Tags

, ,

Soms zou ik een baby willen zijn.

Niet om
heerlijke nachten van 12 uur aan één stuk te kunnen slapen. Ook niet om ongegeneerd
te krijsen en roepen en nog steeds door iedereen “ma oooh zo cuuuuuuuute”
gevonden te worden. En ook niet om de hele dag door, letterlijk en figuurlijk,
gepamperd te worden.

Of ja, bij
nader inzien toch wel. Maar laat ik het daar in deze post maar niet over
hebben.

Waarover
dan wél? Wel, over hoe ik soms enorm
goesting heb om de groente- en fruitpapkes, die ik eigenhandig en met heel veel
liefde fabriceer voor mijn kleine prot, zélf naar binnen te spelen.
Over
hoe leuk het moet zijn om een baby te zijn en elke dag van al dat lekkers te
mogen smikkelen en smullen. En sans aucune
gêne
boeren en scheten te mogen laten na afloop. Of neen, toch niet, over
dat laatste ga ik het niét hebben. Wegens vuil en weinig blog-waardig.

Sinds Emil
vier maand oud is maak ik al zijn papjes dus zelf. Enfin, with a little help from my friend “Babycook”, een fantastische
uitvinding – zo eentje waarvan de bedenker van mij stante pede een Nobelprijs
in ontvangst mag nemen
(in dezelfde categorie valt ook het kersenpitkussentje, wat me
eraan doet denken dat ik aan dit object ook dringend eens een blogpost moet
wijden). Een opsomming van alle voordelen en hoe het ding precies werkt ga ik
je besparen, lieve lezer. Maar laat ik het erop houden dat met de Babycook
zelfs de grootste keukenkluns (zoals ik, ja, hoe ráád je het?!) zich heel even een
ware keukenprinses (Cinderella, aub, met glazen muiltjes!) kan voelen. Ain’t that
just freakin’ fantastic?
J

Voor een
groente- en fruitverslaafde moeder is het maar een kleine moeite om babypapkes
zelf te maken, natuurlijk.
Mijn koelkast ligt altijd (over)vol met heerlijke
verse ingrediënten. En ja, ik ben een van die moedertjes die er rotsvast van overtuigd is dat
haar kind meer vitamines binnenkrijgt van verse voeding dan van prefab potjes,
al wordt er langs alle kanten beweerd dat dat niét zo is. Kan best zijn, maar dan
nog ben ik er geen voorstander van wegens de (veel te) hoge kostprijs. Maar soit. Daar
gaat het hier όόk niet over – damn ik heb precies heel veel moeite om to the
point te komen vandaag…

Wat ik
eigenlijk zeggen wil: die papjes zien er
altijd yummie uit!
Ik ben zo iemand die haar eten altijd mengt tot een
“moezelpotje”: patatjes pletten, groentjes erdoor mengen, vlees in kleine
stukjes snijden. En dan dat heerlijke bordje brij met heel veel smaak naar
binnen werken (wees gerust, op restaurant doe ik het niét, op speciaal verzoek
van mijn vriend). Geen wonder dus dat ik sta te kwijlen op het eten van mijn zoon.
Dat zijn gewoon moezelpotjes tot de honderdste macht!
Denk: gastronomisch wortelpureetje met
vis, fijn gekruid zalfje van champignons en aubergine met een eitje en rijst, mousse van kip
vergezeld van boontjes en spaghetti,… For sure, die kleine van mij is met zijn gat in
de boter (of de pap, zo u wilt) gevallen:


Dáárom zou
ik dus soms graag een baby willen zijn.
Maar hey, ik heb al een bepaalde (kwalijke?)
reputatie op gebied van eten. Ik sta in bepaalde kringen namelijk bekend als “die vegetarische”, “die die de hele dag door
op wortels knabbelt en daar nog van geniet ook”, “die die resoluut een appel
verkiest boven een pannenkoek en daar nog geen spijt van heeft ook”… Om het
dus niet erger te maken dan het al is, laat ik de babypapkes aan mij
voorbijgaan. En hou ik het op me erop verlekkeren en jaloers kijken naar mijn
zoon terwijl ik hem voeder. De sjansaar. Maar hij verdient het zo. En ik… ik
geniet ervan om mijn protje te zien genieten van mijn Cinderella-in-the-kitchen
papjeskookkunsten!


Love, Josie xo