Vorige week schreef ik al hoe erg ik uitkeek naar de Brussels Half Marathon en hoe nauw die wedstrijd mij aan het hart ligt. Gisteren was het dan zover: mijn vijfde halve marathon in Brussel, en iets van de vijftiende in totaal of zo… Ik ben de tel een beetje kwijt. Sinds mijn eerste halve marathon in 2013 heb ik heel wat geleerd. Dus hier zijn ze dan: mijn 10 geboden voor een geslaagde halve marathon!


Het spreekt voor zich dat je moet zorgen dat je goed getraind en voorbereid aan de start verschijnt. Daar ga ik niet dieper op ingaan want daar zijn andere en betere experts voor dan mij. Ik doe voor mijn schema’s en begeleiding al een aantal jaar een beroep op Energy Lab. Ik ben er heel tevreden van. Dat zeg ik niet alleen omdat ik ook voor hen werk, dit is op geen enkele manier gesponsord. Als je zelf op zoek bent naar een goed schema of je wil je conditie laten testen: één adres!


1. GIJ ZULT U LANCEREN MET DE SNELLE JONGENS
Ik probeer altijd in een ‘rap startvak’ te kruipen. Zondag in Brussel was het dat van de 1u30, ook al loop ik zelf niet zo rap en is 1u30 echt wel hooggegrepen voor mij. Maar mijzelf ‘lanceren’ met allemaal goeie lopers motiveert enorm. En het is ook gewoon leuk om als klein tenger meiske tussen al die mannen te staan. Want ja, dat zijn daar dus bijna allemaal venten. Die quasi allemaal ruiken naar zenuwachtig zweet. Ik heb meestal de indruk dat zij dat ook wel tof vinden, zo’n frisse en jonge trezebees in hun midden…. Kortom, gezelligheid troef in het startvak. Leute aan de start is al half gewonnen! 




2. GIJ ZULT NIET TE SNEL STARTEN
Uiteraard loop ik stevig door maar ik hou me in ’t begin wel wat in. Ik volg dus niet klakkeloos al die rappe mannen uit mijn startvak want dan loop ik mezelf kapot. Ik heb niet echt een strategie of manier om het juiste tempo te bepalen. Dat is vooral op ’t gevoel. Als ik aan de eerste km-aanduiding kom, kijk ik op mijn horloge wat mijn pace is. Dan kan ik inschatten of ik goed zit qua snelheid om mijn doel te behalen. Meestal slaag ik erin om na een 3-tal km een goeie, comfortabele snelheid te vinden die ik de hele wedstrijd kan aanhouden. Ik ken ondertussen mijn eigen lichaam en ik herken de ‘alarmsignalen’ wanneer ik te snel aan ’t lopen ben voor mijn kunnen. Ik volg geen pacers, of toch niet bewust. Ik doe wel altijd een pacerbandje aan met richttijden per kilometer op, al weet ik op voorhand dat dat nutteloos is want mijn polsen zijn te gewoon dun om de aanduidingen te volgen tot het einde. Meestal geraak ik maar tot 13 km of zo. Maar zo’n pacerbandje geeft mij altijd een beetje een festivalgevoel, daarom wil ik altijd eentje rond mijn pols hebben. Een vleugje rock ’n roll helpt om mijn doel te bereiken! 


3. GIJ ZULT ALLES GEVEN OP HET EINDE
Zo’n 3-tal kilometer voor de finish gooi ik de remmen los. Alles wat ik dan nog in reserve heb – meestal is dat nog redelijk veel – moét er dan uit. Vroeger in de Brussels Half Marathon was dat vanaf de laatste passage in het Jubelpark, op 18 km. Dit jaar was het parcours veranderd dus ik mocht mijne knalpot al opensmijten op de moordende helling van de Tervurenlaan! Op de helling zelf was het lastig (gelukkig stonden mijn supporters daar!) maar eens ik boven was en de triomfboog van het Jubelpark kon zien, ben ik beginnen spurten gelijk een jachtluipaard. Dat was echt zalig genieten! Ik spaar mezelf liever wat voor op ’t einde dan in het begin al alles te geven (wat ik telkens opnieuw veel lopers zie doen met alle spijtige gevolgen vandien). Niks wijzer dan op het einde een spurtje te kunnen trekken en nog een paar medelopers voorbij te steken. Die mij dan wellicht een megadwaze kalle vinden. #sorrynotsorry




4. GIJ ZULT U AFZONDEREN VOOR DE START
Asociaal zijn is not a crime. Ik ben sowieso graag alleen, en zéker voor een halve marathon. Minstens een uur voor de start bol ik het af. Ik wil dan alleen zijn. Een beetje ronddolen in de startzone, mensen kijken, zeker 10 keer pipi gaan doen, duust keer mijn veters goed strikken, wat naar muziek luisteren. Ideale nummers om in de mood te komen zijn ‘Intro’ van The XX, ‘Les Djinns’ van Trentemoller en ‘Ik voel me goed’ van Johan Verminnen. Ja, ik ben een meiske van extremen 😉 Ik zeg altijd duidelijk aan mensen die met mij mee zijn dat ze écht niet op mij moeten rekenen voor aangenaam gezelschap en diepgaande gesprekken (voor zover dat anders wél al het geval is, haha). Ik heb die afzondering echt nodig om mij mentaal voor te bereiden en helemaal relaxed te worden.


