mijn geheugen gegrift. Het was een enorm triestig moment, maar tegelijk ook hoopvol. Want het was toen dat ik besefte: ook al gaan mensen uit elkaar (mijn mama en papa waren toen al 10 jaar gescheiden en dat was behoorlijk zwaar geweest voor hen), ze blijven elkaar altijd ergens graag zien. En dat is echt enorm mooi. 



Negentien jaar geleden had ik een soort haat-liefde verhouding met mijn broer en zus. We waren 19, 18 en 16 en maakten vaak ruzie – welke pubers doen dat eigenlijk niét? Toen ik hen voor het eerst zag na mijn thuiskomst uit de Ardennen en hen hard vastpakte, voelde ik: we zijn nu misschien niet de allerbeste vrienden, maar ik moet hen koesteren want we hebben elkaar nodig. Nu, en wellicht ook later. Negentien jaar later kan ik zeggen: ik zie mijn broer en zus doodgraag, en ik denk dat het wel wederzijds is.

Negentien jaar geleden leerde ik de waarde van echte vriendschap kennen. Het is een cliché maar in moeilijke situaties leer je écht je vrienden kennen. Neem dat van mij aan. Die 2 vriendinnen van het memorabele weekend hebben mij keihard gesteund en verder geholpen, net als de rest van mijn hechte groep vriendinnen van school én de scouts. En veel van hen zijn vandaag nog altijd mijn besties. We zien elkaar niet supervaak, maar voor hen ga ik door het vuur. Die meiskes betekenen echt superveel voor mij.

In de week na papa’s dood bleef ik welgeteld één dag thuis van school. Ik liep de muren op dus mijn keuze was snel gemaakt: ik wilde naar school gaan, bij mijn  vriendinnen zijn. Zij deden mij lachen en alles even vergeten. Ik ging ook gewoon supergraag naar school, ik vond dat leuk. Ik weet nog goed dat we de woensdag tijdens de les ethetica naar ‘Over the edges’ gingen in Gent, het kunstenparcours dat toen door de stad liep. Ik zie mij daar nog lopen, arm in arm met mijn lieve vriendinnen in de lentezon in ons groen uniformke. Ik vond het zo lief van onze lerares dat ze haar programma aangepast had speciaal voor mij.


De week na de begrafenis – het was toen paasvakantie – stond ik al speelpleinwerking te geven voor een bende uitgelaten kleuters. Deels omdat ik me daartoe geëngageerd had, maar vooral omdat ik altijd had geleerd om niet bij de pakken te blijven zitten. In die week ging ik met mijn mama en zus op een avond naar ‘Iedereen Beroemd’ kijken in de cinéma, om onze zinnen wat te verzetten. Op een bepaald moment zegt Marva, het hoofdpersonage, tegen haar papa met wie ze een moeilijke band heeft: ‘ik zie u graag papa’. Ik heb toen stilletjes zitten bleiten in de cinéma en ik denk mijn mama en zus ook. Ik heb die film intussen al heel vaak bekeken en nog altijd krijg ik er een krop in de keel van. Ik vind hem zo mooi.


De laatste jaren van zijn leven heeft papa mij soms teleurgesteld en verdrietig gemaakt. Hij had het niet altijd makkelijk, dat is wellicht nog zacht uitgedrukt… Misschien is het daardoor dat ik een planmatige controlefreak geworden ben, een onverbeterlijke perfectionist. Maar dat is zo erg nog niet. Trouwens, ik was er zelf ook niet altijd voor hem omdat ik het zodanig druk had met al mijn activiteiten met mijn vriendinnen en de scouts. Maar wist ik veel dat ik op mijn zestiende al afscheid ging moeten nemen van hem… Wist ik veel dat het supergezellige etentje met ons 4 in onze vaste stek ‘Casa del locos’ in Destelbergen op zaterdag 25 maart 2000 onze allerlaatste keer samen zou zijn. Daar denk je op dat moment niet aan hé, als zorgeloze puber. En spijt komt altijd te laat, dus daar doe ik niet aan mee. Papa zou dat ook niet gewild hebben. Ik neem het leven zoals het is, en ik blijf altijd positief. When life gives you lemons, weetjewel…


Ik geloof niet dat er ‘iets’ is na de dood, al heb ik wel even getwijfeld na die vreemde nacht op 1 april, want achteraf bekeken viel mijn ‘onder-bed-ervaring’ zo goed als samen met papa’s ongeluk. Soms voel ik me schuldig omdat ik na 19 jaar niet zo vaak meer aan hem denk en vooral met mezelf en mijn eigen leven en mijn eigen bekommernissen bezig ben. Maar dan denk ik: als hij nog érgens is, dan is het vooral in mezelf. Ik hoef me helemaal niet schuldig te voelen. Veel van de dingen die ik vandaag doe en hoe ik in het leven sta, heb ik van hem geleerd. En dat is zoveel waard.

