Tags

, , ,

Het is nu echt lente. Eindelijk! Zalig! ’t Werd verdorie tijd! Wie mij een beetje kent, weet dat ik enorm van de lente (en van de zomer) hou. Dat die wisseling van de seizoenen, die zich meestal zo ergens rond half maart maar soms ook wat later voltrekt, mij altijd superblij maakt… Spring = happiness!



Dit jaar ervaar ik die happy vibes nog meer dan anders. Ik voel echt dat ik opleef nu de dagen lang zijn, de temperaturen stijgen, de zon al op is wanneer ik wakker word en nog altijd schijnt wanneer ik thuiskom van het werk, de natuur volledig in bloei staat. Ik voel me goed. Wat zeg ik: ik voel me supergoed. Ik ben erover beginnen nadenken, en ben tot de conclusie gekomen dat ik persoonlijk ook in een lentefase in mijn leven zit. Klinkt een beetje filosofisch, niet? Maar geen paniek: de rest van deze post is très down-to-earth dus je kan gerust verder lezen 🙂


Ik ben 31. Binnen een viertal maand word ik er 32. Ik ben dus officieel een thirtysomething. Ik blik met plezier terug op mijn twintiger jaren en – om maar iéts te noemen – als ik bij mijn vriendinnen ben, stel ik altijd vast dat we nog altijd even zot en onnozel kunnen doen als pakweg 10 jaar geleden (misschien zelfs nog zotter en nog onnozeler). Maar ik voel me nu, in my thirties, veel beter dan in mijn twenties

Als twintiger besefte ik al heel goed het belang van sporten en gezond leven. In die tijd probeerde ik vanalles uit: spinning, bodypump, BBB, fitness, powerpump,… Ik sportte meer “omdat het moest” dan voor het plezier en de ontspanning. Tot ik rond mijn 25ste op een blauwe maandag begon te lopen. Eerst bescheiden rondjes in het parkje vlak bij ons appartement. Daarna talloze toertjes rond Brugge en veel running events in grote steden. Op mijn 30ste, 8 maand na mijn bevalling, liep ik de Brussels Half Marathon. Een zeer ambitieus doel dat ik mezelf gesteld had. Apetrots was ik op mijn prestatie. Het was aan die finishlijn dat ik écht 100% zeker wist: lopen, dat is mijn sport. Het is mijn perfecte uitlaatklep, mijn favoriete ontspanning, mijn manier om in shape te blijven. Hier stop ik nooit meer mee. Als men mij nu, op mijn 31ste, vraagt: wat doe jij van sport? Dan zeg ik: ik ben een fervent loopster. En ik zeg dat met heel veel trots.



Kledingstijl, nog zoiets. Ik ben lange tijd “zoekende” geweest naar mijn eigen stijl. Ik volgde meermaals slaafs de trends (driekwartbroeken: Jani zou me verbannen hebben naar Sjakkamakka!) zonder te dragen wat echt bij me paste en waar ik me goed in voelde. Het is pas rond mijn dertigste dat ik a style of my own begon te ontwikkelen. Ik draag supergraag kleedjes en rokjes (liefst niet te lang) en paradeer het liefst van al op hoge hakken. Maar ik hou evenzeer van comfy clothes every now and then. In het weekend ben ik vaak te spotten in een skinny jeans (in mijn twenties durfde ik die nog niet eens mee te nemen naar het pashokje uit vrees dat een spannende broek mijn figuur en mijn imaginair dik gat dermate oneer zou aandoen) met sneakers en een sweater met print. Dat is hip en trendy op dit eigenste moment, dat weet ik, maar ik draag dit omdat ik het graag draag en me er goed in voel. Als iemand mijn kledingstijl maar niks vind, dan lig ik daar hoegenaamd niet van wakker. Dat was vroeger wel anders.



