Vandaag, 1 april, is een heel speciale dag voor mij. Al 19 jaar lang. Op 1 april 2000 maakte ik de droevigste dag uit mijn leven mee. Tegelijk was het een dag en vooral ook een lange periode nadien, tot op vandaag eigenlijk, die mij heel wat mooie en wijze levenslessen bijgebracht heeft. Waar zwart is, is altijd ook wit. Dat is een zekerheid die altijd zal blijven bestaan…


Negentien jaar geleden was ik op weekend in de Ardennen met 2 vriendinnen. We waren 16, onbezonnen en perfect gelukkig. Echt waar, ik had niks van zorgen in dat magische jaar tweeduust.  Op dat vriendinnenweekendje beleefde ik, zonder overdrijven, een van de leukste avonden uit mijn jeugd met een ‘Tien om te Zien’ persiflage die ik nog altijd op videocassette liggen heb. No shame, waarom zou ik? 😉 Maar misschien ben ik toch een beetje blij dat video’s nauwelijks meer kunnen afgespeeld worden dezer dagen… In ieder geval, ik amuseerde mij te pletter en ik had buikpijn toen ik naar bed ging. Van het lachen, welteverstaan. Eefke & Betty, als jullie dit lezen: dat waren tijden hé 🙂

Negentien jaar geleden werd ik, na die memorabele avond met mijn vriendinnen in een godverlaten Ardens boerenhol, vlak voor middernacht zwetend en angstig wakker. Op de grond, half onder mijn bed. Not kidding you, echt heel raar. En ’t is niet dat ik aan den drank gezeten had want ik was toen zo mogelijk een nog grotere seut dan nu 😉 Maar bon, ik kroop rap weer in mijn bed want de volgende dag hadden mijn vriendinnen en ik nog veel leuke plannen. We hadden ne videocamera mee en die moesten we toch optimaal benutten hé… 

Negentien jaar geleden hadden wij als 16-jarigen nog geen gsm – can you even imagine? Voor de veiligheid hadden we wel een prehistorische ‘bieper’ mee. Maar uiteraard had ik het oproepnummer niét aan mijn mama gegeven. Ik was maar een weekendje weg, het zou toch niet nodig zijn om mij op te biepen. I’m a big big girl in a big big world. Ik zat in de scouts, ik kon toch overal mijn plan trekken?

Negentien jaar geleden beleefde ik een beetje een akelige nacht in dardennen, maar voor mijn broer en zus was het pas écht vreselijk. Zij waren thuis, en in tegenstelling tot hun kleine-zus-met-bieper-maar-zonder-nummer-in-het-hol-van-pluto waren zij wél bereikbaar. Zij kregen in het midden van de nacht telefoon thuis. Met verpletterend nieuws.

Negentien jaar geleden werd ik, helemaal uitgelaten en zonder stem na een onvergetelijk vriendinnenweekendje, opgehaald bij mijn vriendin thuis door mijn mama en mijn stiefpapa. Hij stond aan de deur en zei: “Ga maar al naar mama in de auto, ik neem uw spullen wel mee.” Aan de blik in zijn ogen zag ik toen al dat er iets aan de hand was. Ik liep naar de auto en zag mama op de achterbank zitten – nog iets dat niet klopte. Ze was aan het wenen. Ik stapte in de auto en ik heb haar tijdens de rit naar huis geen seconde los gelaten. Ik was kapot van wat ze me vertelde. Ik zie mij daar nog liggen, met mijn hoofd op haar schoot tijdens de rit van Mariakerke naar Destelbergen die zondagavond.


Papa was de voorbije nacht, op 1 april, verongelukt met zijn camionette. Hij had er waarschijnlijk nooit iets van beseft, hij kon niet meer geholpen worden door de MUG… Het beeld van mijn huilende mama op de achterbank staat in mijn geheugen gegrift. Het was een enorm triestig moment, maar tegelijk ook hoopvol. Want het was toen dat ik besefte: ook al gaan mensen uit elkaar (mijn mama en papa waren toen al 10 jaar gescheiden en dat was behoorlijk zwaar geweest voor hen), ze blijven elkaar altijd ergens graag zien. En dat is echt enorm mooi. 



