Tags

, ,

Zondag liep ik de Great
Breweries Marathon (25K). Wie mij volgt op social media, weet inmiddels dat ik
de finish bereikt heb en dat het zeer zwaar (voornamelijk door de hitte, het
was ongeveer 26 graden en zonnig) en vooral enorm plezant was. Ik heb uit dit
loopavontuur, waar ik 12 weken vrij intensief naartoe gewerkt heb, een aantal
dingen geleerd. Ik deel ze graag, wie weet kan ik je inspireren of motiveren…

Start niet te snel

Omdat ik voor zondag nog
nooit verder dan een halve marathon (al een stuk of 6, dat wel) gelopen had,
durfde ik geen concreet tijdsdoel vooropstellen.
Het draaide uiteindelijk ook niet om de tijd
maar om het lopen zelf
. Toch
wilde ik graag aan de finish verschijnen binnen de tweeënhalf uur – lopers
hebben een enorm eergevoel, wie zelf loopt zal dat beamen. Ik kan een halve
marathon lopen in 1:55 (in Brussel in oktober 2015 onder ideale
weersomstandigheden) dus een snelle rekensom leerde me dat 2:30 mogelijk moest
zijn voor 25K (of 25,4K om precies te zijn want door de hevige regen was een
deel van het parcours ondergelopen en moesten we een kleine omweg maken). Dat vereiste
een pace van 6min/km. Na de start dook ik daar echter al snel onder. Het was
nog niet zo warm en het ging supergoed. Tot kilometer 12 à 13 liep ik een pace
van 5:35. Pieterjan vroeg geregeld of het goed ging omdat hij het als zijn
verantwoordelijkheid beschouwde om het tempo onder controle te houden en te
zorgen dat ik heelhuids de eindmeet haalde. Hij wist tenslotte hoe belangrijk
5 juni voor mij was. Het ging heel goed maar na 12K kreeg ik het lastig. Vanaf dat
moment lag het parcours in de volle zon en besefte ik dat ik te snel gestart
was. Ik kan een pace van 5:35 lopen in normale weersomstandigheden en over een kortere
afstand maar dit tempo kon ik onmogelijk aanhouden voor de 13K die nog volgden in
de hitte – tenzij ik in de ambulance wilde finishen maar dat was niet mijn plan.
Ik vervloekte mezelf na die snelle start en begon noodgedwongen te vertragen. Een
deuk in mijn eergevoel maar gelukkig werd die ruimschoots gecompenseerd toen ik
de finish haalde na 2:30 (een minuutje sneller was mogelijk geweest ware het
niet dat mijn blaas het na 12K niet meer uithield). Moest ik iets trager
gestart zijn, dan had ik de volle 25K aan een constant en comfortabel tempo kunnen
lopen. Dan zou ik nog veel trotser zijn dan ik nu ben. Conclusie: wanneer ik
volgende week vrijdag aan de start sta van de halve marathon tijdens de
Nacht
van West-Vlaanderen
 zal ik
zeker niet als een hazewind uit het startblok schieten
J Dat geldt in feite voor alles in het leven: je
mag nog zoveel goesting en drive hebben om iets te doen, ga niet te snel. Want
dan loop je het risico om je te verbranden of met je kop tegen de muur te
lopen.


Pain is temporary… but quitting lasts forever
Op meerdere momenten in mijn
nog jeugdige leven heb ik al geleerd dat ik nooit ofte nimmer mag opgeven. Zondag
is dat nogmaals gebleken. Kijk, ik heb het enorm lastig gehad. Vijfentwintig
kilometer lopen is sowieso zwaar, hoe getraind je ook bent. In combinatie met
de zon en de warmte was het geen lachertje. Ik heb op sommige momenten gedacht:
“Kind toch, waarom doe jij dat allemaal? Doe toch eens normaal en wees tevreden
met een “gewone” 10K!” Maar op geen enkel – ik herhaal: geen énkel – moment heb
ik gedacht: “En nu geef ik op. Nu zet ik mij aan de kant van de weg en laat ik
mij oppikken door het Rode Kruis of een vriendelijke passant.” Pas op, moest ik
fysieke pijn gehad hebben, zou ik het wél gedaan hebben want in dat geval is
het niet verstandig om te blijven doorgaan. Maar ik had geen pijn, mijn lichaam
was in topvorm. Het was vooral mentaal heel zwaar en door de warmte moest ik
diep gaan om voldoende adem te vinden. Daarom luisterde ik naar mijn lichaam en
deed ik wat ik moest doen: vertragen en bepaalde stukken stappen – dat voelt aan
als een enorme nederlaag maar ik was niet de enige, verre van trouwens. Het was
dat of opgeven, en dat laatste was écht geen optie. Het hielp enorm dat ik
Pieterjan aan mijn zijde had om mij te blijven motiveren maar ook zonder hem
had ik mij niet zomaar overgegeven. Op vlak van doorzettingsvermogen kan ik nog
wat bijleren maar opgeven staat niet in mijn woordenboek. Dat geldt niet alleen
op sportief vlak maar voor alles wat ik doe.




