Tags

,

Een tijdje geleden
vernamen jullie in dit lijstje dat ik het onvermijdelijk in mijn broek doe
wanneer ik een spin zie. Zelfs een dode
spin, een spin op TV of eentje aan de andere kant van de kamer. Ik vermoed dat
ik niet de enige ben die lijdt aan arachnophobia
Vreselijke film trouwens, ik heb er destijds enkel de trailer van gezien en dat was al
voldoende voor kokhalzerij en many sleepless
nights
. Zolang mijn vriend thuis is om het gevreesde ongedierte te
elimineren, is er geen vuiltje aan de lucht. De enige spinnensoort die zijn
intrede mag maken in mijn huis is Spiderman – en met een zoon in da house komt dat tijdperk er ongetwijfeld
nog aan. Verder ben ik niet zo’n bangschijter en beschik ik over behoorlijk wat guts en durf.
En toch blijven er een aantal dingen die ik echt
niét durf en waar ik doodsbenauwd voor ben


1. Slangen. Ka uit Jungle Book is zowat het enige
reptiel met gespleten tong dat ik een warm hart toedraag . Voor serpenten, in
de figuurlijke zin van het woord, is ook geen plaats in mijn leven.

2. De Dalton Terror in Walibi en soortgelijke
attracties in andere pretparken. Echt hoogtevrees heb ik niet, maar grote
hoogte in combinatie met een razendsnelle vrije val en geen zekerheid of de
remmen van ’t spel gaan werken: dat is niks voor mij. Steek mij daarentegen in
eender welke rollercoaster (deze, bijvoorbeeld) en ik heb de tijd van m’n
leven.

3. De tandarts. Ik verzorg mijn tanden heel goed en
krijg bij elk tandartsbezoek complimentjes over mijn mooi gebit. En toch slaagt
die nozem er altijd in om een oneffenheidje te ontdekken dat dringend gepolijst
moet worden, of een teenie weenie gaatje
om met de grove middelen op te vullen. Aargh.
4. Naar de pedicure gaan is voor mij een noodzakelijk
kwaad. “Noodzakelijk” omdat ik lelijke voeten heb met veel eelt
(nadeel van veel te lopen) die bij het begin van de lente duchtig onder handen
genomen moeten worden door een professional. “Kwaad” omdat ik er
eigenlijk niet tegen kan dat iemand aan mijn voeten prutst. Ik heb dan altijd
de onbedwingbare reflex om te beginnen schoppen, het is sterker dan mezelf.
Gelukkig heb ik een hele lieve pedicure, een echte babbelette die mijn aandacht afleidt. En die dus ook geen sjotten in haar gezicht krijgt, lucky her.

5. Gemaskerde mensen. En dan denk ik niet enkel aan deze griezel, maar even goed aan alle mogelijke soorten (belachelijke) carnavalsmaskers. Ik vind het gewoon zeer akelig dat ik niet kan zien wie erachter zit. Emil had onlangs in de crèche een maskertje gemaakt van een kartonnen bord met een neusje erop en gaatjes erin voor de oogjes. Heel mooi, maar ik had toch liever niet dat hij het opzette in mijn buurt, en daarom stopte ik het maar in zijn knutselwerkjes- en kaartjesarchief. Om dezelfde reden ben ik ook niet wild van al die verklede beesten die in pretparken rondhuppelen, zoals de Bellewaerde-leeuw en de Walibi-kangoeroe en wie heb je daar nog allemaal. Ik ging er vroeger wel altijd flink mee op de foto, maar in mijn ogen kon je wel de angst zien.


6. Kippen, vooral dan die bij mijn mama in den
hof. Ooit hebben die kiekens het eens gewaagd om naar mijn blote benen te
pikken toen ik hun eieren uit het hok ging halen. Hoe durven ze!? Sindsdien heb
ik geen voet meer in hun ren gezet. Ik zou zelf graag kippen hebben thuis, voor
de eitjes en de afvalverwerking, maar het gaan er van de niet-benenpikkende
soort moeten zijn…

7. Loslopende honden, in het bijzonder die waar de
baasjes geen controle over hebben. Het is mij al meermaals overkomen dat ik
tijdens het lopen een dolle hond achter mij aan krijg. Vaak zijn dat Jack
Russels – die zien er schattig uit maar schijn bedriegt. Goed voor mijn looptempo
en conditie, en het kan best zijn dat die beestjes “enkel willen spelen en
geen vlieg kwaad doen” (want dat zeggen die baasjes toch altijd hé). Maar
ik geloof daar niet veel van en zou het veel gemakkelijker vinden moesten alle
die hondjes flink naar hun baasjes luisteren en geen weerloze loopsters
achtervolgen. The world would be such a better
place.

8. Ik durf niet naar
horrorfilms kijken, zelfs niet als er
iemand bij me is. Op dat vlak ben ik een enorme bangschijter en kan zo’n film
mij dagen, weken, maanden en zelf langer achtervolgen. Ik weet nog goed dat ik
als kind naar
Nightmare On Elm Street
keek en dat ik een hele tijd te pas en te onpas Freddy Krueger zijn verrimpelde
smikkel zag verschijnen. Thrillers en griezelige boeken lees ik wél graag, maar
ik moet toegeven dat ik meestal niet ga lezen als mijn vriend niet thuis is. Ik
ben een grote fan van Mo Hayder en ben momenteel bezig in “Wolf”. Het is enorm
spannend en
creepy, en het is dus een
boek dat dicht blijft op avonden dat ik
home
alone
ben…


9. Ik durf soms niet
goed mijn gedacht te zeggen en kritiek te geven.
In werksituaties lukt het veel beter dan privé, al probeer ik kritiek en
commentaar sowieso altijd verbloemend en constructief aan boord te leggen.
Kortweg en brutaal iemand afbreken of bekritiseren: ik kan en durf dat niet. Ik
weet dat ik hier onlangs verkondigd heb dat ik niet meer door iedereen leuk
hoef gevonden te worden, maar het is nu ook weer niet mijn bedoeling om een bitch te zijn.

10. Ik ben ook vaak
bang om de controle te verliezen. Ik ben
een enorme controlefreak – wie mijn blog een beetje volgt heeft dat ondertussen
al door. Soms vind ik dat vervelend maar het is sterker dan mezelf en ik kan er
weinig aan doen. Er bestaan ook ergere dingen dan dat. Maar het is wel de reden
waarom ik zoveel planningen en lijstjes maak, waarom ik nauwelijks alcohol
drink (plus: dat is gewoon ook niet gezond) en waarom je mij nooit ofte nimmer
zal meekrijgen voor een duosprong of een bungeejump. Op zo’n moment laat je je
lot volledig aan iets/iemand anders over en heb je geen controle meer tot je
opnieuw op de begane grond bent. Die gedachte alleen al maakt me gek. Raar maar
waar, met het vliegtuig reizen doe ik dan wél weer supergraag, hoewel het basically op hetzelfde neerkomt… Ik zit niet
altijd logisch in elkaar 😉
Herkenbaar? Waar
zijn jullie zoal bang voor?

Lots of love, 
Josie
xo