Tags

Zaterdag 14 oktober 2005. Ik herinner het me nog alsof het
gisteren was. Ik woonde die dag, ergens in een sprookjesachtig bos in Lokeren,
het openingsweekend bij van de masteropleiding die ik toen volgde. Het doel van
het weekend was mijn klasgenoten beter te leren kennen. Een van hen was
een zekere Pieterjan, een op het eerste zicht stille en rustige jongen (o wat
bleek mijn eerste indruk later totaal verkeerd…) met wie ik nog geen contact
had gehad. Ik had net een slechte relatie achter de rug en verkondigde met
veel bombarie aan Jan en Alleman “dat ik nu wel efkes gene vent meer moest
hebben jong!”, “dat ik verdorie ging genieten van mijn laatste jaar als student!” en
“lang leve het singlebestaan!” En die Pieterjan, die was ook niet bepaald op zoek
naar de ware hoor. “YOLO” was al tijdens zijn hele
studentencarrière zijn welluidend devies geweest, en zeker en vast ook tijdens dat laatste jaar aan de universiteit.

Toen ik Pieterjan, die door iedereen “PJ” (spreek uit als “pie-dzjee”) werd genoemd, beter leerde kennen, moest ik tot mijn grote verbazing (of moet ik zeggen: schok?) vaststellen dat hij uit het
verre West-Vlaanderen kwam, iets wat hij tot dan toe verdomd goed verborgen had
kunnen houden. Na vier jaar studeren in Brussel had hij als West-Vlaming
geleerd zijn o zo typerende (en, toegegeven, o zo charmante) tongval aan te passen en zich verstaanbaar
te maken voor niet-streekgenoten. Daarbij kwam ook nog dat ik dacht dat
Torhout, zijn heimat, in Vlaams-Brabant lag. Want Torhout, ligt dat niet naast
Werchter, zoals in Torhout-Werchter? J
Ja lieve lezer, ik was vroeger een beetje naïef en wereldvreemd (nu misschien
ook nog, maar dat laat ik hier liever in het midden). 
Ik leerde mijn Torhoutse
klasgenoot kennen als een
übersociaal feestbeest dat naar eigen zeggen een gesprek kan aanknopen met “nen
hond met een strikske aan”. Een heel intelligente gast ook, met van die schattige bolle
kaakjes als hij lacht J
Op het eerste zicht was een relatie tussen ons twee tot
mislukken gedoemd want wij waren, en zijn tot nader order nog steeds, twee
tegenpolen: ik de hypergecontroleerde, gestructureerde voorbeeldstudente,
hij de nonchalante “je m’en fous” levensgenieter. Maar “opposites attract”,
durft men al eens te beweren, en dat is in ons geval een waarheid als een koe.
Pas op, zoiets werkt enkel als er ook voldoende raakpunten zijn natuurlijk. Hetzelfde gevoel voor humor, dezelfde muzieksmaak, dezelfde interesses qua
reizen, dezelfde levensopvattingen, om er maar enkele te noemen. En dat hebben wij. Vandaag exact acht jaar
lang.
(De slimmer lezer kan hieruit opmaken dat het op de dag van onze eerste ontmoeting al van koekenbak was, jawel, wij hebben er geen gras over laten groeien!)


Acht mooie jaren, met heel veel ups maar onvermijdelijk ook enkele downs. We
hebben prachtige reizen samen gemaakt, met onvergetelijke hoogtepunten
in West-USA en Canada. Maar toen we zwanger probeerden te geraken, nu een goeie
twee jaar geleden, liep dat niet bepaald van een leien dakje, en dat zorgde
voor wat spanningen. Maar “what doesn’t kill you makes you
stronger”, durft men ook al eens te beweren, en zo komt het dat we het nu al
zeven jaar goed hebben in ons gezellig appartementje in Brugge, er sinds acht
maand een lieve kleine huisgenoot bij hebben en sinds een paar maand aan
het bouwen zijn aan ons eigen huis. In Torhout, niet naast Werchter dus J



Het belangrijkste ingrediënt van ons succesrecept is “vrijheid, blijheid”, ik had het er al eerder over in een andere blogpost. Ten eerste vrijheid in de zin dat wij niet
getrouwd zijn, omdat ik daar geen meerwaarde in zie – met alle respect
uiteraard voor al wie wél trouwt. Wij hebben samen een kind en binnenkort een
huis, wat voor mij veel belangrijkere “bindmiddelen” zijn dan een huwelijk. Soit,
ieder zijn mening! En vrijheid ten tweede, en ten belangrijkste, in de zin dat we elkaar al van in
het prille begin vrij laten om te doen wat we willen. Wij doen
als koppel veel leuke dingen samen, maar we hebben nog steeds
ons eigen leven en geven elkaar ruimte om “ons eigen ding” te doen.
Donderdagavond de vaste ventenavond van Pieterjan? Geen
enkel probleem, ik respecteer dat en weet dat ik op
donderdagavond niet op hem moet rekenen (en dat ik die avond dus ongestoord naar brainless tv-series kan kijken, een excellente win-win situatie dus!). Omgekeerd natuurlijk ook, als ik op
stap wil met mijn vriendinnen of een citytrip plan met mijn BFF, dan hoef ik
daarvoor niet eerst aan hem toestemming te vragen. Doordat we ons eigen ding
kunnen/mogen doen, maken we bewuster tijd voor elkaar. Sinds Emils geboorte
hebben we de afspraak dat we minstens één keer per maand een avond voor ons
twee reserveren, om eens goed te gaan eten bijvoorbeeld. Misschien strookt onze visie niet
met hoe sommige van onze vrienden het aanpakken, maar voor ons werkt het zo het
best.


Dat ik geen romantische ziel ben die haar heil zoekt in clichés als Valentijn of “zoveel jaar samen” vieren, dat had je misschien al door. Want inderdaad, meestal ging 14
oktober hier in Brugge onopgemerkt voorbij. Maar vandaag, exact acht jaar
na onze ontmoeting in het bos, sta ik er wél graag even
bij stil. Omdat ik al acht jaar heel gelukkig ben met mijn West-Vlaming, mijn steun en toeverlaat, mijn
babbelaar, mijn fuifbeest, mijn toogplakker, mijn stresskonijn, mijn organisatietalent, mijn allerliefste
vriend, en sinds kort ook de allerbeste vader die mijn kind zich kan wensen.
Ik denk,
ik hoop uit de grond van mijn hart dat we altijd zo gelukkig en onnozel zullen blijven als op deze foto
uit de oude doos, genomen tijdens ons eerste reisje samen naar Disneyland Paris
– weliswaar zonder schattige babyfaces, en in PJ’s geval ook met véél minder
haar…

En tot slot nog een kiekje van het kleine lieve wezentje dat
ons voor altijd aan elkaar zal binden… Be prepared to melt…

Love, Josie xo