Ik ben niet alleen
Lopen is heel vaak afzien en
zondag was dat zeker het geval. Op een bepaald moment – ik was toen een eindje
aan het stappen om mijn adem terug te vinden – zei Pieterjan me: “Bokkie, er is
één ding dat je moet weten: iederéén is momenteel aan het afzien, ik ook. Je
bent echt niet alleen.” Dat motiveerde mij enorm. Want inderdaad, toen ik rond
me keek zag ik veel lopers vertragen of stappen, sommigen zaten langs de kant
van de weg of moesten verzorgd worden. Niet dat dat me blij maakte,
integendeel, maar het hielp om mijn kracht en strijdlust terug te vinden. Gedeelde
smart is halve smart, nietwaar? Ik denk vaak dat ik de enige ben die het lastig
heeft tijdens het lopen en dat het voor anderen een fluitje van een cent is.
Dat zij nooit buiten adem zijn, nooit een steek voelen in hun zij, nooit krampen
moeten verbijten, nooit zichzelf hartsgrondig vervloeken omdat ze weer eens een
uitdaging nodig hadden. Maar ik heb zondag nogmaals geleerd dat dat niet zo is.
Wij lopers, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. En dat schept een band!


Runners are crazy
Er is één iets wat alle lopers
met elkaar verenigt: het zijn allemaal zotten. Wat kan je anders zeggen over
mensen die plezier en voldoening halen uit keihard afzien, telkens opnieuw? Die
hun grenzen verleggen om dat fameuze runners’
high
te bereiken? Mensen verklaren me vaak gek wanneer ik voor dag en dauw
opsta om te gaan lopen, mijn middagpauze opoffer om te gaan hardlopen of mijn
week zodanig strak plan dat ik zeker 4 keer kan gaan lopen naast mijn job, mijn
bijberoep, mijn gezin en mijn hobby’s. Dat is inderdaad soms te zot voor
woorden maar tegelijkertijd is “ge zijt zot” het grootste compliment dat je mij
kan geven (als loopster dan toch). Het is door af te zien en diep te gaan dat ik
achteraf des te gelukkiger ben. Het gevoel dat ik kreeg toen ik over de eindmeet
liep van de Great Breweries Marathon was echt onbeschrijflijk. Bezweet en
belabberd maar bovenal intens blij en trots! Een intens gevoel waar ik nog lang kan op teren. Zot zijn doet geen zeer, het maakt
mij juist gelukkig!
Ik ben zoveel sterker dan ik denk
Toen ik 10 jaar geleden begon
te hardlopen, had ik nooit durven denken dat ik vandaag 25K zou lopen. Ik nam
in mei 2006 voor het eerst deel aan een running event, namelijk de Stadsloop in
Gent (10K). Ik herinner me nog goed dat dat enorm lastig was: het was pokkeheet
en ik heb meermaals op het punt gestaan om op te geven. Ik was toen bijlange
niet zo getraind en fanatiek als nu. Maar ik ben jaren aan een stuk blijven
volharden en sinds ik opnieuw ben beginnen lopen na mijn zwangerschap (maart
2013, exact 6 weken na Emils geboorte) is het echt mijn passie geworden, mijn favoriete uitlaatklep. Het is
vanaf dan dat ik intensiever beginnen trainen ben en in oktober 2013 finishte
ik mijn allereerste halve marathon (Brussel). Lopen leert mij elke keer opnieuw
dat ik sterker ben dan ik denk en dat ik tot zoveel meer in staat ben. Dat was
ook het geval met mijn 25K. Veel mensen zeiden me: “Tja, je kan halve marathons
lopen dus die 4K extra zal ook wel lukken zeker?” Toch is dat niet “maar” 4K
extra want bij mijn halve marathons kreeg ik soms pijn in mijn hamstrings vanaf
18K. Ik had dus wel wat schrik en was niet zeker of het me zou lukken… But I did it! Onder betere
weersomstandigheden was het wellicht nog vlotter verlopen, maar ik kan die 25K
toevoegen aan mijn palmares en that’s
what matters
.