Negentien jaar geleden had ik een soort haat-liefde verhouding met mijn broer en zus. We waren 19, 18 en 16 en maakten vaak ruzie – welke pubers doen dat eigenlijk niét? Toen ik hen voor het eerst zag na mijn thuiskomst uit de Ardennen en hen hard vastpakte, voelde ik: we zijn nu misschien niet de allerbeste vrienden, maar ik moet hen koesteren want we hebben elkaar nodig. Nu, en wellicht ook later. Negentien jaar later kan ik zeggen: ik zie mijn broer en zus doodgraag, en ik denk dat het wel wederzijds is.

Negentien jaar geleden leerde ik de waarde van echte vriendschap kennen. Het is een cliché maar in moeilijke situaties leer je écht je vrienden kennen. Neem dat van mij aan. Die 2 vriendinnen van het memorabele weekend hebben mij keihard gesteund en verder geholpen, net als de rest van mijn hechte groep vriendinnen van school én de scouts. En veel van hen zijn vandaag nog altijd mijn besties. We zien elkaar niet supervaak, maar voor hen ga ik door het vuur. Die meiskes betekenen echt superveel voor mij.

In de week na papa’s dood bleef ik welgeteld één dag thuis van school. Ik liep de muren op dus mijn keuze was snel gemaakt: ik wilde naar school gaan, bij mijn  vriendinnen zijn. Zij deden mij lachen en alles even vergeten. Ik ging ook gewoon supergraag naar school, ik vond dat leuk. Ik weet nog goed dat we de woensdag tijdens de les ethetica naar ‘Over the edges’ gingen in Gent, het kunstenparcours dat toen door de stad liep. Ik zie mij daar nog lopen, arm in arm met mijn lieve vriendinnen in de lentezon in ons groen uniformke. Ik vond het zo lief van onze lerares dat ze haar programma aangepast had speciaal voor mij.


De week na de begrafenis – het was toen paasvakantie – stond ik al speelpleinwerking te geven voor een bende uitgelaten kleuters. Deels omdat ik me daartoe geëngageerd had, maar vooral omdat ik altijd had geleerd om niet bij de pakken te blijven zitten. In die week ging ik met mijn mama en zus op een avond naar ‘Iedereen Beroemd’ kijken in de cinéma, om onze zinnen wat te verzetten. Op een bepaald moment zegt Marva, het hoofdpersonage, tegen haar papa met wie ze een moeilijke band heeft: ‘ik zie u graag papa’. Ik heb toen stilletjes zitten bleiten in de cinéma en ik denk mijn mama en zus ook. Ik heb die film intussen al heel vaak bekeken en nog altijd krijg ik er een krop in de keel van. Ik vind hem zo mooi.


De laatste jaren van zijn leven heeft papa mij soms teleurgesteld en verdrietig gemaakt. Hij had het niet altijd makkelijk, dat is wellicht nog zacht uitgedrukt… Misschien is het daardoor dat ik een planmatige controlefreak geworden ben, een onverbeterlijke perfectionist. Maar dat is zo erg nog niet. Trouwens, ik was er zelf ook niet altijd voor hem omdat ik het zodanig druk had met al mijn activiteiten met mijn vriendinnen en de scouts. Maar wist ik veel dat ik op mijn zestiende al afscheid ging moeten nemen van hem… Wist ik veel dat het supergezellige etentje met ons 4 in onze vaste stek ‘Casa del locos’ in Destelbergen op zaterdag 25 maart 2000 onze allerlaatste keer samen zou zijn. Daar denk je op dat moment niet aan hé, als zorgeloze puber. En spijt komt altijd te laat, dus daar doe ik niet aan mee. Papa zou dat ook niet gewild hebben. Ik neem het leven zoals het is, en ik blijf altijd positief. When life gives you lemons, weetjewel…


Ik geloof niet dat er ‘iets’ is na de dood, al heb ik wel even getwijfeld na die vreemde nacht op 1 april, want achteraf bekeken viel mijn ‘onder-bed-ervaring’ zo goed als samen met papa’s ongeluk. Soms voel ik me schuldig omdat ik na 19 jaar niet zo vaak meer aan hem denk en vooral met mezelf en mijn eigen leven en mijn eigen bekommernissen bezig ben. Maar dan denk ik: als hij nog érgens is, dan is het vooral in mezelf. Ik hoef me helemaal niet schuldig te voelen. Veel van de dingen die ik vandaag doe en hoe ik in het leven sta, heb ik van hem geleerd. En dat is zoveel waard.

Vandaag sta ik heel rationeel en down-to-earth in het leven. Niet te veel zagen en klagen, gewoon doen. En doorgaan – en met mijn koppigheid op anderen hun zenuwen werken, dat ook wel. Problemen los ik wel op wanneer ze zich stellen. Er bestaat voor alles een uitweg, al is dat jammer genoeg misschien niet altijd de makkelijkste weg. Vandaag werk ik hard om te bereiken wat ik wil. Ik wil zelfstandig zijn, onafhankelijk, mijn eigen keuzes maken om gelukkig te kunnen zijn. Mijn dromen verwezenlijken. Ken je het nummer ‘Free’ van Emeli SandeOh c’est la vie. Maybe something’s wrong with me. But at least I am free. I am free… Een nummer vol wijze levenslessen dat me telkens weer aan papa doet denken. Een vrije vogel, een enorme plantrekker, een sterk en koppig karakter (dat sommigen al eens durven te vervloeken). Zo was hij. Zo ben ik ook, en ik ben daar potverdikke trots op. 

Ik mis papa vandaag meer dan vroeger. Veel meer. Niet dat ik hem vroeger niét miste of dat ik nu hele dagen triestig ben. Uiteraard niet, ik ben een Bockske en dat is een sterk en positief ingesteld ras! Ik zou hem gewoon soms om zijn mening willen vragen en mijn hart uitstorten. Vroeger had ik dat niet echt, ik denk dat het eigen is aan de levensfase waarin ik zit. Ik ben 35, een leeftijd waarop ik me veel vragen stel over mezelf en over het leven. Ik heb heel wat twijfels en de dingen lopen niet altijd zoals ik het zou willen. Wat zou ik daar graag eens over praten met hem… Of gewoon bij hem langsgaan om samen te eten, te gaan wandelen in het weekend enz. Net zoals ik doe met mama. Met haar heb ik een supergoeie band – zij betekent enorm veel, bijna alles voor mij. Ik vraag me af of ik vandaag met papa een even goeie band zou hebben als met mama.  

Negentien jaar later mis ik hem echt enorm. In deze periode van het jaar, rond zijn sterfdatum, is dat gevoel altijd sterker aanwezig. Het is dubbel: enerzijds ben ik triestig omdat ik zo graag zou willen dat hij er nog is. Ik zou hem zo graag nog eens zeggen dat ik hem ontzettend graag zie en wat voor een lieve papa hij wel was en is. Want ik deed dat te weinig, denk ik. Maar ik denk ook veel terug aan vroeger, aan de zalige momenten die we samen hebben gehad. Dat zijn er echt gigantisch veel. En daar word ik blij van, echt waar. Ik koester ze. Papa was voor mij de allerbeste papa die hij maar kon zijn. 




Ik geloof niet dat papa nog ‘ergens’ is, hoe graag ik het soms zou willen. Daarvoor ben ik te nuchter. Hij is er écht niet meer hé. Wanneer ik op 12 mei de Great Breweries Marathon ga lopen op de ‘heilige’ Duvel-site (papa’s favoriete bier!), weet ik natuurlijk wel dat hij dat niet zal ‘zien’. Maar moest hij er nog zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat hij het de max zou vinden dat ik daar loop, om te finishen tussen de bierbakken. Hij zou zeker komen supporteren, zeker ook om dan achteraf mee een biertje te drinken 😉 



Die gedachte geeft mij zoveel goesting en motivatie om er vollen bak voor te gaan op 12 mei. Ik vind dat zalig, dat papa mij na 19 jaar nog altijd superveel drive geeft om iets te doen. Ik ben nu meer dan 2 maand bezig met mijn marathontraining en ik kan zeggen: het is echt wel lastig, een marathon loop je nu eenmaal niet ‘zomaar’. Maar man, wat ben ik gebeten om het goed te doen! Ik ga zeker afzien op 12 mei maar wat ik vooral ga doen is: genieten!!! Dankzij papa. Ik weet wel dat er massa’s mooie marathons zijn, in het buitenland en zo, maar voor mij is het gewoon een evidentie dat ik de Breweries loop. Eigenlijk ging dat mijn allereerste marathon zijn, maar vorig jaar had ik een zot plan waardoor het nu mijn tweede wordt. 



Ik ben vandaag niet verdrietig. Wel dankbaar, voor de jaren die we samen hebben gehad en de leuke herinneringen waaraan ik nog ontzettend vaak terugdenk met een lach en soms een traan. Trots, op wie papa was en wie ik geworden ben al die jaren later, mede door hem. Blij, om alles wat ik van hem heb geleerd en vandaag nog steeds leer. 
Josie x