Tags

Lieve papa, zondag zal het 18 jaar geleden zijn dat jij gestorven bent. Sinds 1 april 2000 is er al zoveel gebeurd dat jij helaas niet meer meegemaakt hebt. Weet je dat je twee mooie schatten van kleinzonen hebt, Emil en Remi? En je zou een half jaar geleden 65 geworden zijn. Dat hadden we zeker een grote party georganiseerd, gelijk jij graag feest vierde. Ik heb er veel aan gedacht, op 28 september. Want weet je papa, ik mis je meer dan vroeger.


Niet dat ik je vroeger niét miste of dat ik nu hele dagen triestig ben. Uiteraard niet, ik ben een Bockske voor iets hé, we zijn een sterk en positief ingesteld ras! Ik mis je gewoon vaak omdat ik je mening zou willen vragen en mijn hart zou willen luchten bij jou. Vroeger had ik dat gevoel niet echt, ik denk dat het eigen is aan de levensfase waarin ik zit. Ik ben bijna 35, een leeftijd waarop ik me veel vragen stel over mezelf, over anderen, over ‘het leven’. Ik heb heel wat twijfels en ik vind het jammer dat jij er niet meer bent om daarover te praten. Of om gewoon eens zorgeloos bij jou te kunnen zijn zonder al te veel serieuze babbels, als jouw ‘klein Joske’ van vroeger, zoals ik dat vaak doe bij mama. Ik vraag me af of ik vandaag met jou een even goeie band zou hebben als met mama. 


Ik zou ook zo graag weten wat dat zou gegeven hebben, jij en Emil samen. Ik vertel hem geregeld over jou hoor. Vorig jaar, rond jouw sterfdatum, heb ik hem verteld wie jij bent en waarom je niet meer bij ons bent. Hij weet dat je met je auto ergens tegen gebotst bent. Dat ik daar toen heel verdrietig om was en nu ook af en toe nog eens, maar niet elke dag. Hij gaat daar heel ‘normaal’ mee om, dat is eigen aan kinderen denk ik. Ik ben blij dat ik hem de waarheid heb verteld, niet dat je een ster bent aan de hemel of zo. Ik geloof daar zelf niet in dus ik vind dat ik Emil het dan ook niet zo moet vertellen. Hij vindt Marc De Bock trouwens een hele mooie naam en telkens als we ‘ne Marc’ tegenkomen of de naam horen op de radio of tv is hij superblij omdat mijn papa ook zo heet. En hij beschouwt jou als een soort held want toen onze vaatwasmachine onlangs kapot was, zei ik hem dat jij dat zeker supersnel zou gefikst hebben – we moesten nogal lang wachten op de hersteldienst en het werkte op mijn zenuwen. Emil vindt dat schitterend, dat mijn papa een superman was die machines kon herstellen.




Ik mis je, papa. En in deze periode van het jaar, zo rond je sterfdatum, is dat gevoel altijd sterker aanwezig. Het is heel dubbel: enerzijds ben ik triestig omdat ik zou willen dat je nog bij ons bent. Maar ik denk op die momenten veel terug aan vroeger, aan de zalige momenten die we samen hebben gehad. En daar word ik blij van.


Toen we in februari je graf ‘moesten’ leegmaken van de gemeente, had ik het ook enorm moeilijk. Veel moeilijker dan ik had verwacht. We verplaatsten je urne van het kerkhof in Destelbergen naar de strooiweide van het crematorium in Lochristi. De uitstrooiing op je nieuwe, allerlaatste rustplaats verliep heel sereen, het was een mooi en symbolisch moment. Maar toen ik nadien thuiskwam, was ik volledig de kluts kwijt. Ik was er zelfs wat misselijk door en ik kon mijn tranen niet tegenhouden. Ik had een goedgevulde to do lijst voor de rest van die dag maar ik besloot om iets te doen wat ik anders zelden doe. Ik dacht: fuck it, alles en iedereen kan den boom in. Ik trok naar zee om lekker uit te waaien. Al de rest kon wachten…


En weet je, het was een zalige namiddag als tegengewicht voor die zware ochtend. Ik genoot met volle teugen, net zoals jij altijd deed. Daaraan herinnert jouw foto die op mijn bureau staat me elke dag tijdens het werken. Dat ik, tussen al mijn drukke en boeiende bezigheden door, zeker niet mag vergeten om te genieten van het leven. Om af en toe eens de boel te laten voor wat het is en mij daar niet druk in te maken. Dat is moeilijk voor mij, papa, maar ik probeer het en da’s al iets hé.




Lieve papa, ik zal zondag niet triestig zijn, dat beloof ik. Ik ga genieten van Pasen samen met Ward, Katrien, mama en de rest van onze familie. Ik ben echt blij dat ik zondag bij hen kan zijn. Spijtig dat ik zo rationeel en nuchter ben en dat ik dus nergens in geloof… Anders zou ik kunnen geloven dat je er ook op een bepaalde manier bij zal zijn zondag. Dat je ons zou zien van boven, van beneden of van waar dan ook met een Duvelke in je hand…  


Van Duvelkes gesproken, ik beloof dat ik bij de volgende Great Breweries Marathon in juni naar goede gewoonte weer gracieus zal poseren bij de bakken van jouw ‘godendrank’. Je kan er dan misschien zelf geen getuige meer van zijn, maar als ik daar sta te shinen tussen je favoriete bier voel ik me extra sterk om ervoor te gaan. Om mij niet zomaar gewonnen te geven, juist gelijk mijn papa. Sterk en positief zijn: het zit in mijn genen.



Ik mis je meer dan vroeger, papa, en net daardoor inspireer je me ook meer dan vroeger. Dat er ‘iets’ is en dat je nog ‘ergens’ bent: dat kan ik niet geloven, hoe graag ik het soms ook zou willen. Je bent er écht niet meer hé papa… Maar veel van de dingen die ik vandaag doe en hoe ik in het leven sta – als een vrije vogel, een enorme plantrekker, met een sterk en koppig karakter dat anderen soms eens vervloeken – heb ik van jou geleerd. Dat is mij zoveel waard, ik ben je daar zo dankbaar voor.


Ik vergeet je nooit, papa. Ik ben na 18 jaar nog altijd ongelofelijk blij en trots dat ik jouw dochterke ben. 


Dikke zoen, uw Joske