Tags

, , , ,

Lopen
is wat mij betreft de ideale sport: er is geen ellenlange lijst met
benodigdheden, je kan het doen waar en wanneer je wil, en je kan het perfect in
je eentje doen. Probeer wél een aantal veelgemaakte loopfouten te vermijden,
want ik merk regelmatig dat veel mensen ze begaan…

Fout nummer 1: de verkeerde
schoenen
Je hebt
niet veel materiaal nodig maar een paar goeie loopschoenen is essentieel. Het
is verstandig om langs te gaan in de sportwinkel. Vaak kan je daar een (gratis)
loopanalyse laten uitvoeren en geven ze je advies over de juiste schoenen voor
jouw voet en loophouding. Misschien ben je een vurige fan van Nike en wijst de
loopanalyse op een ideaal paar van Asics of Brooks… Dat is jammer en in the end ben je vrij om je zin te
doen, maar ik raad aan om het advies van de sportwinkel te volgen. Op die
manier vermijd je blessures. Bovendien hebben alle merken tegenwoordig leuke
schoenen in hun collecties zitten. Oude sportschoenen zijn aan vervanging toe
na zo’n 1000K. Bij mij is dat na één jaar, het hangt er uiteraard van af hoeveel
je loopt.

Fout nummer 2: onrealistische
doelstellingen
De verleiding om de lat hoog te
leggen bij het lopen is hoog. Er worden immers veel leuke loopevents
georganiseerd en ik kan me inbeelden dat sommige (niet zo getrainde) mensen
denken: ach ja, waarom niet? Velen maken echter de fout om te snel vooruit te
willen. Ze zijn net beginnen lopen, 5K lukt vlotjes, en in plaats van rustig te
blijven opbouwen, stellen ze zichzelf meteen een halve marathon als doel. Het
gevolg: ze houden het niet vol of blesseren zich, waardoor ze al even snel
moeten afhaken als ze begonnen zijn. Mijn tip: luister naar je lichaam, gun het
af en toe een rustdag en wees blij met de vooruitgang die je maakt. Het heeft
geen zin om je te vergelijken met anderen, want ieder lichaam is anders. Ik ben
pas halve marathons beginnen lopen na eerst jaren aan een stuk deel te nemen
aan 10K en 15K runs. Pas toen ik deze afstanden voldoende comfortabel en met veel
zelfvertrouwen kon lopen, heb ik de lat voor mezelf hoger gelegd. Mijn ultieme
droom is en blijft een marathon en ik ga mijn dit zeker ooit verwezenlijken.
Maar eerst wil ik nog een tijdje halve marathons blijven lopen totdat ik me
zeker genoeg voel om weer een versnelling hoger te schakelen.

Fout
nummer 3: de foute loophouding
Hoewel lopen iets heel
natuurlijks is en vanzelf gaat, hebben veel mensen een verkeerde loophouding.
Sommigen houden hun handen te hoog, anderen zwieren lustig met de armen van de
ene naar de andere kant. De beste manier? Je handen op heupniveau, je armen in
een hoek van 90 graden en je ellebogen naast je zij. Zwaai zeker niet te veel
met je armen en hou je rug mooi recht. En het voornaamste: loop zo ontspannen
mogelijk want als je krampachtig loopt, ben je sneller uitgeput. Toegegeven: ik
heb er lang over gedaan om de juiste loophouding onder de knie te krijgen, het
is echt niet evident. Maar ik kan zeggen dat ik nu “mooi loop” en ik voel dat
het beter gaat zo. Een fout die ik vroeger maakte, was dat ik mijn vuisten
balde omdat ik geloofde dat ik minder snel last zou krijgen van mijn milt. Dat
is een fabel want sinds ik het niet meer doe, loop ik veel meer relaxed en ik
heb in de verste verten geen pijn aan mijn milt! Ik doe ook wekelijks een
aantal core stability oefeningen ter versterking van mijn heup- en buikspieren,
en ik merk dat die mijn loophouding én uithoudingsvermogen ten goede komen.

Fout
nummer 4: de opwarming of cooldown overslaan
Een goeie opwarming en cooldown zijn minstens even belangrijk als de
loopsessie zelf. Ik moet toegeven dat ik de opwarming meestal oversla, omdat ik
dat beschouw als “verloren tijd”… Nochtans is het goed om je looptoer te
starten met een stevige wandeling van een paar minuten. Achteraf zijn
stretchoefeningen essentieel maar die sla ik sowieso nooit over. Zelfs na een
wedstrijd stel ik me in al mijn euforie en adrenalineroes even langs de kant om
een paar minuutjes te stretchen, omdat ik het me anders dubbel en dik beklaag
de dag nadien.

Fout
nummer 5: onvoldoende drinken
Het is belangrijk dat je goed
drinkt voor, tijdens en na je inspanning. Ik drink sowieso de hele dag door
water, dus ik begin goed gehydrateerd aan mijn sportsessie, die meestal ’s
avonds doorgaat. Ook tijdens het lopen kan het geen kwaad te drinken, maar
persoonlijk doe ik dat zelden, tenzij ik meer dan 12 à 13K loop. Ook
energierepen en “gellekes” gebruik ik momenteel niet. Tijdens een marathon zou
ik het wel doen, maar voor een halve vind ik het niet nodig. Ik heb het al een
paar keer gedaan en telkens kreeg ik last van vervelende oprispingen. Na het
sporten drink ik altijd veel ter compensatie. De regel is: als je urine
donkergeel is na het sporten, heb je niet genoeg gedronken.

Fout
nummer 6: verkeerde kledingkeuze
Het is soms moeilijk om in te
schatten hoeveel kleren je best draagt tijdens het lopen. Je wil geen kou
lijden, maar je hebt ook geen zin om te zweten als een rund onder een dikke
laag kleren. De truc is je te kleden in laagjes die je makkelijk kan uitspelen
wanneer je het te warm hebt. Ik zorg altijd voor een vochtabsorberende sportbeha
en eerste laag (dus zeker geen katoen). In de winter draag ik 2 laagjes (lange
mouwen) en een lange looplegging. Van zodra het ook maar een klein beetje lente
is, loop ik in korte broek en T-shirt. Fris om te vertrekken, maar eens ik op
gang ben, heb ik snel lekker warm. Ik zie in de lente vaak mensen lopen met een
lange joggingbroek en kaptrui (niet eens in ademende stof!) en dat kan zelfs
ik, een van de grootste koukleumen van het westelijk halfrond, écht niet
begrijpen 🙂

Als je op je hoede bent voor deze
6 valkuilen, dan ben je écht vertrokken met lopen… Op naar die runners’ high! 🙂

Lots of love, Josie xo


Deze post verscheen oorspronkelijk op Ladies Fun Sports.