Tags

Overmorgen, 1 april, is een hoogdag voor grapjassen. Ik heb daar niks op tegen, maar voor mij heeft die dag al een hele tijd een andere betekenis. Overmorgen zal het 15 jaar geleden zijn dat ik de akeligste dag uit mijn leven meemaakte. Tegelijk was het een dag, en een hele periode nadien, die mij heel wat mooie levenslessen bijbracht. Waar zwart is, is altijd ook wit. Dat is een zekerheid die altijd zal blijven bestaan.


Vijftien jaar geleden was ik op weekend in de Ardennen met 2 vriendinnen. We waren 16, onbezonnen en perfect gelukkig. In die tijd, het magische jaar 2000, vierde de coupe carré hoogtij, net als jeansbroeken met olifantenpijpen, Carhartt-hoodies (of in mijn geval de goedkopere versies uit de H&M) en Vans-sloefen (of in mijn geval de iets deftigere “casual chic” schoen die de nonnen op mijn school wél konden tolereren). We hadden geen zorgen, behalve dan misschien dat we nooit eens een normale foto van ons 3 zouden kunnen nemen…


Vijftien jaar geleden had ik, zonder overdrijven, een van de leukste avonden uit mijn jeugd met – hou jullie vast – een “Tien om te Zien” persiflage die ik nog altijd op videocassette liggen heb. Moest ik ooit trouwen, dan ben ik er zeker van dat die opname zou opduiken bij wijze van “schaamtelijke herinneringen uit het leven van de bruid”. Misschien trouw ik daarom wel niet, wie weet… In ieder geval, ik amuseerde me te pletter en had buikpijn toen ik naar bed ging. Van het lachen, welteverstaan.

Vijftien jaar geleden werd ik, na die memorabele avond met mijn vriendinnen in een godverlaten Ardens gat, vlak voor middernacht zwetend en angstig wakker. Op de grond, half onder mijn bed. How weird was that? Maar veel spel maakte ik er niet van, ik was moe en kroop snel weer in het bed om lekker te slapen. Want de volgende dag hadden mijn vriendinnen en ik nog veel leuke plannen.

Vijftien jaar geleden vierden de GSM’s nog geen hoogtij – kan je je dat nog voorstellen? Voor de veiligheid hadden we wel een “bieper” mee. Maar uiteraard had ik het oproepnummer niét aan mijn mama gegeven. Ik was maar een weekendje weg, het zou toch niet nodig zijn om mij op te biepen. I’m a big girl in a big world. 

Vijftien jaar geleden beleefde ik een beetje een akelige nacht, maar voor mijn broer en zus was het pas écht vreselijk. Zij waren thuis, en in tegenstelling tot hun kleine zus-met-bieper-maar-zonder-nummer waren zij wél bereikbaar. Zij kregen in het midden van de nacht telefoon. Met verpletterend nieuws.

Overmorgen zal het vijftien jaar geleden zijn dat ik, helemaal uitgelaten en zonder stem na een onvergetelijk vriendinnenweekendje, werd opgehaald bij mijn vriendin thuis door mijn mama en mijn stiefpapa. Hij stond aan de deur en zei: “Ga jij maar al naar mama in de auto, ik neem je spullen wel mee.” Aan de blik in zijn ogen zag ik toen al dat er iets aan de hand was. Ik liep naar de auto en zag mama op de achterbank zitten – nog iets dat niet klopte. Ze huilde. Ik stapte in de auto en ik heb haar tijdens de rit naar huis geen seconde los gelaten. Ik was kapot van wat ze me vertelde. Het beeld van mijn huilende mama op de achterbank staat in mijn geheugen gegrift. Het was een enorm triestig moment, maar tegelijk ook hoopvol. Want het was toen dat ik besefte: ook al gaan mensen uit elkaar (mijn ouders waren toen al 10 jaar gescheiden), ze blijven elkaar altijd ergens graag zien. En dat is mooi. 

Vijftien jaar geleden had ik een soort haat-liefde verhouding met mijn broer en zus. We maakten vaak ruzie – wie deed dat eigenlijk niét? Toen ik hen voor het eerst zag na mijn thuiskomst uit de Ardennen en ik hen hard vastpakte, voelde ik: we zijn nu misschien niet de allerbeste vrienden, maar ik moet hen koesteren want we hebben elkaar nodig. Nu, en wellicht ook later.