Luister naar je lichaam
Onlangs schreef ik het nog in mijn tips voor
lopen in de warmte
:
luister naar je lichaam. Uiteraard wil je als loper gaan voor een mooie tijd
maar je mag de signalen die je lichaam geeft niet negeren. Zondag was het erg
warm en ik had het lastig. Ik koos er dan ook voor om mijn tempo aan te passen,
liever dan tegen de grond te gaan en mijn allereerste 25K run te herinneren als
“die keer dat ik moest afgevoerd worden naar het ziekenhuis”. Je moet
aanvaarden dat je lichaam bepaalde grenzen heeft. Je kan die grenzen opzoeken,
aftasten en proberen te verleggen – ik zou zelfs durven stellen dat je dat moét
doen. Maar in the end moet je altijd
rekening houden met je grenzen en mag je niet overdrijven want anders ben je
gevaarlijk bezig. Belangrijk is ook om te beseffen dat die grenzen voor iedereen
anders zijn. Sommige lopers kunnen goed tegen de warmte, sommigen hebben een
hogere pijngrens, een betere longcapaciteit,… Het heeft heus geen zin om je te
vergelijken met anderen. Denk aan jezelf en wees trots op wat je doet.




If you can dream it, you can do it
Ik ben zeer tevreden met mijn
prestatie. Ik ben fier als een gieter! Toch is er altijd ruimte voor verbetering. Ik ben overtuigd dat ik
sneller en beter kan. En ook dat ik nog verder kan dan 25K. ik blijf mezelf
graag uitdagen. Het houdt me scherp en gefocust en het helpt me ook op andere
vlakken beter te presteren, bijvoorbeeld in mijn job. Op de terugweg naar huis
zondag nam ik mezelf voor om op 17 juni mijn tijd op de halve marathon te
verbeteren tijdens de Nacht van West-Vlaanderen. Of toch te proberen. Dat zal niet eenvoudig zijn
maar ik ga ervoor. Daarna is het zomer en ga ik een maandje minder intensief
lopen (ik ga dan op vakantie, daar loop ik wel maar aan een lager pitje). Vanaf
half augustus werk ik toe naar de Brussels Half Marathon om ook daar een beetje
sneller te finishen. Wat er daarna komt, weet ik eigenlijk nog niet goed… Veel
mensen lijken het evident te vinden dat ik na die 25K begin te trainen voor een
marathon. Voor mij is dat echter niet de evidentie zelve. Als ik een marathon
loop, wil ik me perfect kunnen voorbereiden en momenteel is
dat niet echt mogelijk wegens een combinatie van factoren. Vind ik dat erg? Helemaal niet. Ik ga ervan uit dat ik nog
maar een derde van mijn leven achter de rug heb (ik heb de ambitie om 100 jaar
te worden) en dat er nog een zee van tijd is om al mijn sportieve ambities en
dromen te realiseren. Laat mij voorlopig maar focussen op halve marathons en
een beetje meer. En ook op mentaal sterker worden. Want hoewel ik zeer
zelfzeker en sterk ben, toch merk ik dat ik snel de moed verlies wanneer ik
bijvoorbeeld last krijg van mijn ademhaling. Dat is zeker en vast een werkpunt!


Lopen met een schema loont
Voor de Great Breweries Marathon volgde ik een
12-weken schema van Energylab.
Ik kan
dus wel stellen dat ik zondag heel goed getraind aan de start verscheen. Misschien
een beetje té afgetraind volgens sommigen, maar zelf vind ik van niet en ik
voelde me in topvorm. Ik heb op geen enkel moment pijn gehad in mijn spieren of
het gevoel gekregen dat mijn benen niet mee wilden. Dat had ik zonder twijfel te
danken aan mijn loopschema. Ook achteraf was ik niet stijf, terwijl ik me goed
herinner dat ik na de laatste Brussels Half Marathon nauwelijks nog de trap op
of af geraakte. Het schema heeft mijn lichaam sterk en flexibel gemaakt. Het
was zwaar en bij momenten moeilijk om in te plannen maar nu moet ik toegeven
dat ik het al mis. Ik ben van plan om tot half augustus zonder schema te lopen
maar vanaf dan ga ik er weer eentje volgen. Het biedt veel houvast en geeft me
het gevoel dat ik gericht en efficiënt aan het trainen ben.
Always keep running
Na zondag heb ik eens te meer
beseft hoeveel ik wel heb aan “mijn” lopen en hoe erg ik het zou vinden moest
ik niet meer kunnen lopen. Hout vasthouden dat ik nooit geblesseerd raak of
ernstig ziek word want voor mijn part loop ik tot ik oud en verrimpeld ben.
Gewoon omdat het me gelukkig maakt, motiveert en inspireert. En omdat er zoveel
mensen zijn die wel willen lopen maar niet kunnen – voor hen steek ik graag een
tandje bij. Ik zag zondag een loper met één arm en een papa die al lopend zijn
kindje voortduwde dat niet kan lopen. Ook het wereldrecord “snelste marathon
terwijl je iemand in een rolstoel voortduwt” werd verbroken. Voor die mensen heb
ik eindeloos veel respect!


