Tags

, , ,

Maandag ben ik jarig. Ik word 32, om precies te zijn. Echt veel doet het mij niet. Ik ga gewoon werken, een dag als een ander zou je dus kunnen zeggen. En toch is dat niet helemaal zo. De vele verjaardagswensen en de cadeautjes die ik dan krijg, vind ik toch wel heel plezant. Ik geniet van de aandacht die ik krijg, al hoef ik geen groot feest want ik sta niet graag in het middelpunt van de belangstelling…

In de periode rond mijn verjaardag denk ik ook altijd terug aan vroeger. Ik ben heel gelukkig vandaag en tevreden met wie ik ben, maar met de jaren komen er ook meer “zorgen” – dat is bij iedereen wel zo denk ik. Vroeger was dat niet zo. De meest onbezorgde periode die ik me herinner, was toch wel mijn kindertijd – zo tussen mijn 6de en mijn 11de (= lagere school). Ik denk daar nog heel vaak aan terug.  


Lieve lezer, ik neem je graag mee op een trip down memory lane, in een aantal herinneringen over de meest onbezorgde periode uit mijn levenIk bladerde even door mijn foto-albums en pikte er willekeurig 10 foto’s uit. Beelden die heel fijne herinneringen naar boven brachten…


1. In onze tuin hadden wij een berg. “Den berg” was een restant van toen ons huis gebouwd werd. Omdat mijn broer Ward, zus Katrien en ik er graag op speelden, besloten mijn ouders om hem te laten liggen en er gras op te zaaien. Alle vriendjes en vriendinnetjes die kwamen spelen, waren onder de indruk van “onzen berg”. Ik vond het de max. Het was ons kamp als we tikkertje spelen, onze piste om van te sleeën in de winter, en ik sjotte er geregeld een balletje (in stijl, zoals je kan zien op de foto). Eén keer waagde ik het om eraf te glijden met mijn hippe Fischer Price rolschaatsen, en daarna nooit meer. Want ik brak toen, in alle elegantie die ik toén al had, mijn pols. Het was de eerste en voorlopig enige keer dat ik iets gebroken heb. Fingers crossed 😉 




2. Ik was zot van mijn poezen. De eerste die ik me kan herinneren, was de gitzwarte Ebbo. In ons huis liepen er altijd wel 1, 2 of 3 katten rond – of meer, als er een kattin met kleintjes zat. Die beestjes hadden een luilekkerleventje bij ons, al moesten ze soms wel bereid zijn om poppenkleertjes aan te trekken en in een kinderwagen te liggen om mee op wandeling te gaan. Op de foto staan Mieneke (de zwarte) en Balthazar (zwart met wit). En mijn zus en ik in onze sponzen pyjama 🙂 “Balti” was mijn oogappel. Ik kreeg hem van een klasgenootje. Hij was jammer genoeg een echte vechtersbaas, en hij is gestorven door een combinatie van ouderdom en een “zwaar leven”. Als ik nu een zwarte poes zie met witte pootjes, dan denk ik nog altijd aan Balti terug. Ik wil binnenkort graag een katje in huis halen hier bij ons, en ik speel met de gedachte om een zwart-witje te nemen en hem ook Balthazar te noemen. Dus als iemand zo’n beestje weet zitten, let me know 🙂


3. Ik ging supergraag naar de scouts. Ook op kamp amuseerde ik me te pletter, al miste ik mijn mama wel altijd (ik was een echt “mama’s kindje”). Als ik een brief van mama kreeg, moest ik stiekem een traantje wegpinken. Ik maakte veel vriendinnen op de scouts. Met de meesten is het contact verwaterd, maar de leuke herinneringen blijven voor altijd. Mijn allerbeste maatje was Tine. Ik heb haar al een paar jaar niet meer gezien, maar ik neem me altijd voor om opnieuw met haar af te spreken. Want wij hebben echt veel leute gehad, en samen veel toeren uitgehaald. Dus Tine, als je dit leest, we moeten dringend eens daten! 🙂




4. We konden soms elkaars bloed drinken, maar mijn broer, zus en ik kwamen eigenlijk heel goed overeen. Hoe we samen met de Lego’s en Playmobils speelden, met ons 3 in bad gingen en parfum brouwden, met de poedel van mijn ene tante (Dodo) en de labrador van mijn andere tante (Ringo) gingen wandelen rond de grote vijver in ons dorp. Hoe we kampen bouwden op zolder en we als het gesneeuwd had onze slee vastmaakten aan de fiets, hoe ze mij “Joze kakdoze” noemden als we ruzie hadden en “tsjiepmuile” als ik dan zoals altijd bij mama ging uithuilen: dat zijn dingen die ik diep in mijn hart draag en nooit ga vergeten. Die herinneringen zijn de reden waarom ik wel een tweede kind zou willen. Omdat ik Emil net zo’n warme herinneringen gun aan een broer of zus als ik zelf heb aan mijn bro & sis.