Vijftien jaar geleden leerde ik de waarde van echte vriendschap kennen. Het is een cliché maar in moeilijke situaties leer je écht je vrienden kennen. Die 2 vriendinnen van het memorabele weekend hebben mij keihard gesteund en verder geholpen, net als de rest van mijn hechte groep school- en scoutsvriendinnen. In die week bleef ik welgeteld één dag thuis. Ik liep de muren op dus mijn keuze was snel gemaakt: ik wilde naar school gaan, bij mijn zotte vriendinnen zijn. Zij deden mij lachen en alles even vergeten. De week na de begrafenis – het was toen paasvakantie – stond ik al speelpleinwerking te geven voor een bende uitgelaten kleuters. Deels omdat ik me daartoe geëngageerd had, maar vooral omdat ik altijd had geleerd om niet bij de pakken te blijven zitten. Ik kreeg in die periode wel honderden kaartjes. Genieten is het verkeerde woord, maar ik had er heel veel deugd van. 

Op 6 april zal het 15 jaar geleden zijn dat ik de droevigste dag meemaakte uit heel mijn leven. Toen moest ik geheel onverwacht en voorgoed afscheid nemen van mijn papa op zijn begrafenis. Hoewel, “voorgoed”, dat klopt eigenlijk niet.

Want vandaag zijn die zotte meisjes nog altijd mijn allerbeste vriendinnen. 
Vandaag is familie voor mij superbelangrijk. Misschien wel het allerbelangrijkste wat er is. Mijn vriend, mijn zoon, mijn mama en stiefpapa, broer en zus, stiefbroer, schoonouders, schoonbroers en schoonzussen – voor hen ga ik door het vuur.
Vandaag geniet ik als ik zie wat voor een goeie papa Pieterjan voor Emil is. Alles wat die twee samen doen, dat zijn stuk voor stuk prachtige herinneringen die Emil met zich mee zal dragen, zijn hele leven lang.
Vandaag sta ik heel rationeel en down-to-earth in het leven. Niet te veel zagen en klagen, gewoon doen. En doorgaan. Problemen los ik wel op wanneer ze zich stellen. 
Vandaag werk ik hard om te bereiken wat ik wil. Ik wil zelfstandig zijn, onafhankelijk, mijn eigen keuzes maken om gelukkig te kunnen zijn.
De laatste jaren van zijn leven heeft hij mij soms teleurgesteld en verdrietig gemaakt. Misschien is het wel daardoor dat ik een planmatige controlefreak geworden ben, een onverbeterlijke perfectionist. Maar dat is zo erg nog niet. Trouwens, ik was er zelf ook niet altijd voor hem. En spijt komt altijd te laat, dus daar doe ik niet aan mee. Hij zou dat ook niet gewild hebben. Ik neem het leven zoals het is, en ik blijf altijd positief. C’est la vie – 4 simpele woorden maar het allermooiste levensmotto dat je kan hebben, vind ik.

Ik geloof niet dat er “iets” is, al heb ik wel even getwijfeld na die vreemde nacht op 1 april, want achteraf bekeken viel mijn onder-bed-ervaring zo goed als samen met papa’s ongeluk. Maar als hij “ergens” is, dan is het in mijn herinneringen en op veel mooie foto’s.


Soms voel ik me schuldig omdat ik na 15 jaar niet zo vaak meer aan hem denk en vooral met mezelf bezig ben. Maar dan denk ik: als hij érgens is, dan is is hij toch vooral in mezelf. Ik hoef me helemaal niet schuldig te voelen. Veel van de dingen die ik vandaag doe en hoe ik in het leven sta, heb ik van hem geleerd. En dat is zoveel waard.

Stef Bos heeft gelijk hoor. Maar Emeli Sande nog veel meer: Oh c’est la vie. Maybe something’s wrong with me. But at least I am free. I am free. Een nummer vol wijze levenslessen dat me telkens aan hem doet denken. Een vrije vogel, een enorme plantrekker, een sterk karakter. Zo was hij, zo ben ik. Het is overmorgen 1 april maar ik zal niet triestig zijn, wel dankbaar en vooral ook trots. 

Merci papa, voor wat je me 16 jaar lang geleerd hebt. En voor wat je me nog elke dag bij leert.

Joske x