Tags

, ,


Emil wordt volgende maand 2 jaar, en ik vind het nu een hele leuke periode. Hij wordt stilaan zelfstandiger: hij leert op het potje gaan, poetst zelf zijn tanden, kan uitdrukken wat hij (niet) wil. Hij is een wildebras en speelvogel die ook kan genieten van boekjes lezen en knuffelen in de zetel. Een paar maand geleden is hij woordjes beginnen zeggen en sindsdien is hij veranderd in een echte spraakwaterval (een aartje naar zijn vaartje, als je ’t mij vraagt). Heerlijk vind ik het om te zien hoe hij elke dag nieuwe dingen oppikt en woordjes bij leert!



Spraakwater, ijskoud spraakwater…

Ik spreek heel normaal tegen hem. Ik spreek geen perfect AN, ook geen dialect. En ik vind het perfect zo. Wij gaan geen dodo doen, maar gewoon slapen. Jam jam doen wij ook niet hoor: wij eten. En ik hoef heus niet achter elk woord “tje” te zeggen, mijn zoon begrijpt mij zo ook wel. Uiteraard ga ik niet luid gaan vloeken (maar dat doe ik ook niet als hij er niet bij is, eigenlijk) maar de kans bestaat inderdaad dat het kind eens een “godverdomme” oppikt. Maar hey, dat zal hij sowieso snel genoeg leren dus waarom zou ik daarvan wakker liggen? Mijn kind is een peuter maar daarom ga ik geen kinderachtig peutertaaltje tegen hem spreken. Zolang hij goede manieren heeft (hij zegt al “alstublieft”, “dankuwel” en “santé” wanneer hij niest) ben ik volstrekt content.


Onlangs schreef ik mijn eigen ABC op deze blog. Ik vond het wel een leuk idee om ook eens Emils ABC neer te schrijven. In hoofdzaak voor mezelf, zodat ik dit later kan teruglezen met een big smile. Maar ik laat jullie ook graag kennis maken met de wondere wereld van mijn zoon:

Anna
(zijn crèchemadam Hanna), awuu (saluu), awoo (hallo).
Bumba
(tjah…), Bèbè (Gilberken, de kat van zijn mémé), beebie (he loooooves babies!), boo
(boom), boe (boek), Blè (Brent van in de crèche), boeboe (hond), boing-boing
(kangoeroe), ba (bal, en bij uitbreiding alles wat rond is), bu (bus), bie (beer).
Coca-cola
(al dan niet met “zero” erbij, het hangt ervan af of het mama of
papa is die het drinkt).
Da
(dat, daar), dada.
E – lukt
nog niet, “Emil” kan hij bijvoorbeeld nog niet zeggen.
F, G, H – still under construction 🙂


Om die “pappoo” te pakken te krijgen, is hij tot veel in staat…

Ie-uu
(vliegtuig).

Ja (al
krijgen we vaker “nee” te horen van tegenwoordig), Jaajaa (Tanja, zijn tweede crèchemadam).

Kaa
(kaas, kippenwit en bij uitbreiding elke soort charcuterie), koko-i (krokodil,
een van zijn favoriete woordjes), kaka (brult hij het liefst van al heel luid), Kikkè (zijn neefje Quinten), Kèkè (zijn godin Femke
van de crèche, en ook zijn draakjesknuffel), koe (koek), keu (kleur), ki-ji
(kiwi, hij eet dit supergraag), kakkoo (tractor, de obsessie is al een beetje
verminderd, godzijdank), kokkoo (helikopter, vogel, al wat vliegt) koo (kous, en niet te vergeten konijntje, zijn onmisbare knuffel), kukelekuu
(kip, ei).



L – to be continued…



Maa
(maan, nog zo’n obsessie van het kind), mie (ik, Emil, van mij!), mama (
♥),
mémé (mijn mama, een van zijn allerbeste vriendinnen), moema (oma, PJ’s mama,
nog zo’n hartsvriendin), miaaw (poes), mama-ij (mandarijn, appelsien en alles wat er ook maar op lijkt).



N
(melk), neu (neus), nanana (ananas), Nunuu (Yunus, vriendje van de crèche),
njamjo (camion, another obsession), neeeee (dat horen we heel vaak, vergezeld van veel
hoofdgeschud).
Oe-oe
(yoghurt).
Pappoo
(appel, hij is er dol op), pepupoo (speculoos), papa & Piepejaa (Pieterjan,
zijn grootste held, en terecht), pee (zijn peter), poepa & pepe (opa en
pepe, zijn 2 goden), pie (fiets, of peer), pipi, papie (papier, krant), poppie
(pop).



Naakt op de “pie”, de cast van “De Helaasheid der Dingen” achterna…



Q, R, S – dat komt nog wel…

Tij
(tijger), tuutuu (zijn teerbemind tutje), tatuu (dank u), tattie (patatjes),
tettie (spaghetti, zijn lievelinsgkost), tootoo (auto), trè (trein), ti (licht).
U – lukt nog niet…
Vuuuuuu
(vuur, hij spreekt dit ook heel erg vurig uit).
Waateuh
(water).
X, Y, Z – ook de laatste letters van het alfabet heeft hij nog niet onder de knie…
Dagelijks komt er wel een woordje bij, en ik vergeet er hier wellicht nog een paar. De volgende fase zijn dan wellicht zinnen. Pieterjan en ik denken dat hij nog voor zijn verjaardag zijn eerste zin zal maken. Maar ons erop vastpinnen, dat doen we zeker niet. We genieten er gewoon van om te zien hoe onze kleine gangster de wereld gaandeweg ontdekt. Het klinkt misschien heel cliché, maar dan ontdek je zelf toch ook weer een beetje de wereld die je als zo evident en normaal beschouwt.


Een lekkere beker “njè”, dat smaakt altijd!

Moraal van het verhaal: leve het spraakwater. Nog meer van dat… Santé! Of beter: tatee! 🙂

Lots of love, Josie xo