Tags

, ,

Op zondag 12 mei liep ik mijn
tweede marathon, de
Great Breweries.
Ik had er lang
naar uitgekeken (en wellicht veel mensen op de zenuwen gewerkt met al mijn
excitement en zo #sorrynotsorry) en ik was sinds begin januari aan het trainen met een
loopschema van Energy Lab… Waarschuwing: dit is een laaaange post maar ik kreeg het écht niet in minder woorden geformuleerd!



Ik heb het schema 16 weken lang tot in de puntjes gevolgd
omdat ik een extreme controlefreak ben, afgezien van die ene week waarin ik
last had van mijn onderrug en ik bijgevolg écht niet te pruimen was… 
Gelukkig
was het euvel snel van de baan met een weekje looprust op skivakantie (kwam
toen goed uit!), kine-sessies en rugoefeningen thuis.

Veel lopers kiezen voor een
buitenlandse marathon of een ‘grote klepper’. Ik begrijp hen ergens wel maar
voor mij was ‘de
Breweries’ een zeer logische keuze
. Ik had er
al 3 jaar op rij de 25 km gelopen. Ik vind dat een ideale afstand om uit mijn
comfort zone ‘getrokken’ te worden. Want, zonder te willen klinken als een
pretentieus wicht, een halve marathon is op den duur een beetje de normaalste zaak van de
wereld. Ik heb er al een stuk of 15 gelopen sinds m’n eerste
in oktober 2013
. Hoewel ik het een superleuke afstand blijf vinden, kan ik ‘de
halve’ wel afleggen zonder specifieke voorbereiding. Maar die 25 km op de
Breweries in
2016,
2017
en
2018:
dat was toch telkens een ferme uitdaging waar ik een uitgekiend schema voor
volgde. Want dat is niet ‘zomaar 4 km meer’, zoals mensen wel eens durven
beweren. Het waren er 4 die elke keer echt pijn deden en waar ik toch altijd een grens
voor moest passeren. Vooral ook omdat het elke keer bloedheet was, wat het
extra pittig maakte natuurlijk.


Maar toch heb ik niks dan goede
herinneringen aan die 3 deelnames op de Breweries. Ik weet nog goed dat ik
vorig jaar, toen ik aan de finish kwam van de 25 en zag dat ik een supermooi PR
gelopen had (2u01’, 9 minuten sneller dan het jaar ervoor!) dacht: allrighty, volgend jaar loop ik hier de
marathon. Mijn eerste. Want ik ben er klaar voor.
Een paar weken
later kwam de marathon in mijn woonplaats Torhout er redelijk impulsief tussen
gekropen
, waardoor dat dus mijn ‘marathonontmaagding’ werd. Ik vond die eerste
fantastisch leuk.
Ik liep hem in 3u41’ en ik was zielsgelukkig. Ik wist
meteen dat er een tweede zou volgen én welke het zou zijn: de Great Breweries
in de lente van 2019. Ik
heb daar geen fractie van een seconde aan getwijfeld.

In januari begon ik aan mijn
trainingsschema voor de marathon. Mijn doel: sneller dan 3u41’, vaneigenst!
Volgens coach Thijs van Energy Lab was dat zeker mogelijk. Zoals ik al schreef,
volgde ik zijn schema nauwgezet (dikke vette speekmedaille voor mezelf!). Begin mei, toen
de zwaarste trainingsweken achter de rug waren, voelde ik me echt in topform.
Met een goed gevoel begon ik aan de laatste herstelweken. Maar in de week voor
de marathon kreeg ik echt een gigantische klop.
Ik begon overal ‘pijntjes’ te
voelen: in mijn longen, in mijn scheenbeen en bovendien wilden die vervelende
blaren – schone souvenirs van mijn langste trainingen – maar niet genezen. Ik
voelde me vooral ook ontzettend moe en als ik dacht aan de marathon die ik op
het einde van de week zou lopen, zag ik het eigenlijk echt niet zitten. Ik wist
begot niet hoe ik die 42 km ging afleggen met zo’n vermoeid en futloos lijf. Ik
kreeg er stress door, met als gevolg dat ik me nog mottiger voelde. Kortom, ik
was het zonnetje in huis die week! 