Vandaag sta ik heel rationeel en down-to-earth in het leven. Niet te veel zagen en klagen, gewoon doen. En doorgaan – en met mijn koppigheid op anderen hun zenuwen werken, dat ook wel. Problemen los ik wel op wanneer ze zich stellen. Er bestaat voor alles een uitweg, al is dat jammer genoeg misschien niet altijd de makkelijkste weg. Vandaag werk ik hard om te bereiken wat ik wil. Ik wil zelfstandig zijn, onafhankelijk, mijn eigen keuzes maken om gelukkig te kunnen zijn. Mijn dromen verwezenlijken. Ken je het nummer ‘Free’ van Emeli SandeOh c’est la vie. Maybe something’s wrong with me. But at least I am free. I am free… Een nummer vol wijze levenslessen dat me telkens weer aan papa doet denken. Een vrije vogel, een enorme plantrekker, een sterk en koppig karakter (dat sommigen al eens durven te vervloeken). Zo was hij. Zo ben ik ook, en ik ben daar potverdikke trots op. 

Ik mis papa vandaag meer dan vroeger. Veel meer. Niet dat ik hem vroeger niét miste of dat ik nu hele dagen triestig ben. Uiteraard niet, ik ben een Bockske en dat is een sterk en positief ingesteld ras! Ik zou hem gewoon soms om zijn mening willen vragen en mijn hart uitstorten. Vroeger had ik dat niet echt, ik denk dat het eigen is aan de levensfase waarin ik zit. Ik ben 35, een leeftijd waarop ik me veel vragen stel over mezelf en over het leven. Ik heb heel wat twijfels en de dingen lopen niet altijd zoals ik het zou willen. Wat zou ik daar graag eens over praten met hem… Of gewoon bij hem langsgaan om samen te eten, te gaan wandelen in het weekend enz. Net zoals ik doe met mama. Met haar heb ik een supergoeie band – zij betekent enorm veel, bijna alles voor mij. Ik vraag me af of ik vandaag met papa een even goeie band zou hebben als met mama.  

Negentien jaar later mis ik hem echt enorm. In deze periode van het jaar, rond zijn sterfdatum, is dat gevoel altijd sterker aanwezig. Het is dubbel: enerzijds ben ik triestig omdat ik zo graag zou willen dat hij er nog is. Ik zou hem zo graag nog eens zeggen dat ik hem ontzettend graag zie en wat voor een lieve papa hij wel was en is. Want ik deed dat te weinig, denk ik. Maar ik denk ook veel terug aan vroeger, aan de zalige momenten die we samen hebben gehad. Dat zijn er echt gigantisch veel. En daar word ik blij van, echt waar. Ik koester ze. Papa was voor mij de allerbeste papa die hij maar kon zijn. 




Ik geloof niet dat papa nog ‘ergens’ is, hoe graag ik het soms zou willen. Daarvoor ben ik te nuchter. Hij is er écht niet meer hé. Wanneer ik op 12 mei de Great Breweries Marathon ga lopen op de ‘heilige’ Duvel-site (papa’s favoriete bier!), weet ik natuurlijk wel dat hij dat niet zal ‘zien’. Maar moest hij er nog zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat hij het de max zou vinden dat ik daar loop, om te finishen tussen de bierbakken. Hij zou zeker komen supporteren, zeker ook om dan achteraf mee een biertje te drinken 😉 



Die gedachte geeft mij zoveel goesting en motivatie om er vollen bak voor te gaan op 12 mei. Ik vind dat zalig, dat papa mij na 19 jaar nog altijd superveel drive geeft om iets te doen. Ik ben nu meer dan 2 maand bezig met mijn marathontraining en ik kan zeggen: het is echt wel lastig, een marathon loop je nu eenmaal niet ‘zomaar’. Maar man, wat ben ik gebeten om het goed te doen! Ik ga zeker afzien op 12 mei maar wat ik vooral ga doen is: genieten!!! Dankzij papa. Ik weet wel dat er massa’s mooie marathons zijn, in het buitenland en zo, maar voor mij is het gewoon een evidentie dat ik de Breweries loop. Eigenlijk ging dat mijn allereerste marathon zijn, maar vorig jaar had ik een zot plan waardoor het nu mijn tweede wordt. 



