Tags

, , , , ,

Jullie hebben er misschien al over gelezen of gehoord:
Sensoa, het Vlaams
expertisecentrum voor seksuele gezondheid, heeft een nieuwe campagne gelanceerd
waarbij
6
‘seksmythes’
ontkracht worden. Één ervan luidt: ‘zwanger worden is
gewoon een kwestie van goed plannen’. Ik beschouw mezelf als
‘ervaringsdeskundige’ op dit vlak. Dus toen Sensoa me vroeg of ik wilde helpen
deze mythe te ontkrachten, heb ik geen seconde getwijfeld.


Eind 2010, op mijn 27ste, stopte ik met
mijn pil. Pieterjan en ik hadden een aantal mooie reizen gemaakt en goed
geprofiteerd van het leven. Ik had nooit een enorme drang gevoeld om mama te
worden. De ‘rammelende eierstokken’ waarvan zoveel vrouwen spreken, heb ik
nooit ervaren.
Maar ik voelde dat ‘het
moment’ was aangebroken voor een nieuwe fase in mijn leven, het moederschap.

In mijn vriendenkring waren er op dat moment al heel wat baby’s geboren en veel
vriendinnen waren zwanger. Het leek bij hen allemaal zo vlot te gaan: stoppen
met de pil, een paar keer proberen en hup ze waren zwanger. Ik was realistisch
en hield er rekening mee dat het bij mij wel wat langer zou kunnen duren. Voor
ik startte met mijn pil had ik een onregelmatige cyclus.
Hierdoor had ik een voorgevoel dat het bij mij niet snel ‘prijs’ zou
zijn.


Ondanks mijn nuchterheid – die ik trouwens op alle
vlakken heb, ik ben énorm realistisch – begon
ik vanaf mijn pilstop te dromen van een kindje
. Mijn cyclus bleef uit.
De eerste maanden vond ik het niet erg. Ik kon nog wel eventjes wachten. Toch
begon ik al te denken aan babynamen (‘Emil’ stond er toen al tussen!) en werd ik steeds ‘gevoeliger’ voor
schattige babykleertjes en zo… Het werd stilaan zomer en ik had de indruk dat
iedereen zwanger werd, behalve ik. Hoe hard ik het hen ook gunde, het begon te knagen.
Vooral omdat ik vaak de vraag kreeg
‘wanneer wij er eens aan gingen beginnen’. 
Enorm irritant vond ik dat.

Eind 2011 was er nog steeds niks; nul komma nul
cyclus. Ik had op dat moment al een paar keer aan mijn gynaecoloog gevraagd of dat
wel normaal was. Telkens drukte hij me op
het hart dat ik geduldig moest zijn.
Maar begin 2012 was mijn geduld op. Dat
van de gynaecoloog blijkbaar ook: hij
verwees me door naar het fertiliteitscentrum. Een grote stap, waarvoor ik heel
wat tranen heb gelaten.
Want op dat moment beschouwde ik een
vruchtbaarheidskliniek als een triestige plek, een ‘last resort’ voor mensen die
niet op de normale manier een kindje konden krijgen.

Bloednerveus
was ik voor mijn eerste consultatie op fertiliteit.
Ik kwam
er gelukkig terecht bij een geweldige gynaecologe. Ze onderzocht me en zag
meteen wat er aan de hand was. Ik had/heb
PCOS.
Het komt erop neer dat ik vruchtbaar ben, weliswaar in verminderde mate. Ik heb
geen spontane eicelrijping en eisprong en kan niet op natuurlijke wijze zwanger
worden. Daar is wat hulp voor nodig van hormonen. Blijkbaar hebben veel vrouwen
PCOS. Mijn eerste vraag aan de gynaecologe was: hoe komt dat, ligt de oorzaak
bij mezelf? Ze stelde me gerust dat ik er niks kan aan doen, het is gewoon ‘brute
pech’. PCOS komt veel voor bij vrouwen met overgewicht die dan het advies
krijgen om wat te vermageren. Maar bij mij was dat niet het geval. Ik mocht, na een paar verplichte medische
onderzoeken, een hormoonbehandeling starten om zwanger te worden.

