Tags

, ,

“En,
wanneer beginnen jullie aan de volgende?” is een vraag die mij de laatste tijd iets
te vaak naar m’n zin gesteld wordt. Veel
mensen gaan er blijkbaar van uit dat het de allernormaalste zaak van de wereld is om je
kinderen kort na elkaar te krijgen.
En dat ik, nu ik voor het eerst mama
geworden ben, snel werk zal maken van een speelkameraadje voor Emil. Ze denken:
hoe kleiner het leeftijdsverschil tussen onze kindjes, hoe korter de periode
dat we “in de pampers” zitten en hoe meer de kinderen aan elkaar hebben. OK, kan
best zijn. Ik scheel drie jaar met mijn broer en een goed jaar met mijn zus en
wij hebben veel samen gespeeld (én op geregelde tijdstippen kletterende ruzie gemaakt, maar dit geheel
terzijde). Toch zal ik niet aan “de volgende” beginnen om deze redenen, ook al doet de meerderheid van mijn vrienden het wél en lijkt het alsof het zo algemeen “maatschappelijk aanvaard” is. Je hoort wel vaker dat de overgang van één naar twee ingrijpender
is dan van geen naar één. Ik geloof dat, en daarom wil ik de stap pas zetten wanneer mijn vriend en ik allebei het
gevoel hebben dat we er volledig klaar voor zijn.
En dat is nu nog niet het
geval…



Ik kan nu nog niet zeggen wanneer onze volgende telg er komt, en of hij/zij er überhaupt zal komen. Ik vind mijn mening zeer normaal, maar stuit niet zelden op onbegrip wanneer ik ze deel met anderen. De
reactie van sommige mensen (“Allez zeg, één kindje maar? Méén je dat nu dat jullie
dat zouden doen?”) bezorgt me een schuldgevoel, waardoor ik me, geheel onterecht,
uitvoerig begin te verduidelijken. Dat ik gráág twee kindjes wil – waarom hebben
PJ en ik anders twee kinderkamers voorzien in ons huis, en een extra polyvalente
ruimte voor een eventueel “accidentje”
? Maar
dat ik, nét door mama te worden, van mening veranderd ben. Dat ik vind dat “het
gevoel” waarover ik net sprak er zeker moet zijn voor we werk maken van de
opvolging. En dat men zeker niet mag denken dat wij ons zoontje niet graag zien
en dat dat de reden zou zijn dat we niet op korte termijn aan een tweede beginnen en dat we nog niet zeker weten of nog een tweede kindje
willen. Want dat kleine mannetje, hij
betekent echt alles voor ons.
Is het zo vreemd als ik zeg dat ik mezelf 
100% klaar wil voelen om dezelfde liefde aan een volgende baby te geven? Er zijn mensen die zeggen: volgend jaar, wanneer ons kindje één jaar is geworden, beginnen we aan nummer twee. Met alle respect, maar hoe kan je zo zeker weten dat je er dan klaar voor zal zijn? Het klinkt misschien cru, maar komt de dag dat ik me er klaar voor voel niét, dan is dat zo.

Iemand zei
me onlangs dat hij het egoïstisch vindt om maar één kindje te willen omdat dat geen
broertjes/zusjes heeft om mee te spelen, vaak alleen is, enz. Ik wind me niet
snel op maar van zo’n krasse uitspraak word ik boos. Omdat ze werkelijk nergens op
slaat, want élk kind dat met liefde opgevoed wordt, is gelukkig, punt. En omdat ik eerlijk toegeef dat ik één kindje eigenlijk best makkelijk vind. Op dit moment, nu we onze draai gevonden hebben met ons zoontje erbij, loopt alles perfect en mag het dus nog wel even “wij met ons drietjes” blijven. Een babysit vinden? Een koud kunstje,
want er zijn veel kandidaten die staan te popelen. Met meerdere kindjes in huis brengt het veel meer geregel met zich mee, hoor ik van vrienden en kennissen. Mijn vriend en ik verdelen de zorg voor onze zoon perfect evenredig, waardoor we voldoende tijd hebben voor onszelf, onze hobby’s en onze job. Uiteraard liggen onze prioriteiten nu anders dan vroeger en komt ons zoontje op de eerste plaats. Maar naast “mama-en-papa-zijn”, wat we met veel plezier en liefde doen, gaan wij nog altijd vaak op stap, samen of alleen. En ja, dat vinden
we leuk. Héél leuk zelfs, daar gaan we zeker niet over liegen.
Is dat dan egoïstisch? Ik denk het niet. Gisteren gingen we eten met vrienden zonder onze kleine man erbij. Supergezellig was het. Op de terugweg naar huis zei PJ: “We zijn verdorie nog maar drie uur weg en ik mis ons protje al!” Om maar te tonen hoe graag we hem zien en hoe hij voortdurend in onze gedachten is, al genieten we er enorm van om eens met ons tweetjes weg te zijn.

Weet je, ik heb een schat van een
vriend, een gezonde baby, een goeie job, leuke vrienden en familie, én we zijn
een prachtig huis aan het bouwen. Daarin is zeker en vast, heel graag zelfs, plaats voor “de volgende”
waarnaar men mij zo vaak vraagt. Maar nu nog niet, en maar goed ook want de werkzaamheden zijn nog lang niet afgerond… Enfin, ik hoef eigenlijk niet te piekeren over dit alles en me al zeker niet te verantwoorden, maar ik voelde de nood om het even neer te pennen. Het
beste antwoord dat ik voorlopig kan geven op de vervelende vraag van in het begin, is “on verra”. Ik kan er geen tijdstip
op plakken en dat wil ik ook helemaal niet
. We zien wel wat de toekomst
brengt… Ik ben gelukkig nu met alles wat ik heb. En dat is wat telt, toch? 


Que sera, sera, lieve lezer… Don’t worry, be happy!
Josie xoxo

P.S. Voor alle duidelijkheid: ik schrijf vanuit de “ik”-vorm maar mijn vriend deelt mijn mening voor de volle 100%… Gelukkig maar!
P.P.S. Om nog
even terug te komen op het leeftijdsverschil tussen broers en zussen: mijn vriend en
zijn broer schelen zes jaar. Als kind hebben ze veel ruzie gemaakt – hun vader
noemde hen “Kaïn en Abel”, need I say
more
? Nu zijn ze 30 en 24 en ze komen enorm goed overeen. Zeggen dat ze twee
handen op één buik zijn, is lichtelijk overdreven. Maar ze hebben heel veel aan elkaar. Anders
zou PJ zijn broer niet gevraagd hebben om peter te zijn van ons zoontje…