Ik ben vandaag niet verdrietig. Wel dankbaar, voor de jaren die we samen hebben gehad en de leuke herinneringen waaraan ik nog ontzettend vaak terugdenk met een lach en soms een traan. Trots, op wie papa was en wie ik geworden ben al die jaren later, mede door hem. Blij, om alles wat ik van hem heb geleerd en vandaag nog steeds leer. 
Josie x

Life Lately

Het is hier stilletjes de laatste tijd, ik weet het… Maar wees gerust: ik lig niet ergens in een donker hol te vegeteren of zo. Tijd voor nog eens een overzichtje van wat me zoals bezighield en -houdt de laatste weken!



IK LEES…


Momenteel ben ik bezig in ‘De hemel verslinden’ van Paolo Giordano. Ik ben er al een tijdje in aan het lezen, van half januari of zo. Ik vind het een mooi verhaal, ik lees het graag. Het gaat gewoon een beetje traag en het is wat langdradig. Ik lees de Nederlandse versie en er staan redelijk veel ‘gammele vertalingen’ in. Daarom probeer ik dus zo weinig mogelijk vertalingen te lezen maar bij dit boek kon ik niet anders, ik spreek geen Italiaans… Maar ik heb nog een 40-tal pagina’s te gaan dus het komt wel goed 🙂 Ik begin stilaan wel te verlangen naar een nieuw boek, ‘Becoming’ van Michelle Obama ligt hier al een hele tijd te blinken en ik kan niet wachten om erin te beginnen!




Een ander boek dat ik tegelijkertijd lees is non-fictie, namelijk ‘Het slimmedarmendieet’ van Dr. Michael Mosley. Het gaat over hoe je darmen je lichamelijke én je geestelijke gezondheid kunnen beïnvloeden en verbeteren (of verslechteren). Het werd mij aangeraden door mijn mama, mijn zus en eigenlijk nog een aantal andere mensen. Ik heb niet echt problemen met mijn darmen momenteel – behalve dat ze heel prikkelbaar zijn maar daar heb ik leren mee leven. Een paar jaar geleden heb ik wél erg gesukkeld, tot ik lactose ben beginnen vermijden. Ik ben hierdoor veel afgevallen maar ik voel me wel heel goed vandaag en ik weet vrij goed wat ik beter niét eet en wat ik juist wél moet eten om mijn darmen te ‘plezieren’. Maar het kan altijd beter en ik vind het boeiend om de wondere wereld van de darmen beter te leren kennen 🙂 Het boek is vlot en leuk geschreven, zeker niet op een belerende toon. Het is nog niet uit maar ik kan al zeggen dat ik er veel uit heb geleerd! Dank u mama 🙂


IK VIERDE FEEST…


Wie mij een klein beetje volgt, heeft het wel zien passeren: op 13 februari werd Emil 6 jaar. We hebben dat hier goed gevierd, uiteraard. Emil was al ongeveer een half jaar aan ’t aftellen naar zijn verjaardag dus er was gewoon geen andere optie 😉 Hij had geluk dat zijn verjaardag op een woensdag viel. In de namiddag was het feestje voor 7 klasvriendjes (6 jongens en 1 meisje, waar blijkbaar alle jongens ne crush op hebben). Ik hield op voorhand mijn hart vast voor wat dat ging geven (ik had al nachtmerries over een volledig ontploft kot EN IK KAN NIET TEGEN ROMMEL!!!) maar het viel eigenlijk goed mee. Ja, het was luid (ik heb één keer de ambetante ma moeten uithangen door een mega-irritante trompet in beslag te nemen) en er lag veel rommel. As: orkaan, vulkaan, tornado en windhoos all-in-one. Maar ze zijn vree braaf geweest en ik had de indruk dat ze het wel allemaal naar hun zin hadden. Emil was ook supercontent, dat zie je wel op de foto hieronder… Lexie daarentegen was behoorlijk getraumatiseerd. Ik moet daar geen tekeningskes bij maken hé: 8 kinders die elk minstens 10 keer aan haar staart getrokken hebben en haar probeerden te bekogelen met speelgoedauto’s…


En ze had dikke pech want de zondag was het weer van dattem. Toen kwam onze familie feest vieren en waren we met 14 volwassenen en 5 kinderen. Full house dus! Het feestvarken genoot met volle teugen van de aanwezigheid van alle mensen die hij het liefst ziet. En die natuurlijk ook allemaal (veel te) veel cadeautjes mee hadden 😉 Hij kan nu beginnen aftellen naar zijn zevende verjaardag! 