Er was ook een tijd dat ik me een beetje schaamde omdat ik gezond at. Ik had het gevoel dat mensen op me neerkeken en dat ze me veroordeelden. Dat ze dachten dat ik enkel gezond at om slank te blijven. En dus hield ik dat maar voor mezelf. Nu doe ik dat niet meer, en ik ben zelfs een beetje boos op mezelf omdat ik mijn gezonde levensstijl zo lang probeerde te verbergen voor de buitenwereld. Net zoals de één graag frieten met stoofvlees eet, hou ik van al mijn healthy foods (check my Instagram, daar passeren ze regelmatig de revue). En uiteraard ook een goeie lasagna, pizza, cheesecake en Côte d’Or bouchée af en toe. I’m only human after all. Mijn interesse in gezonde voeding, da’s hetzelfde als mijn loopobsessie: ik wil daar nooit meer mee stoppen. Want door bewust gezond te eten voel ik me goed en dat straal ik uit.


Ik hoef niet meer door iedereen leuk gevonden te worden. Ik hoef niet miss popular te zijn. Ik weet intussen welke mensen er echt toe doen, wie ik moet koesteren, aan wie ik een voorbeeld kan en mag nemen. Ik vergelijk mezelf niet meer met vrienden en kennissen. Ik hoef niet zo nodig meer de beste te zijn in alles. Want ik ben zelfzeker. 


Die zelfzekerheid, dat is toch wel de grootste aanwinst die ik deed als thirtysomething. Een tiental jaar geleden had ik – volkomen onterecht – bitter weinig zelfvertrouwen. Ik was supergelukkig, daar niet van, maar ik vond mezelf niet echt “waw”. Op geen enkel vlak. Wat een verschil met vandaag. Ik heb geen dikke nek en ik ben niet arrogant. Maar ik sta wel heel stevig in mijn schoenen, en ik durf zonder blozen zeggen:


Ik zie er best goed uit.
Ik ben een supergoeie
mama voor Emil.

Ik woon en leef samen met Pieterjan, de
man waarmee ik de rest van mijn leven wil samen blijven.

Ik ben een zorgzame en altijd klaar staande (schoon)dochter, (schoon)zus, vriendin.
Ik ben goed in mijn
job.
Ik ben een schrijftalent. 
Ik ben trots op mezelf.


In tegenstelling tot veel mensen van mijn leeftijd (including mijn vriend) lig ik van heel weinig zaken wakker. Mijn leven is zeker niet altijd rozengeur en maneschijn. Ik heb vaak eens een rotdag maar ik slaag er altijd in om het positieve te zien. De slapeloze nachten die ik als twintiger soms had omdat ik me over vanalles en nog wat zorgen maakte, zijn voltooid verleden tijd. Mijn principe is: als er een probleem is, dan zal ik het wel oplossen. Dat zorgt ervoor dat ik slaap als een roos. Moet je zeker ook eens proberen 🙂


Wat ik nu ook durf, is mezelf kwetsbaar opstellen. Mezelf bloot te geven, figuurlijk dan, bijvoorbeeld op deze blog. Ik heb er lang over getwijfeld, maar vlak na mijn 30ste verjaardag heb ik dan toch Josie’s Little Things boven het doopvont gehouden. Weliswaar in zeer besloten kring, want in het begin vond ik het moeilijk om ermee naar buiten te komen. Schrik voor de reacties van mensen. Wat als ze mijn schrijfsels maar niks vonden? Als ze me maar een belachelijke trien zouden vinden? Maar na een paar maand kwam het besef dat ik naar buiten moest treden. Wie mijn blog niet wil lezen, moet daar gewoon zijn tijd niet aan verspillen, daarmee is de kous af. Ik schrijf over dingen die mij interesseren en fascineren, voor de mensen die het graag willen lezen. Ik leid geen superfancy leven en ik beweer zeker niet dat ik altijd interessante dingen te vertellen heb. Maar ik wil wel een verhaal brengen. Een verhaal waar ik heel hard in geloof. En daarom blog ik over de dingen die me gelukkig
maken.

Want dat ben ik ook: gelukkig. In deze lente, op dit eigenste moment, in deze fase van mijn leven kan ik volledig oprecht zeggen: ja, ik ben echt wel gelukkig.

Leve de lente. It’s such a 30-some-spring thing…


Lots of love, Josie xo