Tags

,

’t Is november,
we kunnen er niet meer omheen: de herfst is nu wel écht begonnen. Binnenkort
komt dus ook de winter eraan.


Een van
de eerste duidelijke tekenen waaraan ik dat merk, is dat ik voortaan moet gaan
lopen in het donker. Ik zie er altijd een beetje tegenop, want lopen in een
shortje in de zon is toch immens veel leuker dan met een lange broek,
fleecetrui en het obligate en archilelijke fluohesje aan… Maar ik moet zeggen dat
ik er wel van geniet om in het donker te lopen. Ik kom er precies meer van tot
rust. En het is toch donker, dus geen kat die ziet hoe un-fashionable ik er op
dat moment bij loop
J

Het moment
dat ik mijn korte zwierige zomerkleedjes, blote benen en kleurige sandaaltjes
definitief moet vervangen door broekkousen en laarzen, dan besef ik ook: ’t is weer
voorbij die mooie zomer. Which reminds me:
ik moet dringend mijn garderobe switchen
want ik heb dat nog altijd maar halvelings gedaan (tijdsgebrek, I blame you so!). Je
moet weten, wegens plaatsgebrek in mijn kleerkast (en in ons appartement tout
court) berg ik elk seizoen de kleren van het vorige seizoen netjes weg in een
grote valies. Die staat achter de kast op Emils slaapkamer (achter die kast is
er een soort “rommelspleet”, waartussen mijn kleertjes dus ook belanden). Telkens
als ik denk let’s do the wardrobe switch!
ligt die kleine aap uitgerekend te snurken. En zo komt het dat mijn kast dus nog
vol zomergerief hangt. Ik hoop er het komende lange weekend eens in te slagen
om dit eindelijk van mijn to do-lijstje af te vinken.


Want hoe
graag ik het ook zou willen, ik kán mijn zomerkleren niet meer blijven dragen
omdat ik het in de winter nu eenmaal ALTIJD koud heb. Naast de kousenbroek
wordt mijn kersenpitje dus mijn vaste compagnon de komende maanden. Dit jaar
heb ik er zelfs mee geslapen tot eind juni omdat het zo’n superkoude winter en kil
voorjaar was! Het spel stinkt intussen een beetje naar zweet – PJ noemt het “de
stinkzak” en ik kan hem daar eigenlijk geen ongelijk in geven – maar ik hou zo
van de zalige warmte die het geeft! Ik vind dat de uitvinder van het
kersenpitje de Nobelprijs voor de Gezelligheid verdient.


Ja, in de
winter word ik een huiselijk gezelligheidsdier. In de zomer kan ik niet rap
genoeg uit mijn kot zijn om te genieten van de zon, maar ’s winters kan ik mij
al eens occasioneel overgeven aan the art of cocooning. Met kaarsen,
overal in de living, het liefst van al met een geurtje. Cosy relaxen onder mijn
dekentje in de zetel, met een theetje erbij. En winterkost op het menu! In mijn
geval, een groentefreak zijnde, betekent dit dat de wortels en
kerstomaatjes die ik anders de hele dag door knabbel deels vervangen worden
door soep. Verse zelfgemaakte soep, liefst van pompoen, wortel of champignon. Ik
kan mij daar echt een ongeluk in eten.


Minder leuk
vind ik dan weer dat ik ’s morgens niet meer vanzelf wakker word om 6u van het
zonnetje en het gefluit van de vogelkes. En dat ik verkouden ben en wellicht
een non-stop snotneus zal hebben tot ergens halverwege maart –of whenever de
lente besluit dat het tijd is om ons te verblijden met haar intrede. Zeker met
een peuter in da house, die van de crèche allerlei hoestjes, snotjes en
slijmkes meebrengt, zal het er niet op verbeteren. Maar hey, veel soep vol
vitamientjes eten en we kunnen er wel tegen hoor!
J

Nog zo’n
duidelijk teken dat de winter eraan komt: het is al overal Kerst wat de klok
slaat (en de Sint moet potverdorie nog komen!). Kerstversiering, feestmenu’s,
een paar die-hards hebben zelfs al
hun kerstverlichting uitgehaald. Ik hou mijn hart al vast tegen dat de eerste
potsierlijke kerstmannen op daken of aan gevels tevoorschijn beginnen komen – seriously, wie
vindt dat nu eigenlijk mooi? Ik krijg willens nillens al stress voor alle kerstcadeautjes
die tegen eind volgende maand onder mijn boom moeten liggen… Maar de feestdagen,
dat betekent vooral family time en gezelligheid, en daar kijk ik wel enorm naar
uit.


En als al
het feestgedoe achter de rug is, kunnen we beginnen aftellen naar de skireis. Ik
ben er eigenlijk nu al mee bezig, al is het pas eind maart dat we richting
Franse Alpen trekken. Net als de eindejaarsfeesten is ski een family affair bij
ons. En dit jaar wordt het dubbel zo leuk omdat ons klein varken voor het eerst
mee zal zijn. Ik kan nauwelijks wachten om zijn totje te zien wanneer hij in de
sneeuw kan spelen, op het sleetje mag zitten, meegaat met ons in de lift naar
boven…


Al hoop
ik uit de grond van mijn hart dat het niet zo koud wordt als de vorige keer
want toen is de temperatuur de hele week niet boven de -15° geraakt… Mijn
neus is, I kid you not, meermaals bevroren geweest zodat ik
hem niet meer voelde, en ik ben één keer keihard beginnen bleiten op het midden
van de piste omdat ik gewoon niet meer kon van de koude. Waarop de familie mij
gedwongen heeft om een goeie chartreuse-likeur te drinken om op te warmen. Wat leidde
tot dit tafereel:

Toen kon
ik nog lachen op de piste:
 

Ook al
ben ik een zomermens, ik geniet toch van alle opgesome “winterdingen”. Dus laat
het wintercircus nu maar starten. Laat de koude maar beginnen want zoals het nu
is vind ik het maar verwarrend – en vooral moeilijk om te bepalen wat ik moet
aantrekken ‘s morgens!


Dus graag een koude winter, maar niet té koud. Met heel
veel zon, en af en toe wat sneeuw. Maar niet zo van die sneeuw waardoor je niet
meer buiten kan zonder op je bakkes te gaan. En waardoor er massa’s miserie is
op de baan. De koude buiten, de warmte binnen, en gezelligheid overal. Zo is
iedereen blij, nietwaar? Wij alleszins wel:


Wat vinden
jullie leuk, of net niét, aan het najaar en de winter?

Love,
Josie xo