Tags

Ik vertrek over een paar dagen op vakantie. Uiteraard laat
ik jullie daarna in geuren en kleuren (en vooral met veel foto’s!) weten hoe
het geweest is. Maar ik kan nu eigenlijk al een beetje zeggen hoe het eraan toe
zal gaan…

In de auto op weg naar de Alpen geef ik na een lang gevecht
tegen de slaap de strijd op. Ik val in slaap in een oncomfortabele positie, met
nekpijn als gevolg. Pieterjan vereeuwigt dit moment op foto om er achteraf nog smakelijk
mee te lachen. Met een klein beetje geluk val ik in slaap met mijn mond open –
dat is achteraf nog meer pret gegarandeerd.


De autorit verloopt vlot. Het is immers niet meer de eerste
keer dat we naar het zuiden bollen met een kind op de achterbank. Uiteraard zijn
er een paar lastige momentjes wanneer Emil moe is en niet in slaap geraakt omdat hij veel liever naar de auto’s en camions op de baan kijkt. Maar
die kleine crisissen geraken we wel te boven mits voldoende troeven die ik
achter de hand houd: een halve bibliotheek, mijn ipad die ik vol gezet heb met kindvriendelijke
apps (en dan nog amuseert hij zich het best met te scrollen door mijn foto’s,
bij voorkeur die van zichzelf), knuffelbeesten, boterhammen, drankjes, koeken.

In Vaujany denk ik elke dag minstens één keer: verdorie
toch, het is hier zo lekker rustig en zo leuk, ik zou hier wel héél lang kunnen
blijven. Misschien zelfs wonen? Want ik zie hier wel mogelijkheden om iets te
beginnen. Samen met Pieterjan fantaseer ik over ons eigen evenementen- en
communicatiebedrijfje in de Franse Alpen. Of een cambre d’hôtes, of een café godbetert. Veel gaten in de markt, daar zijn we heilig
van overtuigd. Dromen over de toekomst is leuk, en op vakantie hebben we daar
veel tijd voor 🙂

Nog een gedachte die minstens één keer per dag de revue
passeert in mijn zich leegmakende hoofd: verdorie toch, het is hier zo mooooooooi
in de bergen. OK, we zitten in het hol
van flutol
. Maar we hebben een tof mini-appartementje, een waterval op de
achtergrond en een prachtige omgeving om oneindig veel leuke dingen te doen:
meer hebben we toch eigenlijk niet nodig?


Ik sleur sowieso te veel kleren mee, ook al was ik
vastberaden om deze keer wat lichter te reizen. Maar ja, het weer in de bergen
kan snel veranderen, dus ik moet toch op alles voorbereid zijn?

Ik denk héél af en toe: wat een gemak was dat toch vroeger,
op reis gaan met ons 2 zonder kind. Lees: zonder altijd dat gesleur wanneer we
op stap gaan, hoewel dat al veel verminderd is in vergelijking met vroeger, nu
Emil 2,5 jaar is en gewoon mee eet en drinkt met ons. Om dan onmiddellijk
daarna te denken, niet zonder enig schuldgevoel om wat ik daarvoor durfde te
denken: ik zou deze reis ook niet zonder die kleine aap erbij willen maken! Wij
met ons drie, dat is gewoon de max.

We maken veel gezinsfoto’s met de zelfontspanner van ons
foto-apparaat en de reverse camera op onze smartphones (en misschien dit jaar
ook wel met de selfie stick?). Het lukt ons maar moeilijk om een “normale” foto
te maken, want er is altijd wel iemand die de andere kant uitkijkt, met de ogen
knippert of zijn zonnebril nog moet goed zetten. Maar dat zijn juist de leukste
foto’s 🙂


Ik eet 10 dagen lichtjes anders dan wat ik thuis eet. Ik ben
een zeer gezonde eter, dat weten jullie wel, maar op vakantie staan er andere dingen op het menu en
dat is ook niet erg. Ik wil graag genieten van lekker eten en drinken, en
zondigen is OK op vakantie. Daardoor heb ik de eerste dagen wel altijd een
beetje last van mijn maag. Maar ik ben dat intussen gewoon en ik ben erop
voorbereid; ik neem bijvoorbeeld venkelthee mee, voor een goede spijsvertering.

Ik draag 10 dagen lang geen make-up. Niet dat ik buiten de
vakantieperiode zo zwaar gemaquilleerd door het leven ga. Maar ik voel me toch
beter met een vleugje mascara en wat blush op. Op reis ga ik echter voor de all natural look, en dat is oké. Het is
in het begin altijd wat wennen, maar ik draag toch vrijwel de hele dag mijn
zonnebril (zelfs als de zon niet schijnt, is het licht in de bergen zeer fel)
dus dan valt dat minder op 🙂

Ik geniet. Elke dag. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Ik denk 10 dagen niet aan werken en hoef me ook niet om het huishouden te
bekommeren. Het enige wat ik doe, is de afwas en af en toe stofzuig ik eens ons
appartementje in de rapte. Maar dat
is maar een kleintje en dat vind ik niet erg. Want ook op vakantie leef ik niet graag in een vuile stal. 


We doen in sé hetzelfde als vorige zomer toen we in Vaujany waren:
we bezoeken dezelfde dorpjes, maken min of meer dezelfde wandelingen, gaan
aperitieven in hetzelfde café en eten in hetzelfde restaurant (veel andere
keuze is er ook niet). En we gaan opnieuw kijken naar de renners van de Tour de
France die passeren. We doen eigenlijk weinig nieuwe dingen.

Wanneer ik naar huis terugkeer, ben ik verre van
uitgeslapen. Ik ben trouwens nog nooit volledig uitgeslapen van een reis
teruggekeerd. Ik ben niet uitgerust, maar ben wel tot rust gekomen. Een kleine nuance
maar een wereld van verschil. Zeker voor iemand als ik, die het heel moeilijk
heeft om stil te zitten en rust te vinden, is dat het voornaamste aspect van
vakantie.

Op 27 juli zal ik genoten hebben van 10 dagen quality time. Voltooid
toekomstige tijd – of hoe noemen ze dat… 
Beetje voorspelbaar hé, mijn vakantie? Ik vind dat ook, en
net daarom vind ik het zo leuk. Ik weet min of meer wat me te wachten staat, en
ik weet tegelijkertijd dat er altijd wel onverwachte, leuke dingen gebeuren. En
zo wordt het mega-de-max. Ik twijfel daar niet aan.

Love, Josie xo