Tags

Lieve papa, morgen zal het 16 jaar geleden zijn dat je totaal onverwacht
overleed. Ik ben nu 32, dus een kleine rekensom leert dat ik je al 16 jaar mis. Dat ik de ene helft van mijn leven heb doorgebracht met jou vrijwel altijd
in de buurt, en de andere helft zonder jou. Zestien jaar waarin ik regelmatig naar boven gekeken heb – naar de zon, de maan, de sterren, de
wolken – op momenten van vreugde, verdriet, wanhoop, twijfel. In de hoop dat jij me zou zien, waar je ook bent. Ik geloof in niks, behalve dat jij nog ergens bent up there




Toen je stierf was ik 16 en nog wat
aan ’t puberen. Daardoor heb ik het gevoel dat ik je nooit “echt” heb leren kennen.
Met mama heb ik vandaag een intense band, maar dat is eigenlijk pas begonnen
na mijn studententijd. Toch heb ik talloze warme herinneringen aan jou,
vooral uit mijn kindertijd.


Ik weet nog goed hoe ik als kind ’s avonds soms een
zeurderig gevoel in mijn beentjes had. Ik kon daar soms echt niet van slapen. Volgens jou was dat omdat ik aan het
groeien was. Je kwam dan bij mij op bed zitten, je wreef mijn beentjes warm en
de pijn ging weg. In die tijd noemde je me vaak Jefke de sossies. Ik weet
begot niet meer hoe je daarbij gekomen
was, maar er hoorde een liedje bij dat we vaak samen zongen en waarmee we veel
leute hadden. Ik weet ook nog dat we eind jaren ’80 op vakantie waren in de Gorges du Tarn. Het was daar dat ik kennismaakte met het fenomeen van de echo tegen de bergflanken. 
En geestig dat ik dat vond. Mama maakte toen deze mooie foto van jou samen met je 3 kinderen (toen 5, 7 en 8 jaar denk ik):


Een groot deel van mijn herinneringen aan jou spelen zich af
in de periode nadat mama en jij gescheiden waren. Ik was toen zes. Ik weet nog
goed die keer dat je ons voor ‘t eerst kwam ophalen op vrijdagavond voor jouw
tweewekelijks weekend met je 3 musketiers. Ik had er superveel zin in en stond
samen met Ward en Katrien gepakt en gezakt klaar om in je camionette te
kruipen. Ik hoorde je aan mama vragen: “Hebt gij zo’n nachtlampke meegegeven
voor de meiskes?” Ward zou bij jou slapen, maar ik ging met Katrien op één
kamer liggen en ik was op z’n zachtst gezegd een bangschijter. Ik was nogal
gesteld op mijn nachtlampje, zo’n oranje lichtgevend bolletje dat je in het
stopcontact moest steken. Ik vond het zo lief dat je dat aan mama vroeg omdat
het toonde hoe goed je mij – jouw kleinste – kende en hoe erg je het me naar mijn zin wilde maken
in “jouw weekend”.

En die weekends, die waren altijd de max. Op vrijdagavond
kwam je ons halen om 18u en dan gingen we eerst naar de “Maxi GB” voor onze
inkopen. Als ik er nu aan terugdenk, was het vaak een beetje decadent met wat
voor een kar we toen aan de kassa belandden. We kregen altijd de nieuwste strip
van Kiekeboe en Urbanus en mijn barbiecollectie breidde zich snel uit. Niet
tweewekelijks, maar maandelijks kwam er wel een nieuwe pop bij. En koeken,
spekken, chips, frisdrank… Toen was ik een kind en genoot ik van de
verwennerijen. Moest ik vandaag Emil maar één weekend op de twee zien, ik zou
hem ook behoorlijk verwennen hoor. Daar ben ik zeker van. Ik kon die “luxe” trouwens
heel goed relativeren, want eens het weekend gepasseerd was, ging ik met heel
veel plezier (en af en toe eens wat buikpijn) terug naar mama en het “normale” leven zonder frisdrank en co. Het
was gewoon een leuke afwisseling.