IK LOOP…


… nog altijd heel veel, of wat had je gedacht? Ik zit in week 7 van mijn marathonvoorbereiding en de trainingen verlopen supervlot. Ik geniet ervan, ik voel me goed en ik ben zowaar beginnen houden van intervaltrainingen (die ik vroeger zooooo haatte!). Het is nog iets meer dan 2 maanden tot de marathon en het lijkt allemaal nog veraf. Ik train gewoon goed verder en ik blijf er vooral van genieten! Want een marathon lopen, ik doe dat om mijn grenzen te verleggen én voor mijn plezier. Ik doe dat niet om mijzelf te bewijzen aan iets of iemand, en al zeker niet ‘omdat iedereen het doet’. De dag dat ik ergens pijn heb of er geen plezier meer in heb, stop ik ermee hoor. Maar eerlijk gezegd denk ik niet dat die dag rap/ooit gaat komen… Ik vind het gewoon véél te leuk 🙂


Door het (veel te) zachte weer van de voorbije weken kon ik een aantal keer in short en t-shirt gaan lopen. Het zijn abnormale weersomstandigheden (en ik maak mij daar wel een beetje zorgen over) maar dit vind ik wel een leuk voordeel ervan! Lopen in ’t kort geeft gewoon zo’n enorm gevoel van vrijheid! En ik heb altijd de indruk dat ik sneller kan lopen zonder al die laagskes stof rond mijn lijf 🙂



IK ONTDEKTE…


… een nieuw leuk eetadresje in Gent: Epiphany’s Kitchen. Ik ging er onlangs eten met mijn BFFs. Het is zeer sprookjesachtig ingericht (door de interieurarchitect van Plopsaland, wist gastvrouw Epiphany ons te vertellen, en dat merk je er wel aan). Over het interieur heb ik mijn twijfels, maar het eten vond ik heel lekker. De gerechten zijn volledig gebaseerd op groenten, dus ja dat is echt wel mijn ding 🙂 Ik at een megalekkere vegan pasta op basis van spaghettipompoen met een sausje van fijne groenten en pindanootjes. De foto trekt op niet veel maar het licht zat niet goed en ik geef toe dat ik ook gewoon geen goesting had om lang te proberen om de perfecte foto te nemen 🙂 Als je graag groentjes eet en eens iets nieuws wil proberen, dan is dit een aanrader! Bovendien is het in Gent-centrum, dat is sowieso al de max.

Voor mijn job moest (allez, ‘mocht’) ik onlangs een interview doen bij Moodstore Duka in Brugge, vlakbij het Minnewater. Het is een gezellige concept store met interieurspullen, fashion, juwelen, kaartjes, allerlei cadeautjes en nog zoveel meer. Eigenares Katrien baat haar winkel uit met veel passie en alles wat ze verkoopt heeft een uniek verhaal. Een winkeltje waar je héél lang kan rondsnuisteren. ’t Is heel leuk ingericht, ik voelde me er meteen thuis! En dat is net de bedoeling, zodt je op je gemak kunt kijken en shoppen. Zeker eens langsgaan als je in Brugge bent!




Ik ontdekte ook een nieuw shopadresje: online apotheek Pazzox. Ik heb een zeer gevoelige huid en ik gebruik speciale producten uit de apotheek. Meestal lukt het me wel om in de apotheek zelf langs te gaan (dankzij de ruime openingsuren! waarom doen banken en zo dat niet?). Maar als het echt druk is of als ik veel in één keer wil bestellen, doe ik het soms online. Pazzox is een nieuwe online Belgische apotheek met een heel ruim gamma, waaronder Roseliane en Weleda. Van Roseliane gebruik ik al jaren de anti-roodheid dagcrème en de CC crème voor mijn gezicht. Weleda Skin Food vind ik ook een zalig product, ik ben al lang fan! Het is een echte ‘alleskunner’ die droge en ruwe plekjes voedt: schrale handen, gesprongen lippen, ruwe voeten,… Het is bovendien een natuurlijk product en dat vind ik wel een pluspunt. Ik mocht van Pazzox 50 € besteden aan mijn favoriete producten. De levering gebeurde zeer snel en ik kreeg er een leuk extraatje bij (lippenbalsem). Ik zal er in de toekomst nog wel eens iets bestellen, denk ik!






IK GENIET…


… van heel veel kleine dingen, want die kunnen mij zo blij maken hé! Gewoon al de zon die volop schijnt, dat doet zoveel met mij! De dagen worden al langer en dat is zalig. Als ik nu ’s morgens ga lopen om 6 uur (yes, I am that crazy… and proud of it!) is de zon al aan het opkomen tegen dat ik thuis ben. En ’s avonds is het nog licht wanneer ik in al mijn elegantie weer tevoorschijn kom uit het muffig hol a.k.a. mijnen bureau. En Emil zijn kleine lieve attenties, daar word ik ook immens gelukkig van. Zoals een tekening van Lexie die hij op mijn bureau legt als verrassing of dat hij thuiskomt van school met zelfgeplukte madeliefjes in zijn fruitdoos ‘omdat daar veel ‘lief’ in zit en jij bent zo lief mama’ 




Waar ben jij zoal mee bezig de laatste tijd?


Love, Josie xo