Toen ik op zaterdagavond in bed
kroop, dacht ik bij mezelf: dat het maar
rap zondagavond is. Dan is de marathon achter de rug en ben ik er hopelijk in
geslaagd om hem uit te lopen. En dan kan ik in mijne zetel liggen en naar de ontknoping
van De Mol kijken…
 Ik was op tijd in bed gekropen – tegen 21u30, voor mij
is dat echt vroeg – maar natuurlijk heb ik nog 2 uur liggen draaien en zuchten in
mijn bed. Om maar te zeggen: ik was écht doodzenuwachtig. Zo zenuwachtig was ik
zelfs nooit voor mijn moeilijkste examen! Nu ja, ik was echt wel een seut die
megaveel blokte dus dat is geen referentie… Maar voor mijn eerste marathon
voelde ik me ook bijlange niet zo zenuwachtig. Toen had ik natuurlijk nog geen
flauw benul van wat me te wachten stond hé – alles na de 25 km was één groot
zwart gat. Een spannend zwart gat – hoe fout dat ook mag klinken – waar ik
razend benieuwd naar was. Deze keer wist ik het wél, en ik wist heel goed dat
het op een bepaald punt pijn ging doen.
En terwijl bij de eerste ‘gewoon
uitlopen zonder in de goot te belanden’ mijn hoofddoel was, was ik nu wel wat
ambitieuzer. Ah ja, want ik had al bewezen dat ik de afstand kon lopen. Dus het
streefbeest in mij was aangewakkerd en het stond in vuur en vlam om een
snellere tijd neer te zetten. Zo ben ik nu eenmaal, het is sterker dan mezelf. Ik
leg de lat graag hoog voor mezelf en zo bezorg ik mijn eigen vaak ook een pak
stress.

Zo komt het dus dat ik op
moederdag om 9u al bibberend (van de kou en van nervositeit) en met véél
zenuwen aan de start stond van mijn tweede marathon. Allerlei gedachten schoten
door mijn hoofd, zoals: Waarom is dat nu
toch weer nodig, ik had in mijn bed kunnen liggen en mij vollen bak laten
bedienen op mijne moederkesdag vandaag… Zie mij hier nu staan, allez
… Ik had ook veel schrik dat de
tweede bijlange zo leuk niet ging zijn als de eerste. Dat ik compleet
gedesillusioneerd ging aankomen en nooit meer een marathon zou willen lopen. Kortom:
stresskieken eerste klas. Maar door daar een kwartier te staan in dat startvak (de
start was om 9u15) tussen de andere lopers en te zien dat zij even nerveus
waren als mij, werd ik op slag rustiger. Meer nog: ik werd bijna volledig zen
(voor zij die mij niet kennen: dat is een toestand waarin ik, notorious duracellkonijn
since 1983, maar zelden verkeer). Daar in de naar zweet en stress-protjes
geurende startbox, tussen mijn (vooral mannelijke) medelopers, heb ik de klik
gemaakt.
Gij kunt da wel, Bokkie. Ge hebt
keihard getraind, laat u nu niet doen hé. Gewoon gaan… en blijven gaan!
Ik
was ook al de hele tijd bijna non-stop aan het geeuwen en dat stelde me extra
gerust. Ik heb dat altijd voor een loopwedstrijd, het is een teken dat ik
ontspannen ben en dus klaar ben om te knallen. Ik zette mijn uiterst smaakvolle
running playlist aan (
die je trouwens kan
checken op Spotify!
) en het startsein werd gegeven. Vanaf dan was het:
lopen, trut!!!!
– want zo noem ik mezelf liefkozend. En ik was vertrokken, voor
42 kilometer plezier, pijn en emoties. Genieten en afzien op hetzelfde moment. En
runners’ high in tranen, dat ook. Maar wacht efkes, ik ga nog niet vooruitlopen
op de feiten…