5. Van zodra het een beetje goed weer was, speelde ik buiten. In onze grote tuin, maar ook vaak op straat met de buurmeisjes. We organiseerden dan badmintontornooitjes, speelden verstoppertje in elkaars tuin, of we plaagden de buurjongen een beetje. Vandaar zijn nogal beteuterde blik op de foto 😉 Soms hingen we gewoon wat rond, maar feit is dat we niet veel nodig hadden om ons supergoed te amuseren. Onze ouders moesten ons altijd naar binnen roepen als het tijd was om te gaan slapen, want zelf maakten we absoluut geen aanstalten om naar binnen te komen.




6. Ik heb een tijdje een “champignonkapsel” gehad (ik denk dat ik toen 4 of zo was). Ik vind het vreselijk als ik het nu terugzie, zeker in combinatie met mijn bolle kaakjes van toen. Maar volgens mijn mama was dat toen très fashionable… Dus ik zal haar maar geloven zeker? 



7. Rond mijn 8ste vierde de lycra “koersbroek” hoogtij. Wij noemden dat zo omdat de coureurs daarmee reden. Mijn zus en ik beschikten elk over een superhip exemplaar met één zwarte en één bontgekleurde pijp. Man, wat was ik trots op die broek! Ik vond ze zo mooi en was er dan ook supervoorzichtig mee. Ik heb ze gedragen tot ze op de naad versleten was (en daarna een beetje geweend). Ik droeg ook heel graag leggings, bij voorkeur met bloemen of een andere opvallende print. 




8. Uren aan een stuk hebben mijn zus en ik met onze Barbies gespeeld. We hadden een zeer uitgebreide collectie. Soms speelde mijn broer ook mee met onze “Ken”, maar dat leidde meestal tot ruzie want dat marcheerde niet zo goed… Hij heeft trouwens ook ooit eens een Barbie haar haar afgeknipt, dat herinner ik me nog heel goed 🙂 Mijn favoriet was mijn Benetton-barbie, waarmee ik op de foto sta. En ja, ik was ook fan van de Buffalo’s 🙂




9. Elk jaar gingen mijn zus en ik samen met een vriendinnetje “drie koningen” gaan zingen in de buurt. En we namen die taak heel serieus! We waren altijd perfect uitgedost en geschminkt (ik sta rechts). We maakten soms zelfs onze eigen creatieve versie van het driekoningenlied. Dat we hiermee een mooi zakcentje verdienden, was mooi meegenomen. We kochten hier meestal snoepen mee, want in die tijd kon je met amper frank nog een gigantische zak snoepen kopen. En gigantisch veel buikpijn hebben van ze allemaal in één keer naar binnen te sneukelen 😉




10. Water. Veel meer hadden we niet nodig op reis. Liefst een meer of rivier, zolang het maar in open lucht was en we erin konden spelen. Steentjes gooien en ze laten “springen” op het wateroppervlak, een wildwaterbaan maken,… Mijn mama wist dat ze alleen maar een vakantiebestemming moest kiezen met het nodige water in de buurt, en de rest zou wel vanzelf komen. Meestal had ik zo van die plastieken watersandaaltjes aan, die ik “suppersandalen” noemde. Ik weet begot niet hoe ik daarop gekomen was, maar ik had wel vaker speciale benamingen. Een trein bestaande uit slechts een locomotief en 1 wagon noemde ik bijvoorbeeld een “piepmarlotje”, en de parfum die ik maakte in bad was “kou fresh”. Mijn mama gaat vaak met Emil gaan “trainspotten” aan de spoorweg vlak bij haar huis, en ze heeft hem al laten kennis maken met de piepmarlotjes. Voorlopig breekt hij er nog zijn tong op 🙂




Ik kan zo nog wel een eindje verder gaan want ik heb nog zoveel leuke kindertijdverhalen die ik wil delen! Maar anders zou deze post een beetje te lang worden en dan haken jullie toch af… Laat gerust weten als ik hier nog een post over moet schrijven, en dan sla ik nog eens mijn foto-albums open 🙂


Lots of love, Josie xo