Aan de behandeling kwamen heel wat pilletjes en
spuitjes te pas, véél geduld en af en toe een traan. De hormonen sloegen aan
dus dat was een meevaller. Maar ik
voelde ze vaak gieren door mijn lijf, echt aangenaam vond ik dat niet.
Bovendien
woog het hele traject flink op mijn relatie. Als er één raad is die ik mag
geven aan koppels die proberen zwanger te worden en bij wie het niet meteen
lukt: ga niet té snel naar een
vruchtbaarheidskliniek
. Ik heb er een jaar mee gewacht en ja, dat was vaak
frustrerend. Maar een hormoonbehandeling is niet ‘zomaar’ pillen slikken,
spuiten zetten, echo’s ondergaan… Het is
zwaar, zowel lichamelijk als emotioneel.
De onzekerheid, de
teleurstellingen: het maakte mijn vriend en mezelf enerzijds sterker als koppel
maar anderzijds had het ook een niet te onderschatten impact op onze relatie. We
hadden heel wat moeilijke momenten tijdens de behandeling, bijvoorbeeld na een
poging die niet gelukt was.

Artsen starten trouwens ook geen behandeling op zonder
aanwijsbare reden, zo werkt het niet.
Vanaf
het moment dat ik in behandeling was in de vruchtbaarheidskliniek, ben ik open
geweest naar familie en vrienden.
Eigenlijk naar iedereen die ernaar vroeg.
Ik had er geen moeite mee om te praten over mijn ‘problemen’ om zwanger te
worden. Er zijn veel koppels die niet ‘zomaar’ zwanger raken – dat was
duidelijk bij elke consultatie op fertiliteit. Toch bestaat er nog veel taboe
rond. Dat is jammer want door erover te praten help je jezelf én anderen.
Je vermijdt ook ‘awkward situations’ zoals
mensen die je te pas en te onpas vragen of je nu nog altijd niet zwanger bent.

Door wat ik heb meegemaakt, stel ik die vraag niet meer aan mensen. Niet omdat
het me niet interesseert maar omdat ik hen niet in verlegenheid wil brengen. Want
velen durven/willen/kunnen er niet over praten en daar heb ik respect voor.
Ik kan alleen maar de raad geven om het wél
te doen. Je verhaal delen doet zoveel deugd.

Zwanger worden was voor mij geen ‘walk in the park’. Maar
erover klagen ga ik niet doen. Uiteindelijk ben ik zwanger geraakt na 4 ‘mislukte’
pogingen en ik had een droomzwangerschap. Er zijn koppels die langer moeten
proberen, met meer hindernissen. De
behandeling was intensief maar ik deed het met plezier voor de baby die ik zo
graag wou.

In 2015 besloten mijn vriend en ik om voor een tweede kindje
te gaan. De behandeling werd opnieuw gestart maar helaas sloeg ze niet meer aan
en moest ik overschakelen op een zwaardere behandeling. Ook dat was geen succes
maar
toch
raakte ik zwanger
, op een moment dat ik de moed had opgegeven. Jammer
genoeg eindigde het in
een
miskraam
. Dat heeft een
grote impact gehad op ons als koppel, op onze relatie.
Het heeft er mee
voor gezorgd dat we nu bewust kiezen om niet te gaan voor een tweede kindje. Ik
zie het (voorlopig) niet zitten om de behandeling opnieuw te starten, al dat
geloop, die hormonen, de teleurstellingen… Het is uiteraard niet de enige reden
want wij vinden één kind gewoon ook superleuk en ‘genoeg’.



Weet je,
life is what you make of it.
Het
leven loopt niet altijd zoals je het plant. Ik ben wellicht een van de grootste
planningsfreaks die er bestaan maar ik besef goed dat je sommige zaken zelf
niet onder controle hebt. Soms krijg je
te maken met onverwachte hindernissen. Dat geldt zeker ook voor zwanger worden.

Als je niet vlot zwanger geraakt, weet dan dat je niet de enige bent en probeer
een manier te vinden om er positief mee om te gaan. When life gives you lemons, make lemonade: dat is mijn levensmotto
en het heeft me erg geholpen om mijn ‘probleem’ te aanvaarden. Natuurlijk had
ik het rooskleuriger voor ogen toen ik eind 2010 met mijn pil stopte. Maar het
is anders gelopen. En als ik kijk naar mijn prachtige zoon, een zalig ventje
van 4,5 jaar, dan kan ik alleen maar denken: de behandeling was zwaar maar de
beloning is mooi en zoet. Veel zoeter dan the sweetest lemonade.



Love, Josie xo

Deze blog kwam tot stand in samenwerking met Sensoa.