Ik startte achteraan in het
startvak van de 3u30’, net voor dat van de 3u45’. Want ik mikte op een tijd
ergens daartussen. Ik raakte makkelijk op dreef. Ik loop nooit bij een pacer (daar
ben ik te asociaal voor en ik zou diene mens toch maar op de zenuwen werken
) maar ik hou ze wel een beetje in de gaten. De pacer
van de 3u30’ liep een paar 100 meter voor mij en ik zorgde dat ik hem in de
verte bleef zien. Terwijl de pacer van 3u45’ vlak na de start nog achter mijn
gat liep te hijgen, zag ik hen niet meer lopen na een paar kilometer. Ik was
dus op mijn gemak en ik liep vlotjes door. Ik hield mijn pace niet de hele tijd
in het oog maar af en toe wierp ik eens een blik op mijn Polar en daar zag ik
dat mijn tempo schommelde rond de 5 min/km. Ideaal! Het ging vlotjes dus ik
probeerde dit tempo aan te houden. Ik wist ook wel dat ik niet te euforisch
mocht worden en versnellen, want dit zou me zuur kunnen opbreken. 42 km is echt
wel ver en ik was er nog lang niet… Maar bon, die eerste 10 kilometers waren in
een wip voorbij (50:44’!) en voor ik het wist, bereikte ik Brouwerij Palm en
mocht ik lopen door de heerlijk zwoele, naar bier geurende fabriek.
Buiten stonden
veel toeschouwers en dat gaf mij een boost. Als vrouw op zo’n relatief kleine
marathon kon ik rekenen op heel wat applaus en aanmoedigingen – bij mijn vorige
marathon was dat ook zo. De max, ik voel mij dan altijd voor een paar seconden
een badass heldin
😊 Ik was onderweg Pieterjan ook al een paar
keer tegengekomen, die een volledige route had uitgestippeld met de fiets om
mij zoveel mogelijk te zien en te bevoorraden met drank en gellekes. Ook mijn
vriendin en haar gezin waren van de partij en ik had hen ook al eens gezien.

Rond de 12 km was er de
splitsing tussen de marathon en de 25 km. Een speciaal moment want vanaf dan
was het parcours volledig nieuw voor mij, tot iets na de 35 km wanneer we weer
zouden samenkomen. Toen ik afsloeg, gaf dat toch wel een apart gevoel. Het
bleef vlot gaan en ik liep een tijdje samen met een paar mannen die hetzelfde
tempo liepen. Soms begon er eentje te versnellen en toen heb ik wel opgelet om
me niet te laten meeslepen. Want ik was nog steeds goed aan het doorlopen en ik
wist wel dat ik niet sneller dan dat mocht lopen, wilde ik de finish heelhuids
halen. Ik ben vanaf dan mijn pace geregeld beginnen checken op mijn Polar, om
mezelf zeker niet te ‘verbranden’.
We liepen langs oneindige velden en hoe mooi
het parcours ook is, op den duur begon dat wel tegen te steken. Ik loop al
genoeg langs akkers hier thuis
😉 Daardoor begon ik te focussen op de laaaaaange
afstand die ik nog voor de boeg had en kreeg ik ook het gevoel dat ik pipi
moest doen. Gelukkig had ik goeie muziek om me af te leiden, een nummer dat ik
me nog goed herinner van op dat stukje was ‘Shake ya tail feather’ van Nelly en
P. Diddy
😊


Na een 18-tal kilometer liepen
we het bos in. Heel leuk om daar te lopen, de afwisseling kwam net op tijd! In
het bos lag ook het halfway point. Daar passeerde ik op 1:45’. Bij mijn eerste
marathon was dat op 1:47’, dus ik wist dat het goed was.
Ik was gewoon ook superblij dat die halve achter de
rug was, vanaf dan was het richting finish. In mijne zotte kop maakt dat echt
een groot verschil. In het bos waren er een aantal lussen en daar kruiste ik 2
keer de pacer van 3u30’. Maar ik wou niet tot het uiterste gaan om hem bij te
houden. Liever mijn tempo aanhouden dan mezelf kapot lopen… Aan die pacer
‘hingen’ ook veel andere lopers en dat vind ik sowieso niet zo leuk. Ik ben
zo’n asociaal geval dat liefst alleen loopt. Rond 26 km was het gedaan met het
bos en op naar de 30. Daar waar het wellicht pijn ging beginnen doen… Ik was er
klaar voor!
Op het einde van het bos zag ik Pieterjan nog eens en hij stak goedkeurend
zijn duim omhoog. Dan weet ik dat het goed is
😉

