Tags

, , , ,

De ochtendstond
heeft goud in de mond. Dat heb ik altijd al gevonden. En sinds Emil er is nog
véél meer dan vroeger…



Toen ik vanochtend
in de badkamer stond (noot aan de lezer: dat kan een tijdje duren bij mij, please ask no further) hoorde ik hem
zachtjes wakker worden (zijn slaapkamer ligt naast onze badkamer dus ik hoor
vandaar bij wijze van spreken elke scheet die hij laat). Ik hoorde hem babbelen tegen zijn knuffels. Van
tatata en hahaha, lachen maar. Kraaien van plezier dat er weer een nieuwe dag
is aangebroken. Ik zeg nu wel vanochtend, maar dit is eigenlijk een dagelijks
scenario bij ons thuis.

Emil zit in
zijn tatata-fase sedert een paar dagen. Dat ge-tatata, ik dacht vroeger dat dat
gewoon een manier was om het gegeven “babytaal” te duiden. Omdat het kind een
naam moet hebben en zo. Maar nu ondervind ik dus dat het wel degelijk dát is
wat die kleine hummels uitkramen. TATATATAAAAA!!!! Zo luid mogelijk. En ik vind
het zoooooo schattig.

In zijn beperkte
taaltje lijkt hij nu al ingewikkelde conversaties te voeren met zijn bedgenoten
de draak, het konijn, de uil, de octopus en de barbapapa (een lichtgevend exemplaar dat hem
keer op keer doet schaterlachen). Zijn het zijn dromen die hij hen uitvoerig uit
de doeken doet? Zijn plannen voor de komende dag met zijn vriendjes in de
crèche? De sloeberstreken die hij gaat uithalen met zijn moeder? Ik weet het hoegenaamd
niet. Maar dat hoeft ook niet. Want ik smelt van liefde en vertedering als ik hem bezig hoor.

Ik mag dan
al graag vroeg opstaan, dat wil niet zeggen dat ik niet een beetje tijd nodig heb
om goed wakker te worden. Met de tata wake-up calls van Emil en zijn
ochtendlijke babbelmomentjes kan mijn dag pas écht goed beginnen. Niet om de
melige toer op te gaan, maar ik zou het niet meer kunnen missen. Ik kan me al
niet meer herinneren hoe het vroeger was, om op te staan zonder die lieve
brabbelaar. (En
binnenkort wellicht ook grote babbelaar, want als hij even veel en even luid
gaat praten als hij nu van tata doet, én als hij een beetje mee heeft van zijn
papa, dan zal het ferm de moeite zijn. Lees: dan gaat hij babbelen tegen nen
hond met een strikske aan
. Maar dat zien we dan wel weer.)

Als ik dan
in zijn kamer kom, verschiet hij eerst een beetje omdat hij zo druk in een
conversatie verwikkeld was met zijn bedgenootjes. En dan begint hij te lachen
naar mij. En smelt ik opnieuw. Dan haal ik hem uit zijn slaapzak zodat hij
lustig met zijn beentjes in het rond kan trappelen. En ik laat hem rechtstaan tegen
de spijlen van zijn bedje omdat ik weet dat hij dat de max vindt. En als ik hem daar dan zo zie staan… Wel ja, dan
smelt ik gewoon volledig weg:

 


En dan denk
ik: mama zijn, dat het verdorie enorm plezant is.


Tata, Josie
xo

P.S. Nu we
toch over the joys of motherhood
bezig zijn, hier nog een instagrammeke dat dat keihard bewijst. Het kind beschikt over
bergen speelgoed, maar hetgeen waar hij het hardst om moet lachen zijn toch wel
moeder haar sloefen in de vorm van koetjes: