Gisteren heeft Club Brugge met 4-0 gewonnen tegen Moloko. Heb je dat gehoord op het nieuws? Wellicht niet. Misschien heb je wél gehoord dat Monaco-Brugge is geëindigd op 0-4. ‘Moloko’, dat is een land in de wondere wereld van Emil (bijna 6). In zijn wereld gebeuren er vaak grappige dingen, zijn er heel wat fenomenen met een rare naam en is het zelden stil. Nooit eigenlijk. Want Emil zijne kwebbel draait overuren en er komen vaak hilarische, lieve, schattige, ontroerende en spitsvondige oneliners uit. Ik zette er al een paar op een rijtje eerder dit jaar. Tijd voor een update!


Ik verzamel al deze quotes trouwens in mijn telefoon. Telkens wanneer Emil er iets uitfloept, steek ik het in mijn telefoon en dan komt het thuis allemaal in een boekje. Een zalige herinnering voor later!


Na het eerste communiefeest van zijn neefje Quinten:
“Het was superleuk! We gaan dan volgend jaar nog eens terugkomen voor Quinten zijn tweede communie hé!”


“Hoeveel goal heb jij al?”
(Vraagt hij elke dag zeker 1 keer. Hij heeft een stappenteller sinds het begin van het jaar en wil constant zijn aantal stappen en % activiteit vergelijken met mij. Zo ne strever jong, van wie zou hij dat hebben????)


“Ik weet dat want ik heb het gelezen in mijn elixopedie.”
(Hij bedoelt zijn encyclopedie)


Op moederdag:
Hij: “Later ga ik ook een mama hebben.”
Ik: “Hoe da? Je hebt mij toch al?”
Jij: “Neenee, ik bedoel dat ik later ook papa word, samen met een meisje dat even oud is als mij. En dan is zij de mama met mij hé.”
(Ik smelt)


Na een loopwedstrijd, op diezelfde moederdag. Emil was komen kijken:
“Mama, ik vind jou echt de beste.”
(En ik smelt nog ne keer)


“Op 21 juni begint de zomer en dan mag mijn muggendingsje eindelijk weer in!”
(Emil heeft een muggenfobie maar omdat het niet de bedoeling is dat er het hele jaar door zo’n anti-muggenspel in zijn slaapkamer hangt, hadden we hem gezegd dat het alleen mocht in de zomer, wanneer er veel muggen zijn. Dat had hij goed onthouden…)


In het WK voetbal deden SterviëOasië en Olgarije dit jaar ook mee.
(Servië, Kroatië en Hongarije dus)


Tijdens het WK keek Emil af en toe eens naar een match. Hij was vooral ook fan van het commentaar/dikke zever in pakskes:
“Kijk mama, het is met die die op Kevin De Bruyne lijkt!”
(Hij bedoelt Ruben Van Gucht #sorryruben)


Emil is aan ’t snuisteren in zijn stickercollectie:
Hij: “Die prinses hier, dat ben jij mama.”
Ik: “Ah… Waarom?” (Ik verwacht iets in de zin van “omdat jij even mooi bent”)
Hij: “Omdat ze een staartje heeft net als jij.”
(Ja moeder, what were you thinking jong???)


“Als papa naar Rock Twerchter is, dan ben ik de man in huis hé.”

“Ga je zeker niet zeggen tegen de andere kindjes op Buffalo-kamp dat ik af en toe zing kwek kwek kwek?”
(Emil gaat elke zomer op kamp met Ideekids in de Ghelamco-arena in Gent. A.k.a. de thuisbasis van de Buffalo’s, maar Emil is eigenlijk voor Club Brugge. En zoals al die sympathieke Brugge-supporters, zingt hij vaak eens van ‘Buffalo Buffalo kwek kwek kwek’)


“Ik vind Lexie miljard keer procent leuk en mooi.”


“Kan je mij eens helpen om dat op te peffen?” (= opheffen)


“Weet jij waar de chips gemaakt worden? In Amerika, in de Croky Mountains!”
(Een grap van Pierke Pierlala, de poppenkast in Gent waar we altijd naartoe gaan in de vakantie)


“Mama eet graag toofvlees.”
(Hij bedoelt tofu, de vegetarische vleesvervanger die ik vaak eet)


“Ik ga mij dan wat insmeren met de achtersun.” (= aftersun)


Op een avond, out of the blue, net voor ik hem in bed stopte:
Hij: “Maar… mamaaaaa?”
Ik: “Ja Emil…” (mijn hart al vasthoudend voor een zoveelste ingewikkelde vraag waarop ik het antwoord weer ne keer nie weet)
Hij: “Jouw papa is eigenlijk niet écht dood hé…”
Ik: “Hoezo?”
Hij: “Ah nee, er is een auto tegen hem gereden. Hij is niet vanzelf gestorven hé, omdat hij ziek was of zo. Dan is hij eigenlijk niet écht dood.”
(Een kind kan de wereld bekijken op zo’n mooie, onbevangen manier. Ik werd er efkes helemaal stil van…)


Op weg naar mijn mama in het Gentse, we waren al wat in retard:
Ik: “En nu gaan we supersnel rijden naar meme hé!”
Hij: “Ja, supersnel… als een bliksem naar het kruitvat!”
Ik: “??????”
Hij: “Awel ja, op de radio zeggen ze dat toch ook altijd?”
(Hij bedoelt de reclame van Kruidvat. Wij luisteren heel veel naar de radio en Emil onthoudt alle reclamespots)


“Mamaaaaaaaaaa, ik vraag me af……”
(Elke dag toch wel zeker 1 keer. Ik krijg soms spontaan vapeurs als hij aanstalten maakt om die vraag te stellen. Uit schrik wat voor moeilijke dingen het nu weer gaan zijn…)


“Jij bent een stoere mama. Dus eigenlijk ben je ook wat een papa.”
(Oowyeah. Lucky me!)


“maarom” = waarom
(Hij blijft dat zeggen, ondanks het feit dat ik hem elke keer corrigeer. Die koppigheid en eigenwijsheid… zeker iets wat hij niét van mij heeft!!!!)


“Kijk! Ik zie de toren van Parijs van hier!”
(Vanuit onze keuken zien wij in de verte een elektriciteitsmast, die inderdaad wel wat weg heeft van de Eiffeltoren)


“En mama, heb je goed kunnen werken vandaag?”
(Vraagt hij mij vaak wanneer ik hem ga ophalen in de naschoolse opvang)


Emil zit zijn tanden te poetsen op de wc:
Ik: “Waarom zittegij nu uw tanden te poetsen op de wc??”
Hij: “Maar jij doet dat toch ook mama? Dus ik ook.”
(Hij heeft een punt. Als ik mijn tanden aan ’t poetsen ben, loop ik het hele huis rond…)


“Mijn overheid komt een beetje naar boven.”
(Emil heeft wat te veel gegeten en het wil precies niet goed zakken)


“Soms is er eens een spoorverandering hé mama. Zo is het leven!”
(Tijdens een uitstap naar Brussel met de trein moesten we in allerijl van spoor veranderen, waardoor we bijna onze aansluiting misten. We hebben toen echt moeten sprinten naar het perron. Ik had toen uitgelegd dat dat wel vaker eens gebeurde, dat dat nu eenmaal ‘het leven’ is en je daar niet veel kan aan doen… Hij had dat blijkbaar goed onthouden)


“Elaaa Lexie, mijn bureau is geen kapraal hé!” (= krabpaal)


“Maar Lexie heeft toch zeker geen pijn hé mama? Met die snee in haar buikje?”
(Nadat we Lexie bij de dierenarts waren gaan ophalen, na haar sterilisatie, was hij zeer ongerust over zijn beestje)


In Gent stappen we voorbij een bedelaar:
“Maar mama, die meneer moet daar toch eigenlijk niet zitten? Kan hij niet gewoon naar de bank gaan om geld van de bancontact?”
(Daarna volgde een lang gesprek vol ‘waaroms’ en ‘maars’ waarin ik hem heb uitgelegd dat dat nu eenmaal niet zo werkt)


Ik leg aan Emil uit dat, als zijn buik rommelt, het eigenlijk zijn darmen zijn die aan het spreken zijn:
“Ah, dan denk ik dat mijn darmen Engels spreken!”


We lopen in het museum van de Ijzertoren:
“Wooow kijk daar, de tijger van Vlaanderen!!!”
(Leeuw, tijger… Klein verschilleke maar hé)


Over mijn Nike Air Max sneakers:
“Maar mama, je hebt zo coole schoenen!!!!”
(Ik weet het, jongen, ik wéét het)


De kleine letters van het alfabet = “spaghettiletters”


“Ruitenvisser” = ruitenwisser


Emil hoort op het radionieuws iets over Saudi-Arabië:
“Ah ja, dat is dat land met die vlag met wit en groen!”
(Hij heeft een vlaggenfetisj. Ik had die vlag eigenlijk nog nooit gezien… Maar in zijn ‘elixopedie’ staan alle vlaggen van de wereld, vandaar dat hij het weet)


“Ik ben mijn evengewicht kwijt.” (= evenwicht)


Op de radio is het reclame over Plopsa Hasselt:
Hij: “Ik wil daar graag eens naartoe.”
Ik: “Ja maar dat is wel ver van hier hoor. Zeker meer dan 2 uur in de auto.” (In de hoop dat hij dan stopt met ernaar te vragen)
Hij: “Maar dat is niet erg hoor. Ik zal dan wel een beetje slapen onderweg.”
(OK dan. Hou nu maar uw mond, moeder)


Emil ging mee kijken naar de Brussels Marathon en ik vroeg hem op het einde van de dag wat hij het leukste vond van de hele dag:
“Toen ik jou terugzag na het lopen, met jouw nieuwe medaille.”


We gaan vertrekken met de auto en ik zeg tegen Emil: “Allee manneke, ga maar op uwen troon zitten!”
Hij: “Troon? Waarom vind jij mij een koning?”
Ik: “Euhhhh… omdat jij een zeer gelukkig kindje bent. Een beetje gelijk een koning…”
Hij: “Neenee mama. Ik weet waarom ik een koning ben! Omdat ik altijd zeg aan mensen: jij moet dit doen voor mij, jij dat…”
(Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, zeker?)


“Wanneer gaan we nog eens naar Technopolis?”
(Sinds we in augustus een dagje naar Technopolis gingen, vraagt hij elke week wel eens om nog ne keer terug te gaan. Blijkbaar heeft het veel indruk gemaakt)


“Waarom moet ik eigenlijk een zwembroek dragen om te zwemmen? Ik wil eens in mijn blootje zwemmen! En de meisjes zonder bikini… Ik ga zelf een zwembad bouwen!”
(Vies vuil ventje… Da belooft voor later!)


Over zijn lievelingskoekjes:
“Ik heb die koekjes zo graag als mama lief is.”


Wanneer zijn neefje Remi komt logeren, zijn kleine god:
“Ik ben nu een beetje grote broer voor Remi hé.”


Voila, dat was een schoontje om af te sluiten 


Love, Josie xo