Die 30 was er echt snel, veel
sneller dan ik had verwacht. Rond 29 km liep ik langs Brouwerij Bosteels in
Buggenhout. Ik wist wel dat ik daar zou passeren maar niet dat er zoveel
ambiance en volk zou zijn. Dat gaf mij echt een enorme boost! In de brouwerij
moest ik een lus lopen en ik hoorde dat de speaker mijn naam scandeerde omdat
ik blijkbaar een van de eerste vrouwen was… Ik kreeg veel applaus en dat deed echt
deugd. Bovendien stonden mijn vriendin & co daar ook, wat ik totaal niet
verwacht had. Het was ook een klein beetje beginnen regenen en die verfrissing
was best wel aangenaam. Dus ja, voor ik het wist had ik 30 km in de benen. Zotjes.
Op dat moment wist ik al dat ik sowieso de finish ging halen. Want ik was nu al
zo ver geraakt, ik ging het nu niet meer laten schieten. Dat zou echt wel zonde
zijn.
Ik voelde me goed en ik had nog wel wat reserves om de pijn aan
te kunnen. Ik was er al in geslaagd om, zoals ik me had voorgenomen, ongeveer
elke 7 km een gelleke binnen te duwen en ik had aan elke drankpost flink een
bekertje water gedronken, ook als ik eigenlijk geen dorst had. Daar was ik blij
om, want ik verwachtte dat de volgende gellekes maar zeer moeilijk meer gingen
binnen gaan. Ik herinnerde me van mijn eerste marathon dat er echt niks meer
bij kon na 35 km, en dat Pieterjan me gedwongen heeft om toch nog een half
gelleke in mijn lijf te duwen.


Rond 31 km passeerde ik mijn
vriendin & co. Uiteraard kon er nog een grote glimlach vanaf (altijd hé, voor de
supporters
) maar het was vergezeld van de woorden: ‘het begint
nu wel pijn te doen hoor’. Echt fysieke pijn op een bepaalde plaats voelde ik
niet, het was meer een gevoel van vermoeidheid.
Ik wist dat ik mijn knop moest
omdraaien en er niet aan mocht denken, wat me ook lukte. Maar terwijl de eerste
kilometers van de marathon voorbij vlogen, leken die van 30 tot 37 toch wel een
pak trager te gaan. Ik had het gevoel dat ik als een slak vooruitliep, al zei
mijn sporthorloge van niet want mijn pace bleef gelijk. Mentaal was dit echt
een zwaar stuk, een gevecht tegen mezelf zeg maar. Een marathon loop je niet
alleen met je benen maar voor een groot deel ook met je hoofd.
Dat heb ik daar
echt wel beseft. Gelukkig heb ik een koppig hoofd en geef ik niet snel op. Een familietrekje!

Ik zag steeds meer lopers een eindje wandelen en ik kon af en toe iemand voorbijsteken. Dat gaf mij extra moed. Niet
dat ik zo’n bitch ben die daar plezier uit haalt, maar het deed me wel beseffen
dat iederéén het lastig had. Dat dat gewoon normaal is, zelfs als je supergoed
getraind bent. Maar ik? Ik ging voor mijn kop niet wandelen. Hoogstens een
beetje vertragen. Maar alleen als het écht moest…
(spoiler alert: it didn’t happen). Op dat lastige stuk reed Pieterjan vaak naast maar meestal achter
mij. Hij weet dat hij zijn mond moet houden (I taught him well) maar de
gedachte dat hij in de buurt was, hielp mij ook wel om door te zetten.


Ergens rond 38 km kapte ik nog een
vijfde overheerlijk, mierzoet gelleke in mijn mond, in de hoop dat mijn maag niet
ging beginnen tegensputteren – wat gelukkig niet gebeurde. Ik voelde dat ik het
wel nodig had voor de laatste kilometers, uiteindelijk ben ik ook maar nen
tandenstoker breed hé
😉 Kort daarna stak ik een loper voorbij met wie ik tot
ongeveer 16 km samen gelopen had (weliswaar zonder een woord te zeggen) maar die
dan gelost was naar de pacer van 3u30’. Ik had hem nog 2 keer gekruist in het
bos en we hadden dan telkens van high five gedaan. Je weet wel, asociale lopers
onder elkaar en samen afzien schept een band en zo
😉
Plots zag ik hem weer lopen, zijn oranje shirt van de NN Running Club
(waarvoor ik schrijf en ik ben zelf ook lid van de club) viel me op. Ik stak hem voorbij, ik moedigde
hem aan en hij gebaarde dat hij echt op was. Uiteindelijk kwam hij een tweetal
minuten na mij aan. Hij vertelde mij dat hij spijt had dat hij niet bij mij
gebleven was, want dat hij zichzelf kapot gelopen had door met die pacer mee te
willen. Maar het was zijn eerste marathon en hij is 58 jaar dus ik vond het
sowieso een super prestatie van hem!

Die laatste kilometers, dat was
puur op adrenaline.
Ik kon de finish al ruiken en ik piepte eens naar de klok
en zag dat ik wel eens een PR zou kunnen lopen… Ik was toen echt wel moe en
Pieterjan heeft het moeten ontgelden want terwijl hij me aanmoedigde om nog
even door te gaan, beet ik zijn neus er bijna af… Ik had zijn aanmoediging een
beetje mis geïnterpreteerd (die wijven hé, altijd miserie daarmee…) en ik denk dat mijn hoofd het gewoon niet meer aan
kon op dat moment… Nogmaals mijn excuses aan de beste fietsbegeleider ter
wereld!!!!!! Een extra bedanking voor hem is hier trouwens wel op zijn plaats, want hij is tijdens mijn trainingsperiode heel flexibel geweest zodat ik kon gaan lopen op het moment dat het voor mij het best uitkwam. Merci, you’re the best!
 


Na een dikke 41 km was het tijd
om linksaf te draaien. Pieterjan deed teken dat hij meteen ging doorfietsen
naar de finish. Ik weet nog dat ik dacht:
see
you on the other side… 
Voor mij was het tijd om de Duvel Brouwerij in te
lopen, het laatste stuk richting aankomst. De ‘heilige grond’ van mijn papa’s
favoriete bier. Naar dat moment had ik echt uitgekeken.
Mijn benen deden echt
wel pijn maar ik werd luid aangemoedigd door alle supporters omdat ik de 5de
vrouw was.
Ik ben in tranen uitgebarsten, ik kon er niks tegen beginnen. Omdat
ik we
et dat papa daar anders zeker tussen zou
gestaan hebben, in het Duvel-walhalla. Ik had tijdens het lopen, op de
moeilijke momenten, al vaak aan hem gedacht. Ook in de afgelopen trainingsmaanden,
waarin ik toch af en toe een dip had en mijn motivatie moest gaan terugzoeken.
Het klinkt misschien stom maar dat gaf mij altijd veel moed om te blijven gaan
en de pijn te verbijten. Want een Bockske geeft nooit op! De foto’s hieronder zeggen alles, denk ik…


Ik
heb al wenend mijn medaille in ontvangst genomen. Geen tranen van verdriet,
maar van pure blijdschap, van ’t mooiste dat er is.
Ik
 wou zó graag na mijn marathon den Duvel hijsen richting daarboven. Het is mij
gelukt en ik ben zo ontzettend blij daarvoor. Ik
ben totaal niet (bij)gelovig maar ik wil héél graag geloven dat ik op 12 mei
iemand heel fier gemaakt heb op zijn dochterke, daarboven of waar dan ook. Die medaille rond mijn nek is er één met een extra gouden randje.


Het was voor mij de mooiste moederdag ooit: 42 km
me-time cadeau gekregen én een supermooi PR gelopen!
Een PR was geen must maar
ik wist wel dat het erin zat want ik had er keihard voor getraind en ik hoopte
stiekem op 3u35. Ik ben echt trots op mezelf want het was niet evident
om alle trainingen in mijn agenda te passen en het was echt wel zwaar. Maar kijk,
hard work pays off hé. En dat geeft zoooooooooooooveel voldoening! 

Marathon nummer 2 is in the pocket en het was weer een
onvergetelijke ervaring. De Great Breweries Marathon is weer een zalige
loopherinnering waar ik nog lang van ga nagenieten!
Ik vond het een mooi parcours, top organisatie en leuke sfeer. Het is een relatief kleine marathon en dat vind ik net de charme ervan. Volgend jaar ben ik weer van de partij! 


We zijn nu bijna 2 weken verder en ik geniet nog altijd na. Ik kan het nog steeds niet goed geloven want ik had niet gedacht dat ik zoiets kon. Blijkbaar is 3u34’ echt wel straf voor een vrouw, of toch van mijn kaliber… Het smaakt alleszins naar meer en dat er een derde marathon komt, daar bestaat geen twijfel over. Maar ik weet nog niet waar en wanneer. Ik wil nu eerst een paar maanden genieten van schemaloos lopen, lekker op mijn gevoel. Op 6 oktober loop ik sowieso in Brussel. Ik loop daar al 6 jaar de halve marathon, sinds het jaar dat ik mama geworden ben. Ik loop die ontzettend graag. Dit jaar sowieso ook, ik zeg wel al lang dat ik eens de ganse wil lopen in Brussel maar het staat bekend als een zware en ik weet niet of ik zo snel weer wil beginnen trainen voor een marathon. Nog even nadenken dus, ik heb nog tijd. Maar uiteraard zijn alle ideeën en suggesties welkom 😊


Love, Josie xo