Tags

,

Toen ik dit weekend mijn appartement aan het kuisen was (jawel, ik had zowaar tijd!) kwam ik een postkaartje tegen op het dressoir met het opschrift “Vrouwen praten over dingen waar mannen niet eens over nadenken”. Ik kreeg het ooit van een vriendin voor m’n verjaardag. Het kreeg een vast plekje tussen alle andere betekenisvolle prullaria die mijn dressoir sieren. Want dit kaartje, en dan vooral de tekst die erop staat, is enorm betekenisvol. Om dit op gepaste wijze te illustreren, volgt hier een kort verhaaltje…



Er was eens, héél lang geleden, een
superstrenge nonnenschool in Gent. Zijnde het Sint-Bavohumaniora, u misschien
welbekend vanwege de brave meisjes met de prachtige groene uniformpjes die er
school liepen en tot nader order vandaag nog steeds lopen, zij het in een
minder strenge (en dus minder seutige en een tikkeltje meer fashionable) outfit. In juni 2001 studeren daar acht meisjes af. Ze
zitten niet allemaal in dezelfde klas, maar kennen elkaar al jaren, sommigen al
sinds het begin van hun schoolcarrière. Af en toe kwam er een
“bendelid” bij, jammergenoeg viel er soms eentje af. Maar de acht achttienjarige meisjes die overblijven in de zomer van 2001 zijn meer dan vastberaden om elkaar te blijven zien. Ze beloven elkaar plechtig dat ze hun vriendschap niet zullen laten verwateren. Totnogtoe zagen ze elkaar vrijwel elke dag van 8u
tot 16u op school. Nu zou elk haar eigen weg gaan, zonder de anderen op
nieuwe schoolbanken.


Om
hun vriendschap voor altijd te vereeuwigen, dopen ze hun meisjeskliekje liefkozend
“De Bavotrutten”.
En
hun band, die blijft gelukkig bestaan. De meisjes vinden een lief, maken het
weer uit met dat lief en vinden een “ander en beter” nieuw lief. Ze studeren af
en gaan samen of alleen wonen (afhankelijk van de kwaliteit van Het Lief).
Een enkeling emigreert zelfs van Gent, beter bekend als het centrum van de Westerse beschaving, naar West-Vlaanderen (jawel, the real Far West), de Grote Liefde achterna. Sommigen trouwen, anderen krijgen kindjes en nog anderen zijn nog volop aan het
zoeken naar wat ze eigenlijk willen. De onbezonnen meisjes groeien uit tot
zelfbewuste jonge vrouwen en hebben allemaal hun eigen druk-druk-drukke
leventje. Maar ze slagen er wonderwel in om hun belofte na te komen. Voor een maandelijkse date met de Bavotrutten maken ze
maar al te graag een plaatsje vrij in hun agenda. Want zo’n avond staat garant
voor dolle pret onder de vorm van roddelen, giechelen, lekker eten en drinken.

En de kers op de taart, dat is het jaarlijkse legendarische “Bavotruttenweekend”.


De jongedames zijn allemaal
heel verschillend. Er zijn de knettergekke verpleegster, de fantasierijke
logopediste en de flamboyante eurocrate. Maar ook de relaxte magistrate,
de flapuit advocate en de supersociale pedagoge. En dan hebben we ook nog de
rustige brand manager en het weldoordachte reclamemeisje. Het is  net door hun uiteenlopende
karakters en interesses dat hun band zo sterk is. Ook al zien ze elkaar
niet zo gek vaak, ze weten altijd waarover gepraat en waarmee gelachen

(lees: met de onnozelste dingen het hardst). Ze kennen elkaar al superlang en
hebben al zo veel meegemaakt. Soms gaat het wat minder en ergeren ze zich al eens
aan elkaar. Maar in the end weten ze
heel goed: als er iets gebeurt, dan kan ik op mijn “medetrutten” rekenen.
Onvoorwaardelijk, no matter what.


Voor de niet zo aandachtige lezer die het nog niet
doorhad: die meisjes, dat zijn mijn aller-aller-allerbeste high school friends. Begin nu dus maar te raden wie van de acht yours truly is…
J We zijn nu twaalf jaar verder en ik
kan zeggen dat ik die meisjes voor geen geld van de wereld meer wil of kan
missen.
De Bavotrutten, dat zijn de vrouwen van
mijn leven
(mijn allerliefste mama even buiten beschouwing gelaten). En om
de link te leggen naar het opschrift van het kaartje in het begin – want dat
was uiteindelijk het doel van mijn hele vertelling, nietwaar? – wij praten effectief over dingen waar onze
mannen niet over nadenken. Laat staan dat ze ze ook maar begrijpen. En moesten
ze het begrijpen, dan zou het hen wellicht geen bal interesseren. En dat is
maar goed ook.
Want wij doen soms dingen waarvan mensen raar opkijken. Waarvoor
anderen zich werkelijk te pletter zouden schamen. Op restaurant spontaan
kerkliedjes beginnen zingen, bijvoorbeeld (de nonnenschool, weetjewel), wat ook
meteen de hoofdreden is waarom we bij elke date een andere resto aandoen
(de uitleg “wij proberen graag nieuwe dingen uit” is een slimme drogreden).
Soms heb ik de neiging om tegen omstaanders verontschuldigend te zeggen: sorry
hoor, wij zijn niet altijd zo, au fond zijn we écht wel normaal hoor… Om mij
dan toch uiteindelijk te bedenken. What
the hell, girls just wanna have fun
! En zot zijn doet geen zeer
J In dezelfde categorie: ter ere van
ons jaarlijkse kerstfeestje (ook al zo’n topper) creëren we een oldskool zelfgemaakt
muziekpak om te bepalen wie welk cadeautje krijgt. En plezier dat we daarmee
hebben. Onze buiken, die doen vaak pijn van het lachen na zo’n avondje.


Die vrouwenpraat en die wijvenhumor, ik vind dat een fantastisch fenomeen. Het doet me denken aan het liedje “Girl talk” van Tony Bennett, waarin ik mijn vriendinnenkliekje perfect herken:

 
“They like to chat about the dresses they
will wear tonight

They chew
the fat about their tresses and the neighbor’s fight

Inconsequential
things that men don’t really care to know

Become
essential things that women find so apropos

But
that’s a dame, they’re all the same it’s just a game they call it

Girl
talk, girl talk

They all
meow about the ups and downs of all their friends

The who,
the how, the why — they dish the dirt, it never ends

The
weaker sex, the “speaker” sex we mortal males behold

But
though we joke, we wouldn’t trade you for a ton of gold”


Inderdaad, ik zou hen niet willen inruilen voor een ton goud. En nee, ook niet voor honderd paar Louboutins, een Visakaart zonder limiet of Ryan Gosling die me ontbijt op bed komt brengen. Want mijn vriendinnen, die zijn voor altijd. “Bavotrutten 4-ever”, schrijven wij levensgroot in het zand wanneer we op weekend zijn aan zee. Kinderachtig, wij? Niks van, we weten gewoon met absolute zekerheid dat het zo zal zijn. Dat we later, als we oud zijn, net zo rond de tafel zullen zitten als de meetjes op het kaartje van mijn dressoir. Dat we zullen kletsen en roddelen over onze kwaaltjes, onze peetjes, onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ik kan niet zeggen dat ik daar al enorm naar uitkijk – ik vond 30 worden vorige maand al pijnlijk genoeg. Maar ’t is wel leuk om weten dat ik dan nog altijd die vree wijze vriendinnen zal hebben. Hopelijk enkel met wat minder grijs gepermanenteerd haar en rimpels…