5. GIJ ZULT OPLETTEN MET WAT GE ALLEMAAL IN UW LIJF KAPT
Ik eet altijd 3 uur voor de start. En altijd hetzelfde: ne grote pot havermout met banaan en pure chocolade en wat noten erbij. Voor mij is dat dé succesmaaltijd (maar daarom niet voor iedereen, uiteraard). En you never change a winning team hé! Daarna drink ik enkel nog water, tot een uur voor de start. Dan stop ik of ik moet gegarandeerd pipi doen tijdens de wedstrijd. Voor de rest kap ik mij niet vol met energie- of sportdrankjes en ik eet ook niets wat ik anders niet eet. Anders ligt het gegarandeerd op mijn maag. En persoonlijk loop ik beter als mijn buik niet te vol zit. Voor mijn marathon heb ik wel extra sportdrank gedronken maar voor een halve vind ik dat eigenlijk niet nodig. Ik drink bij elke bevoorradingspost, meestal maar een slok of 2 hoor. Maar ik heb al ondervonden dat dat heel belangrijk is. Ik hou het bij water, hoewel er meestal ook sportdrank te krijgen is. Na 7 à 10 km eet ik een gelleke, en dan nog eentje rond 17 à 18 km voor de laatste loodjes. Tijdens een halve marathon heb ik niet meer nodig. Ook de dagen vooraf eet en drink ik gewoon wat ik anders eet. Ik eet gezond, evenwichtig en voldoende. In combinatie met mijn supergoeie conditie is het volgens mij niet nodig om allerlei speciale dingen in mijn lijf te gaan kappen.


6. GIJ ZULT ZORGEN VOOR SFEERVOLLE MUZIEK
Ik weet dat sommige lopers tegen lopen met muziek zijn. Ik heb het echt nodig, ik kan niet lopen zonder leuke beats in mijn oren. De hele tijd alleen met mijn rare gedachten: dat is gewoon om zot van te worden 😉 Ik zorg altijd voor een toffe playlist met veel afwisseling. Dance/techno staat er veel in en ik heb een zwak voor retroschijven en marinamuziek, maar af en toe ook ne goeie meezinger (‘Everything Now’ is nen topper om efkes mee te kwelen en uw medelopers mee te ambeteren!). De macarena is een vaste waarde in mijn loopdiscotheek en ook de lambada staat er sinds kort in 🙂 ’t Is echt enorm eclectisch en er is moeilijk een lijn in te trekken. Mijn marathon playlist deed ik al eens uit de doeken en ik beloof dat ik binnenkort mijn #lopentrut running playlist op Spotify ga smijten. Er zijn zeker al duust mensen die mij dat gevraagd hebben… 




7. GIJ ZULT SUPPORTERS OPTROMMELEN
Ik moet zeker geen ganse supportersclub mee hebben. Maar ’t is toch leuk om 1 à 2 mensen te hebben die mij aanmoedigen. Meestal zijn dat Pieterjan en Emil. Ik check wel altijd goed vooraf waar zij gaan staan. Emil roept keiluid maar doordat ik naar muziek luister, hoor ik zijn geschreeuw niet… En ik wil het echt niet op mijn geweten hebben dat ik mijn lieve supporters voorbijloop door die halve discotheek in mijn oren 😉 Het is iets kleins, maar bekende gezichten zien geeft toch altijd extra moed. En zeker als het van uw eigen kindje is. Dat is echt heel speciaal. Ook altijd leuk om hen weer te zien na de finish. Zeker als uw kind u dan dolenthousiast rond de hals vliegt en zegt dat hij zo blij is dat ge een nieuwe medaille hebt 🙂


8. GIJ ZULT GENIETEN
Een héél belangrijk gebod! Op de moeilijke stukken probeer ik altijd het mooie ervan in te zien. Ik vind die tunnels in Brussel bijvoorbeeld fokking hell maar eigenlijk is het wel uniek dat ik daar als klein meiske door kan lopen terwijl het er normaal vol auto’s staat met zenuwachtige chauffeurs erin. Hetzelfde voor die moordende Tervurenlaan… Da’s gewoon de max om daarop te KUNNEN lopen. Al is het wel met het nodige gehijg en gevloek 😉 Ik probeer echt te genieten van de omgeving. Daarom vind ik lopen in Brussel zo machtig, het is een schitterend parcours langs de Europese instellingen, het Koninklijk Paleis, de statige lanen, Terkamerenbos, het Jubelpark… Idem voor de Great Breweries. Genieten en loopplezier vind ik superbelangrijk. Want dat is uiteindelijk wel de reden waarom ik het doe hé. De dag dat ik nen halve marathon lopen niet meer tof vind, dan stop ik ermee hoor. Het is niet dat het mijn broodwinning is hé, hoogstens een uit de hand gelopen hobby 😉





