Tags

, ,

Wees gerust, lieve lezer, deze post gaat niét over de Titanic-movie – al heb ik de film al 5 keer gezien en zou ik er zeker nog 10 keer naar kunnen kijken. The glory days of Leonardo DiCaprio… Heerlijk toch?


Deze week verliep Titanic-wise wel een beetje minder smooth dan andere weken. De oorzaak: dinsdag 1/9. Lees: mijn grote 2,5-jarige man ging voor het eerst naar school. Misschien kan ik dat beter vergelijken met een rollercoaster dan met een bootreisje. Want het ging gepaard met heel veel emoties.




En eerlijk gezegd, ik had dat niet echt zien aankomen. Of toch niet in die mate. In wélke mate dan, hoor ik jullie al denken. Ewel, wat ik wél verwacht had, is dat Emil het moeilijk zou hebben bij het afscheid ’s morgens. Hij mag dan nog zo stoer, sociaal en felgebekt zijn, deep down heeft hij een klein hartje en zijn mama en papa de mensen bij wie hij het liefst van al vertoeft. Dat hij graag in de klas zit, flink luistert en speelt en de naschoolse opvang helemaal niet zo’n drama vindt, dat had ik ook wel verwacht, want zoals gezegd is het kind sociaal en kan hij best wel zijn mannetje staan. Dat had ook zijn juf al door na dag één: “Het is wel een actief en levendig kindje hé!” Ja hoor, lieve juffrouw, you ain’t seen nothing yet 😉


Wat ik dan niét had zien aankomen? Dat mijn moederhart, waarvan ik nochtans dacht dat het bijzonder sterk is en tegen wat stootjes kan, zo zacht en kwetsbaar is. Op dag 1 was er geen vuiltje aan de lucht: ik hield me sterk maar dat was ook omdat het een speciale dag was waarop ik me goed had voorbereid. Geen tranen bij mommy dear dus. Gisteren, op dag 2, ben ik in de auto op weg naar het werk in tranen uitgebarsten. Ik, Josie, een zeer rationeel en vrij koel iemand, die in de wagen tranen met tuiten zit te huilen… Dat is ongezien, lieve lezer. Maar ik kon de tranen niet tegenhouden…


Omdat dat kleine boontje het een beetje moeilijk had bij het afscheid .
Omdat hij in de crèche de big boy was, een beetje de maëstro van ’t spel, en nu weer een kleintje tussen al die grote kinderen.
Omdat het woensdag was en hij dus op de koop toe nog eens een hele namiddag in de opvang moest blijven terwijl vele andere kindjes naar huis mochten.
Omdat ik een slechte moeder ben…?


Die laatste gedachte heeft wel degelijk door mijn hoofd gespookt gisteren, tijdens die autorit. Maar ze was snel weer weg. Gelukkig maar, want het is zo fout om dat te denken.




Ze zeggen altijd: your child is your heart walking around outside your body. Ik heb dat altijd een mooie quote gevonden, maar sinds gisteren besef ik ook écht wat het betekent. Ik heb Emil altijd al goed kunnen loslaten: in de crèche, bij de talloze logeerpartijtjes. Maar school is toch nog andere koek. Ik heb het gevoel dat ik nu moet leren om hem écht los te laten. Ik weet ook gewoon minder hoe het eraan toe gaat daar (al houdt de school ons prima op de hoogte, waarvoor dank!). Het is ook niet meer zo’n “huiselijke” omgeving als in de crèche. Wat logisch is uiteraard…


Als ik dan hoor van de juf hoe flink hij was op de eerste dag. Als ik hem ga ophalen in de opvang en een overenthousiaste, goedgezinde jongen mee krijg naar huis, die ’s avonds totaal niet jankerig en hangerig is. Die met veel enthousiasme praat over zijn coole boekentas, de speelplaats, juffrouw Kimbie (a.k.a. Kimberly), zijn leuke klas. Die ’s middags flink al zijn boterhammen opeet – mijn god, wat had ik daar schrik voor, dat hij met een gigantische pruillip in de refter zou zitten en geen hap binnen zou krijgen… Dan denk ik: laat dat hart van mij maar rondlopen. Laat het maar de wereld ontdekken. Het zal soms eens een accidentje tegenkomen, verdwalen, een bumpy ride meemaken. 


Maar er is een GPS, gelukkig maar. Een GPS die soms lijdzaam zal toekijken en zal wensen dat het hart niet zo ver loopt. Niet zo snel, niet zo roekeloos. Die soms zal wensen dat ze meer kan sturen en helpen. Maar die toch vooral met veel vertrouwen en plezier toekijkt, en beseft: my heart will go on. En dat is goed zo.