Superhelden bestaan… en niet alleen in de films
Pieterjan is volop aan het
trainen voor een nieuwe reeks kwarttriatlons. Hij is dus in conditie maar op
vlak van lopen was hij zondag zeker niet zo getraind als mij. Logisch ook, want
hij moet zijn trainingstijd verdelen over maar liefst 3 sporten. Desalniettemin
– oh wat gebruik ik dit woord graag – heeft hij zondag geen krimp gegeven. Hij
heeft ook afgezien maar op geen enkel moment heeft hij dat aan mij laten
blijken tijdens het lopen. Hij was immers mee om mij te steunen… Pieterjan
begint al te zweten wanneer het vriest dus zondag was voor hem een hele
beproeving. De avond voordien begon hij bovendien wat pijn te krijgen in zijn
knie en dat gevoel was zondag nog sluimerend aanwezig. Wat ik wil zeggen, is
dat Pieterjan een enorme doorzetter is. De grootste doorzetter die ik ken. Wie
dacht dat ik de koningin der volharding was, moet dringend eens met hem
kennismaken. Zijn allereerste kwarttriatlon deed hij toen Emil 4 maand oud was,
na een periode met toch wel verminderde slaap én na een nacht waarin hij om de
tien minuten naar de wc moest hollen door een of andere vuile bacterie in zijn lijf. Hij verscheen aan de start met een zo
goed als lege maag en heeft afgezien als een beest. Maar hij deed het, en dan
nog in een hele mooie tijd. Zo gaat dat bij hem met al zijn sportprestaties. Ik
zeg hem vaak wat voor een enorm sterke sportman ik hem vind, en altijd weerlegt
hij dat onmiddellijk want hij is zeer streng voor zichzelf. Ik noem hem graag een
man van ijzer, zelf vindt hij plastiek een betere vergelijking
J Na onze aankomst zondag vertrouwde hij me toe dat
hij toch wel graag eens een marathon zou willen lopen… Ik ben er 100%, zelfs
1000% van overtuigd dat hem dat zou lukken. Met zijn doorzettingsvermogen en
verbetenheid is hij daar de geschikte persoon voor. Moest hij echt beslissen om
voor die marathon te gaan, dan sta ik als een blok achter hem en zal ik er mee
voor zorgen dat het lukt. Ja, ik vind mijn vent een hele straffe gast. Een
ijzersterke papa waar Emil erg naar opkijkt. Ik ben na 5 juni niet alleen trots op
mezelf, ook op hem.


Kortom, ik ging eens 25K
lopen en ik kan weer een vers pak levenswijsheden uit mijn mouw schudden
J
Want al deze lessen gelden niet alleen voor
het lopen maar ook voor het dagelijks leven. Nooit opgeven, maat houden, in
jezelf geloven, blijven proberen, elkaar steunen: lopen is een metafoor voor
het leven
.
Dit gezegd zijnde wil ik ook
nog vermelden dat ik de Great Breweries Marathon perfect georganiseerd vond.

Het parcours was schitterend (ondanks het feit dat er weinig schaduw was), de
bevoorrading top (om de 2,5K was er water, ik vond dat meer dan voldoende en veel meer dan andere running events) en de sfeer
in het aankomstdorp zat heel goed. Volgend jaar ben ik zeker opnieuw van de
partij!

Dan rest mij alleen nog de vraag of er iemand een leuke uitdaging weet voor na de Brussels Half Marathon in oktober 2016. Alle suggesties zijn meer dan welkom! 🙂

Love, Josie xo