Tags

Opposites attract, zeggen ze. Tegenpolen trekken elkaar aan. In het geval van Pieterjan en mij gaat dat gezegde wel op.


Ik supergestructureerd, hij iets meer nonchalant.
Ik de vroege vogel, hij de laat-mij-nog-maar-efkes-liggen snoozer.
Ik het stille water, hij de spraakwaterval.
Ik de gezondheidsfreak, hij de bon-vivant.
Ik de ultragedisciplineerde, hij de iets-minder-gedisciplineerde.
Ik die makkelijk zorgen en negatieve gevoelens van mij af kan zetten, hij soms iets minder.
Ik de mama die nooit neen kan zeggen, hij de papa die af en toe eens streng kan zijn (gelukkig maar).
Ik de vegetariër, hij degene die vindt dat een maaltijd zonder vlees voor konijnen is.


Veel verschillen, inderdaad. Maar allemaal perfect overbrugbaar, en dat maakt het net zo interessant. Moest mijn partner even hyperactief, gestructureerd en planmatig zijn als ik – ik had het nog geen maand met hem volgehouden, denk ik. Wat zeg ik, nog geen week!


Ik vind al die tegenstellingen geen enkel probleem omdat ik weet dat ook voldoende raakpunten hebben. Bij het overlopen van de vele foto’s die ik dit weekend gemaakt heb, viel een van die raakpunten mij toch wel ontzettend hard op, ook al zijn de foto’s nogal blurry

Op de foto zie je links Pieterjan tijdens de Triatlon Brugge gisteren. Hij had toen al 1K gezwommen, 45K gefietst en 5K gelopen, en had er nog 5 te gaan (inderdaad, een held!). Rechts, dat ben ik, tijdens mijn halve marathon afgelopen vrijdag in Torhout. Ik had toen al 18K in de benen en had er dus nog iets meer dan 3 te gaan. Dat waren de allerlastigste, het verslag krijg je binnenkort hier op de blog!


Een van onze grote gemene delers? Ongetwijfeld onze sportieve genen! Het begon voor mij allemaal met “gewoon een beetje gaan lopen” een 8-tal jaar geleden, bij hem iets langer geleden want hij zwom jaren op competitieniveau. We hebben altijd veel aan sport gedaan en de laatste jaren zijn we begonnen om de lat stilaan wat hoger te leggen. Ik focus me sinds een 2-tal jaar op halve marathons (met de hoop ooit eens een volledige te kunnen lopen maar dat zal nog niet voor direct zijn), hij heeft zich sinds de geboorte van Emil op triatlons gestort. Ik liep mijn eerste halve marathon in oktober 2013, 8 maand na de geboorte van mijn zoon. Hij zijn eerste triatlon in juni 2013, 4 maanden nadat hij papa was geworden.


Pas op, ook hier zijn we verschillend. Want ik sport vooral voor mijn plezier en zal zelden tot het uiterste gaan uit schrik om mezelf kapot te lopen. Hij daarentegen, gaat deur de meur zoals ze hier in West-Vlaanderen zeggen, en haalt het onderste uit de kan voor een toptijd. Ik heb enorm veel karakter en discipline om mij aan m’n trainingsschema te houden, hij iets minder maar dat compenseert hij ruimschoots met een doorzettingsvermogen en weerstand waar ik dan weer stikjaloers op ben. Maar in sé komt het op hetzelfde neer: de rush die we halen uit het sporten. De adrenaline, de kick, het zalige gevoel achteraf.




We delen naast onze sportieve genen dus duidelijk ook onze sportieve ambities, en de wil om iets te bereiken. Sport is voor ons een van de manieren daarvoor. We maken het onszelf soms moeilijk omdat er voor zo’n uitdagingen stevig getraind moet worden en we op die manier ons leven alleen maar drukker maken. Maar we doen het veel te graag, en we krijgen er heel veel voldoening van. We steunen elkaar ook volop in onze sportieve dromen. Ik vind dat niet meer dan normaal, en ook dat ik als een halve zottin sta te krijsen langs de Brugse Reitjes als mijn vent erin ligt te zwemmen 🙂



Dat gezegde van die tegenpolen, dat klopt dus wel, op voorwaarde dat er voldoende raakpunten zijn. Vandaar het “?” in mijn titel. Ik kan alleen maar hopen dat dat gezegde van die appel en die boom, jullie kennen dat wel hé, ook klopt. Want stiekem hoop ik dat ik over een 15 à 20 jaar niet voor 1, maar voor 2 triatleten mag staan supporteren… 


De trainingen zijn alvast gestart:



Lots of love, Josie xo