Ik kwam zo graag bij jou, in het grote huis van opa en pepe
Danny. Drie mannen onder één dak, en om de twee weken kwamen er 3 uitgelaten
kinders bij. Ik kan me inbeelden dat zij daar soms wat tegenop zagen want wij
maakten vrij veel leven – that’s just what kids do. Maar we waren geen stoute kinderen dus ik denk dat ze
het uiteindelijk niet erg vonden, zeker niet wanneer ze jou met volle teugen
zagen genieten van je zoon en je 2 dochters – je schatten, je trots. Genieten
van gezellige avonden voor de televisie met onze zelfgekozen kaaskes en chips.
We keken toen altijd naar de weekendfilm. Ik weet nog goed hoe we op een avond
keken naar Indiana Jones and the temple
of doom
en dat er op een bepaald moment in de film iemand zijn hart uit
gerukt wordt en dat het daarna blijft verder bonzen. Belachelijk wanneer ik het
nu terugzie, maar als kind van zes pretty impressive. Ik heb daar als
broekschijter van het eerste uur lang mee in mijn maag gezeten maar ik deed mezelf stoer voor en vertelde jou dat niet. Toch heeft een hele tijd geduurd voor ik
weer in bed durfde te kruipen zonder dat ik eerst had gecheckt of er niemand
onder verstopt zat straight from the temple of doom. Maar gelukkig was er dat nachtlampje, waar jij voor gezorgd had, dat me geruststelde.

Op zaterdag gingen we vaak naar het voetbal kijken van Ward.
Je was zo trots op je voetballende zoon. Katrien en ik, uw meiskes, gingen graag mee. Wij
konden ons daar goed bezighouden en hadden altijd veel plezier, bijvoorbeeld door
ondersteboven aan de afsluiting van het voetbalveld te hangen. En we kregen
altijd een zakje Grills en soms mochten we eens aan de sjiekenbak draaien. Daar
werd ik toen zo blij van. Op zaterdagavond gingen we soms zwemmen. Jij was dan Woike het onderwaterpaard (vanwaar kwam dat eigenlijk? Ik vermoed ontsproten
aan onze rijke fantasie) en je moest ons vangen. Na het zwemmen waren we
uitgehongerd en aten we lekkere zelfgemaakte spaghetti (met véél kaas) of
lasagne van in de kaaswinkel in het dorp wanneer we geen zin hadden om te
koken.

De zomers in de Kasteeldreef waren legendarisch. Tijdens de
kermis kregen we een groot budget van jou, en Katrien en ik vingen massa’s
beerkes in het lunapark. Verwend waren we, maar niet bedorven. Ik denk dat we toen
al heel goed beseften dat jij dat deed om je schuldgevoel te compenseren, omdat
je ons zo graag zag. We gingen ook eens op vakantie naar de zee voor 2 weken, in
De Haan. We deden toen elke dag vrijwel hetzelfde: naar het strand om er de hele middag te ravotten, op de
terugweg een ijsje eten in den Australian
en daarna naar de Spar voor het avondeten. Het was
in de tijd dat Albert II de troon besteeg, en in de Humo (jouw lijfblad) zat
een poster van de nieuwe koning met leren frak op zijn motto. Die hadden we
opgehangen in ons vakantiehuisje. Wat een zalige 2 weken waren dat. OK, we aten bijna elke avond spaghetti en er passeerde weinig fruit de revue behalve spekken in de vorm van fraisen en pêchen. Maar het was zo leuk en wij trokken heel goed ons plan met ons vier.


Ik heb nog zoveel andere herinneringen aan jou, papa. Ook een aantal minder leuke, maar de mooie komen absoluut op de eerste plaats. Het zijn die herinneringen waar ik me aan optrek en waaruit ik kracht put, al zestien jaar lang. Wat ik
me vooral herinner, is dat we met jou overal supergraag gezien waren. Marc en
zijn kinderen, waar hij zo trots op was. De mensen hadden jou zo graag
en je was overal welkom. Niet moeilijk dat de kerk uit haar voegen barstte
tijdens jouw begrafenis.

