Tags

Ik beleefde deze week een autovrije week. Niet omdat mijn rijbewijs ingetrokken is of omdat ik mijn bolide in frieten gereden heb. Wél omdat ik van job verander. Het zit zo: ik ben afgelopen vrijdag gestopt bij mijn vorige werkgever. Ik heb toen logischerwijze ook mijn bedrijfswagen ingeleverd. Op mijn nieuwe job (ik word project manager in de online sector, so excited about that, binnenkort zeker meer hierover) krijg ik een nieuwe wagen maar daar start ik pas op 17 maart. Ik vond het namelijk belangrijk om even een rustpauze in te lassen. Morgennacht vertrekken we sowieso op vakantie dus dan heb ik geen wagen nodig. En dat ene weekje zonder auto zou ik wel probleemloos overleven, dacht ik. Ik maakte op voorhand veel plannen om in ons huis te werken (de laatste dozen uitlegen, de logeerkamer en mijn home office inrichten, onze berging grondig opkuisen,…) en er stonden ook een aantal freelance opdrachten op het programma. Ik nam de proef op de som: betekent car-free ook care-free?

Dit zijn mijn 5 conclusies na een autovrije week…

1. Dat fameuze openbaar vervoer, dat vaak stroef loopt en af en toe het volledige land lam legt, verliep bij mij opmerkelijk vlot. Meer nog, het was voor mij de ideale manier om te ontspannen en tot rust te komen. Op mijn laatste werkdag vorige week vrijdag ging ik mijn wagen inleveren in Vilvoorde. Vandaar treinde ik naar huis. Eerst naar Brussel-Zuid, dan naar Gent-Sint-Pieters, dan naar Brugge en ten slotte naar Kortrijk. Ik stapte op in Vilvoorde kort na 14u en om 16u arriveerde ik in Torhout. Ik heb redelijk wat overstappen gedaan, maar ik had telkens een vlotte verbinding en met de wagen zou ik er langer over gedaan hebben, zeker op een vrijdag. Bovendien heb ik enorm genoten van de rust op de trein om eens goed door te lezen in mijn boek. Ik zat natuurlijk buiten de spits op de trein, ik kan me voorstellen dat het niet zo gezellig is als je opeengepakt zit met je medepassagiers als sardines in een blik… Maar bij mij liep het dus vlot, en dat was ook het geval toen ik maandag de trein nam naar Gent (opnieuw buiten de spitsuren). Er zat een kwartet Spaanse chicas luid te kwetteren in de coupé en ik genoot ervan om hen gade te slaan. Ik genoot ook van de blik op het gezicht van de jonge gast naast wie ze zich neergevlijd hadden. Zijn uitdrukking sprak boekdelen: aaargh ik wil zo rap mogelijk weg uit die wagon met die kakelende wijven hier naast mij! De trein: altijd een beetje ontspanning en leedvermaak! En ook wel kinderlijke opwinding, want wanneer ik plots vanuit de trein het werk van mijn vriend kon zien, stuurde ik een sms: “Hé, ik kan gewoon uw werk zien van hier!!!” met een stuk of duust smileys erachter. Aangekomen in Gent-Dampoort moest ik dringend pipi doen. Het deed mij plezier om te zien dat niet alle stationstoiletten vuil en stinkend zijn: er stonden verse bloemetjes en het was heel verzorgd. Een dikke tien op tien voor de Dampuurte




2. Ik mag er best wel wezen (hihi). Wanneer ik vrijdag mijn treinticket kocht in Vilvoorde, vroeg de loketbediende mij of ik jonger was dan 26. Complimentjesdag was bij mijn weten pas zondag, dus ik kreeg een smile tot achter mijn oren en ik geniet er tot op vandaag nog altijd van na. Ook de Torhoutse loketbediende stelde mij maandag krak dezelfde vraag. Mijn dag kon dus toen ook al niet meer stuk. Of was hij misschien een beetje blind? (boehoe)