9. GIJ ZULT HANDJES SCHUDDEN
Tijdens een running event staan er langs het parcours altijd veel kindjes met hun handjes uitgestoken en een smekende blik in hun puppy-oogskes. Als ik kan, geef ik hen altijd een handje. Die zijn dan doodcontent en ik word er zelf ook happy van. En ik denk echt niet dat ik daardoor trager loop hoor, hooguit ne milliseconde. Sowieso als er mensen langs het parcours mij aanmoedigen, zelfs al ken ik ze niet, dan lach ik lief en steek ik mijn hand op. Ik heb al gemerkt dat ik als vrouw vaak bewonderende blikken krijgt wellicht omdat er veel minder vrouwen meelopen in een halve marathon dan mannen. Zeker ook bij de Great Breweries (25km) en de marathon was dat het geval. Dat motiveert echt wel hoor. Als ik zelf bewonderenswaardige mensen tegenkom op het parcours, bv. rolstoellopers, geef ik ook altijd een zacht schouderklopje of steek ik mijn duim op. Een beetje respect voor elkaar: ik vind dat niet meer dan normaal. Het maakt het lopen des te leuker.


10. GIJ ZULT NAAR FRANK DEBOOSERE LUISTEREN
Een gebod waar ik na zondag nog meer achter sta. Er werd al een paar dagen gesproken over erg fris weer zondag, met een schrale wind. Ik vond dat niet zo leuk want ik loop het liefst van al bij een temperatuur rond de 20 graden, met een shortje en t-shirt. Ik heb het ook enorm snel koud, ik heb weinig vetreserves dus koude temperaturen zijn niet mijn beste vriend 😉 Maar ik heb dan toch besloten om in lange mouwen te lopen (t-shirt met korte mouwen + shirt met lange mouwen erover) én ik had ook mijn handschoentjes aan omdat mijn handen snel verkleumd raken. Ik heb wel in short gelopen, mijn benen zijn sterker dan mijn bovenlijf en ik loop niet graag in een lange broek! Voor aan de start had ik een oude trui mee, die ik al een paar jaar niet meer draag. Zo bleef ik warm tot aan het startsein. Daarna heb ik hem ‘gedropt’ langs de kant in de startzone, zoals veel andere lopers. Ik ga ervan uit dat de organisatie al die spullen verzamelt en misschien schenkt aan een goed doel? Ik was alleszins blij met mijn kledingkeuze want de wind was ijzig koud en ik ging het zeer lastig gehad hebben zonder extra laag op mijn armen en handschoenen. Een tip is ook om eens te luisteren bij andere lopers wat zij gaan aandoen, als je zelf twijfelt.




Het was zondag mijn vijfde deelname aan de Brussels Half Marathon. Ik finishte in 1u40, een paar seconden sneller dan mijn PR van vorig jaar (ook in Brussel). Voor mij is en blijft dit de speciaalste, mooiste, sfeervolste & meest uitdagende halve marathon in België. Wellicht ook een van de zwaarste maar ik maak het mijzelf graag ne keer moeilijk. De trouwe lezers van deze blog weten dat ondertussen wel 😉 Ik ben vree content en supertrots dat ik mijn PR op de halve marathon jaar na jaar blijf lopen in Brussel. Ik kan dus alleen maar zeggen: see you next year Brussels, afspraak op de volledige Brussels Marathon dan!!!!!





Nu een paar maandjes ‘schemaloos’ lopen en rond nieuwjaar begin ik mij weer voor te bereiden op mijn volgend loopdoel. Ergens in mei of juni en iets met 42 km… Eens alles definitief vastligt (ik wacht nog op de juiste datum), zal je het hier wel lezen op de blog. Ik heb er alleszins al zin in! En ik weet nu al dat ik binnen een paar dagen mijn loopschema al ga missen… ‘Schemaloos lopen’ is leuk voor efkes maar het moet nu ook weer niet té lang duren zenne 😉


Dit zijn mijn persoonlijke tips, dus dingen die werken voor mij. Misschien herken je jezelf erin, misschien ook niet. Ik ben professional hé, dus neem er vooral geen aanstoot aan als je het niet eens bent. Heb je zelf nog tips voor de halve marathon? Deel ze gerust!



Love, Josie xo