Mijn laatste herinnering aan jou is van zaterdag 25 maart 2000. Ze speelt zich af in de Casa
Del Locos
, de taverne in “ons” Destelbergen (zou dat eigenlijk nog bestaan?)
waar we in die tijd vaak met ons vieren gingen eten. Omdat het er lekker was,
en ook wel omdat het de enige eetgelegenheid was in ons dorp. Zoals altijd was het
gezellig en ik weet nog heel goed wat ik toen at: macaroni Casa del Locos. Dat
was met gehaktballekes en een gegratineerde kaaskorst (ik at dat daar altijd). Het was op die avond dat
je al grappend vertelde dat we, als je ooit zou sterven, moesten zorgen dat The
Stones en The Scabs op je begrafenis konden komen spelen en dat het daar zeker geen
saaie boel mocht worden. Wist ik veel dat we een week later effectief die
begrafenis al zouden moeten regelen.

Jouw favoriete rockers naar Destelbergen halen is me niet
gelukt. Ik zou kunnen zeggen dat het me spijt, maar ik doe het niet. Want ik
ben sinds 1 april 2000 wel een grote fan van The Scabs en om The Stones te appreciëren doe
ik ook mijn best. Dat is niet helemaal mijn ding, maar Pieterjan compenseert
dat ruimschoots. Moest je er nog zijn, dan kon je samen met hem naar Mick &
de zijnen luisteren en ondertussen een Duvelke drinken. Jullie zouden echt enorm
goed overeen komen. De karaktertrekken die ik niét van jou heb geërfd, zijn er namelijk die Pieterjan wél heeft.

Ik zou ook spijt kunnen hebben dat ik niet meer foto’s
gemaakt heb van ons samen, want ik vind er niet veel van je laatste
levensjaren. Maar ja, ik was toen nog niet zo’n wezen dat voortdurend foto’s
neemt met haar telefoon, laat staan dat ik toen al een gsm of eigen
foto-apparaat had. Toch had ik graag een foto gehad van ons viertjes, op die
laatste avond. Gewoon, als tastbare herinnering aan toen.

Ik vind het ook spijtig dat Emil jou nooit zal leren
kennen. Maar wees gerust, ik ga hem later zeker over jou vertellen. Alleen nu
nog niet, want hij hoeft nog niet te weten dat superpapa’s kunnen doodgaan. Ik
zal hem op tijd en stond vertellen dat pepe Marc een van die vele sterren is
aan de hemel, waar hij zo graag naar kijkt ’s avonds voor het slapengaan. Een ster die altijd schijnt, ook
als het eens wat minder goed gaat. De coolste ster aan het firmament.

Ik slaap vandaag niet meer met mijn nachtlampje van toen,
omdat ik weet dat er daarboven ergens een lichtje brandt dat nooit zal uitgaan.
Emil is, net als uw Jefke de sossies indertijd, gesteld op zijn nachtlampje. Het is een high-tech poes in alle kleuren van
de regenboog, de tijden zijn veranderd hoor. Jij bent de reden dat ik mijn zoon – jouw kleinzoon –  nooit ergens op logement laat gaan zonder dat
lampje. Omdat ik nog altijd niet vergeten ben hoe jij er 26 jaar geleden zoveel belang aan hechtte en wilde dat ik me op mijn gemak voelde.



Je bent ook de reden dat ik mama zo koester, net als Ward en Katrien. Het is door jou dat ik zo geniet wanneer ik Pieterjan en Emil samen leute zie hebben. Dankzij jou ben ik vandaag een zelfstandige plantrekker, iets waar ik eigenlijk wel trots op ben. En als Emil later pijn heeft aan zijn beentjes, reken dan
maar dat ik zal wrijven tot hij de pijn niet meer voelt.

Terwijl ik dit schrijf, rollen er tranen over mijn wangen. Maar
ik ben niet triestig. Ik ben blij dat ik kan terugblikken op zoveel leuke
herinneringen, die me gemaakt hebben tot wie ik ben: sterk, veerkrachtig,
onafhankelijk, optimistisch, down-to-earth. Ik ben blij dat jij me tot op vandaag inspireert en zo nog een beetje verder leeft hier bij ons. Ik hoop dat je trots
bent, daarboven.




Shine a light on me, warm like the evening sun zongen The Rolling Stones in 1972. Blijf dat doen, papa, dan zullen de herinneringen hier
nooit uitdoven. Morgen heb ik een dagje verlof samen met Emil. We gaan leuke
dingen doen en zullen zeker niet vergeten om af en toe eens naar boven te
kijken. 


Tot ziens.

X