3. Ik moet weer meer fietsen. Tijdens mijn fietsrit maandagochtend naar het station van Torhout heb ik tot mijn grote spijt moeten vaststellen dat ik misschien wel uitstekende lopersbenen heb, maar dat ik op de fiets een dikke nul ben. Ik had al eindeloos veel respect voor duatleten en triatleten, en het is alleen maar toegenomen! Vroeger fietste ik heel veel, maar de laatste 2 jaar is het ferm verminderd en focus ik me vooral op lopen. Er stond maandag ook veel wind, wat het extra pijnlijk maakte voor mijn billen. Maar toch… Ook woensdag stond er een fietsrit op het programma richting stadcentrum, een goed kwartier rijden. Ik deed mijn ronde langs het cultureel centrum (kaartjes afhalen voor Supervlieg op 29 maart), de post (de superleuke goodie bag in ontvangst nemen van de laatste Belgian Girl Geek Night die ik wegens ziekte moeten missen heb), de supermarkt en de verfwinkel. Zwaargeladen keerde ik huiswaarts, en ik heb afgezien op de terugrit. Het waaide heel hard en het was koud. Mijn beentjes deden pijn. Nets als maandag vervloekte ik mezelf: verdomme De Bock, ge moet weer meer fietsen! Ik was blij toen ik halverwege telefoon kreeg van mijn schoonvader zodat ik even langs de kant van de weg kon pauzeren. Toch heb ik ook deugd gehad van mijn fietsritje, ik voelde het in mijn benen maar eigenlijk vond/vind ik dat wel een leuk gevoel. Het was natuurlijk ook een winderige en wisselvallige week, dan is het minder aangenaam om te fietsen. In de lente en de zomer gaat alles sowieso vlotter. Dus er is geen twijfel meer mogelijk: vanaf nu zie je me weer meer op mijn stalen ros! 



4. Ik heb een fantastische familie. Vrijdag bijvoorbeeld spoorde ik van Vilvoorde naar Torhout. Aan het station van Torhout was ik natuurlijk nog niet thuis. Er rijden nauwelijks bussen naar Wijnendale, de deelgemeente waar ik woon (kwatongen beweren dat het het hol van flutol is en ze hebben misschien wel een beetje gelijk). Mijn vriend was op dat uur nog niet thuis van zijn werk, maar gelukkig wonen mijn schoonouders vlak bij het station en mijn lieve schoonmama bracht mij thuis. En Emil, die die dag in de watten werd gelegd bij mijn mama in Gent, werd door haar naar huis gebracht. Wat een luxe! Ook dinsdag kon ik op mijn mama rekenen. Ze was voor haar werk in de buurt en ging Emil afhalen in de crèche – waarvoor ik haar enorm dankbaar was want de weg van de crèche naar ons huis is vrijwel continu bergop. Ook voor een onverwacht doktersbezoek van Emil kon ik rekenen op de familie, en gisteren bespaarde mijn schoonmama mij een lange fietsrit door mij mee te nemen op commisies. Het klinkt een beetje melig, maar zonder auto én zonder die lieve familie zou het echt niet lukken. 

5. Diep in mij schuilt een beetje een Marina. Na die vrijdag waarop ik mijn wagen inleverde werd het zaterdag. Traditioneel dé dag waarop ik vanalles en nog wat plan en van hot naar her sjees. Met de auto, jawel. Maar ik had geluk, want Pieterjan sliep uit na een avondje uit. Bovendien startte het wielerseizoen met de Omloop Het Nieuwsblad, en na bijna 10 jaar weet ik dat hij die wedstrijd graag live volgt op televisie. Ik vond dat helemaal niet erg, het was trouwens toch slecht weer. Voor mij betekende dit dat ik de ganse dag gebruik kon maken van Pieterjans auto. Ik voelde me eerst wat onwennig, want het is een grote auto en ik ben dat niet gewoon (ik rij nauwelijks met zijn wagen, behalve als we uit geweest zijn en ik BOB ben). Maar al snel ontpopte ik mij tot een echte BMW-babe (voor de duidelijkheid: ik pink wél als ik afsla, in tegenstelling tot veel andere BMW-drivers) en ik cruiste met Emil naar de post, de bib, de Colruyt, de verfwinkel en de speeltuin. Ik betrapte me er zelfs op dat ik omweggetjes maakte om nog een beetje langer te kunnen cruisen en ik draaide de volumeknop lekker open. Enkel een zonnerbil in mijn haar ontbrak nog, maar het was zeer grijs weer en ik wilde nu ook weer niet overdrijven… Zo ben ik niet 🙂


Ziezo, mijn autovrije week zit er bijna op. Ik kijk nu vooral uit naar de skivakantie, en daarna mijn nieuwe job. Ik heb er megaveel goesting in! En ik ben eigenlijk ook wel blij dat ik dan opnieuw een wagen ga hebben. Ik heb veel geleerd de voorbije week en ik ga zeker wat vaker mijn wagen aan de kant laten staan. Maar het is toch een serieus gemak en nee, ik kan hem niet meer missen… Een car-free leven is een haalbare uitdaging, daar ben ik zeker van, maar ik heb de voorbije week heel veel moeten plannen. En ik mag dan nog zo’n planner zijn, echt care-free is dat niet.


Hoe zit dat bij jullie? Kunnen jullie gemakkelijk zonder auto? Nemen jullie vaak de fiets?


Lots of love, Josie xo